Eerst wat feiten: medewerkers kunnen zich melden bij een vertrouwenspersoon als het gaat om ongewenst gedrag als (seksuele) intimidatie, pesten, agressie, discriminatie of belangenverstrengeling. En bij de ombudsfunctionaris voor conflicten op de werkvloer. Wie niet weet waar hij naartoe moet met zijn klacht, melding of vraag, kan naar het Concerns & Complaints Point dat fungeert als een centraal meldloket.
Goede nieuws
Het goede nieuws is dat mensen sneller bij een vertrouwenspersoon of ombudsfunctionaris aankloppen waardoor de kans op een oplossing groter is, aldus het jaarverslag. Hoe langer een ongewenste situatie bestaat, hoe moeilijker het vaak is om die te veranderen.
Het feit dat er in 2024 minder meldingen binnenkwamen, is overigens niet per se goed nieuws, legde collegevoorzitter Rianne Letschert vorige week uit in de commissie strategie van de universiteitsraad. Want: betekent dit dat er minder onwenselijks voorvalt, of laat dit zien dat de sfeer dusdanig is dat medewerkers niet naar een vertrouwenspersoon durven te gaan? De cijfers worden pas sinds een aantal jaren bijgehouden en gaan op en neer, vulde Esther Goethart, coördinator sociale veiligheid aan. Te kort om er conclusies aan te verbinden. “We zien in de eerste helft van dit jaar trouwens weer een toename.”
De baas
De meeste meldingen gaan over intimidatie, samenwerkingsproblemen en arbeidsconflicten. Opvallend is dat in 60 procent van de gevallen de leidinggevenden direct of indirect een negatieve rol spelen. Hoewel inmiddels 80 procent van hen de verplichte training Leiderschap en Ongewenste Omgangsvormen heeft gevolgd en hun “actieve en open houding” tijdens de trainingen opviel, blijft het gedrag van het management een kernpunt, schrijven de samenstellers van het verslag. Is zo’n training wel voldoende, vroeg de commissie zich af. Goethart: “Het is een goede start, maar niet voldoende om met allerlei issues op dit vlak te leren omgaan.”
Promovendi
Zestien procent van de meldingen komt van promovendi; de UM heeft 19 facultaire PhD-vertrouwenspersonen. Het merendeel van de jonge onderzoekers heeft problemen met de (co)promotor of supervisor waarvan ze tegelijkertijd afhankelijk zijn. “Deze groep blijft kwetsbaar”, zei Letschert tegen de U-raadscommissie. “Dit is onacceptabel. Hoe kunnen we deze trend keren?”, vroeg zij zich af.
Bijzondere aandacht is er in het rapport voor de zeer afhankelijke positie van promovendi met een Chinese CSC-beurs. Hun beurs, verblijfsvergunning en academische toekomst hangen volledig af van het afronden van hun proefschrift. Zij zullen zich niet snel melden als er iets aan de hand is. Extra alertheid is geboden van begeleiders en de PhD-coördinatoren. De UM heeft in oktober 2024 besloten voorlopig geen nieuwe Chinese promovendi meer toe te laten tot hun toelage – nu 1350 euro, te weinig om fatsoenlijk van te leven - omhoog gaat.
Zorgwekkend gedrag studenten
Verder blijkt dat zorgwekkend gedrag van studenten - dreigend of verward gedrag, extreme stress, signalen die samenhangen met mentale problemen - toeneemt: negen meldingen in 2024 tegen twee in 2023. Dit zorgt, aldus het verslag, voor gevoelens van onveiligheid bij medewerkers die zich tegelijkertijd ook zorgen maken over het welzijn van deze studenten.
Ander punt van zorg: het oneigenlijk gebruik van de term sociale veiligheid in situaties waar bijvoorbeeld een student het niet eens is met de examenuitslag of een werknemer met zijn functiebeoordeling. Een heldere afbakening van de term - wat valt er wel onder en wat niet - moet misbruik gaan voorkomen. Verder staat (betere) nazorg voor slachtoffers ook hoog op de prioriteitenlijst in het jaarverslag.