Ik ben een laatbloeier. De eerste 21 jaar van mijn leven heb ik niks uitgevoerd, daarna kreeg ik de smaak te pakken en sindsdien heb ik altijd wel gestudeerd. Ik heb opleidingen in de gezondheidszorg, bedrijfskunde en informatica gedaan. Op de KMA, de Koninklijke Militaire Academie, heb ik de reserveofficiersopleiding gevolgd. Ik heb een paar jaar bij de ambulancedienst gewerkt, op de meldkamer, daar kwam ik steeds meer met ICT in aanraking en toen besloot ik het roer om te gooien. De rest van mijn carrière heb ik als consultant en manager in de informaticawereld gewerkt, de laatste jaren bij de NAVO in Brunssum, als CIO (chief information officer). En nu ga ik weer studeren, aan de Universiteit Maastricht, en mag ik daarover schrijven op de website van Observant.
Niet kapot te krijgen…mijn optimisme. In 2014 heb ik een tekenbeet opgelopen, aanvankelijk merkte ik daar weinig tot niks van. En toen was het te laat, ik bleek de ziekte van Lyme te hebben. Dat was heel pittig. Ik had moeite met praten, mijn geheugen was kapot, mijn concentratie weg. Ik had enorme hoofdpijn en gewrichtspijnen, moest kruipend op handen en voeten de trap op. Het heeft bijna negen jaar geduurd om enigszins te herstellen. Ik zit nu ongeveer op dertig procent Aan de buitenkant zie je niks aan me, maar mensen moesten eens weten hoe ik soms mijn dagen doorbreng. Ik moest stoppen met werken, viel in twee zwarte gaten. Het gezondheidsgat en het zingevingsgat. Werk is voor mij altijd belangrijk geweest, wat doe je als dat er niet meer is? Ik heb wat kleine cursussen gedaan, zoals fotografie en horlogemaken, maar naarmate ik me beter ging voelen wilde ik het groter aanpakken. En wat is groter dan een masterstudie? Ik ben altijd iemand geweest die overal mogelijkheden in zag, het glas is halfvol.
"De band met mijn moeder wordt sterker en dieper, we praten nu pas over heel veel dingen"
Als ik vroeger uit mijn slaapkamerraam keek, zag ik…Ik ben geboren in Milaan, maar daar niet opgegroeid. Toen mijn ouders trouwden, in 1966, was het niet anders dan nu qua woningnood. Er was niks te krijgen in Limburg. Mijn vader kreeg een baan in Italië aangeboden, bij een Nederlands accountantskantoor en mijn ouders vertrokken. Toen kwam ik en werd al snel besloten dat ik toch maar in Nederland moest opgroeien. Tijdens mijn lagereschooltijd woonden we vlakbij het riviertje de Dommel, als ik een beetje onder een bepaalde hoek van het raam naar buiten keek, zag ik de weilanden en het water. Het was een fijne plek om op te groeien.
Ik vertel mijn moeder alles. Onze band is zich aan het ontwikkelen. Mijn vader is vier jaar geleden overleden, de laatste drie jaar van zijn leven zat hij, gekluisterd aan een rolstoel, in het verpleeghuis. In die periode hebben we meer van elkaar geleerd dan in de vijftig jaar ervoor. Die inhaalslag ben ik ook met mijn moeder aan het maken. Onze band wordt sterker en dieper, we praten nu pas over heel veel dingen, andere dingen dan alleen maar de waan van de dag.
Wat zou je nog eens over willen doen? Ik zou wel terug willen naar mijn lagereschooltijd. Er is mij vroeger heel duidelijk gemaakt wat er allemaal niet goed was, of wat niet kon. Achteraf bezien is dat allemaal onzin geweest. Ik wilde niet door bepaalde hoepeltjes springen, dat werd niet geaccepteerd en in mijn rapporten stond altijd het commentaar: ‘Louis kan wel, maar wil niet’. Dat was heel demotiverend. Als ik terug kon gaan naar die tijd, zou ik mezelf vertellen wél door die hoepeltjes te springen om het allemaal wat makkelijker te maken en sneller op de plek te komen waar je eigenlijk wil zijn.
"Ik kan behoorlijk strikt zijn in wat ik wil en wat niet, dat wordt soms als onsympathiek ervaren"
Mijn partner is goud waard. Meer dan goud. Ellen is heel nuchter, we zijn al 36 jaar bij elkaar, kinderen hebben we nooit gewild. Zij is de reden dat ik op mijn 21ste het licht zag en het beter wilde doen. Ik moest een stabiele basis zijn, een volwaardig partner. We hebben elkaar ontmoet bij het Rode Kruis, waar we allebei als vrijwilliger werkten. Vanaf het eerste moment klikte het tussen ons, met hoofdletters. En nog altijd zit het goed, ze zorgt voor me zonder morren en zonder knorren.
Als ik in de spiegel kijk…zie ik iemand die, voor mijn gevoel dan, op een aantrekkelijke manier ouder aan het worden is. Ik vergelijk mezelf soms met anderen en ben niet ontevreden. Ik heb goede genen, mijn vader zag er nog heel goed uit op latere leeftijd. Ik heb van huis uit ook altijd wel meegekregen om verzorgd de deur uit te gaan.
Wie vindt jou niet aardig? Ik kan behoorlijk strikt zijn in wat ik wil en niet wil en ik kan dat mensen goed duidelijk maken. Dat valt niet altijd goed, het wordt soms als onsympathiek ervaren, terwijl ik het juist niet sympathiek vind om een boodschap te brengen met heel veel omhaal van woorden. Wees duidelijk, houd mensen niet aan het lijntje. Daar kan niet iedereen tegen.
"Ik ben gestopt om al te ver vooruit te kijken"
Ben je gelukkig? [Denkt even na]. Ja. Al moet ik soms een traantje laten om wat ik niet meer kan. Zo heb ik ooit een bergklimopleiding gedaan, maar ik zal geen berg meer opgaan. Fysieke inspanning is lastiger geworden, net als verre reizen. En als ik langere tijd in gezelschap ben, krijg ik te veel prikkels - dat wordt nog een uitdaging met de onderwijsgroepen. Maar ik ben blij met wat ik nog wel kan en ik geef niet op omdat ik nog altijd verbetering zie. Mijn levensloop heeft gekke bokkensprongen gemaakt, vijf jaar geleden had ik echt niet gedacht nu hier te zitten. Ik ben gestopt om al te ver vooruit te kijken.