Maastricht mag dan geen echte kamernood kennen, maar als een woningcorporatie studentenkamers bewust leeg laat staan, roept dat toch vragen op. Wat is er aan de hand in het complex met 55 kamers aan het Herdenkingsplein, in het straatje dat uitkomt op de Brusselsestraat, wilde het Maastrichtse CDA in mei van burgemeester en wethouders weten. Wethouder Johan Pas vroeg het na bij Servatius. Het is, haalt hij de corporatie in zijn antwoord aan, een bijzonder geval: omdat zittende bewoners van het complex lang nieuwe bewoners mochten voordragen, woonden er volgens Servatius uiteindelijk “meer dan vijftig studenten van acht verschillende studentenverenigingen bij elkaar”, die “veel overlast” veroorzaakten, zoals luidruchtige feestjes.
"Onleefbaar"
De oplossing ligt volgens de corporatie in een meer gemêleerd huurdersbestand. Om dat te bereiken, accepteert Servatius al een tijdje geen voordrachten meer, kamers blijven leeg totdat alle bewoners van een gang vertrokken zijn. “We kiezen voor leefbaarheid in plaats van studentenverenigingen die ons vastgoed gebruiken als clublokaal.” De directe omwonenden zijn blij met die maatregel, schrijven ze in een brief aan de gemeenteraad: hun overburen – “Corpsballen. Een hele flat vol”, staat in de brief – maakten het steegje naar het plein “al enkele jaren onleefbaar voor ons”.
Want overleg met de studenten of de gemeentelijke handhaving of zelfs politie inschakelen? Het haalde allemaal weinig uit, zegt het echtpaar Marcel en Antonie de Beaumont, dat de brief mede ondertekende, tegen Observant. Ze wonen al jaren tegenover het complex en tot pakweg 2020 zonder al te veel problemen. Over een feestje nu en dan werd niet moeilijk gedaan – “we zijn niet anti-student, zijn zelf ook student geweest” –, en was er overlast, dan lieten de studenten zich daar in de regel goed op aanspreken.
Geluidwerend glas
Keerpunt was volgens hen de coronapandemie: toen sociëteiten op slot gingen, verplaatsten feesten zich naar de flats, om niet meer weg te gaan. “We hebben er drie of vier nachten per week last van. Handhaving en politie zijn hier vaak geweest, hebben ook wel bekeuringen uitgedeeld. Het stopt dan heel even.” Ook overdag klinkt er volgens hen veel lawaai in de smalle straat: wie thuis wil werken of een boek wil lezen, moet de ramen dichthouden. De Beaumonts lieten, net als een van hun buren, nieuw, geluidwerend glas installeren. “Dat heeft een hoop geld gekost, ja.”
En de studenten zelf? Twee van hen, die voor het complex een auto inladen, reageren laconiek als er naar de geluidsoverlast gevraagd wordt. Kan zijn, klinkt het, maar dan toch niet van hun verdieping, de vierde, waar ze sinds anderhalf jaar wonen. Geluid daarvan zou over de andere huizen heen verwaaien. Volgens hen schuilt er een andere motivatie achter Servatius’ maatregel: geld. De woningcorporatie zou azen op internationals als huurders, die volgens de twee meer te besteden hebben dan Nederlanders. Volgens Servatius is daar geen sprake van: “Wij verhuren volgens het woningwaarderingssysteem. Dat maakt geen onderscheid tussen huurders.”