Van de zeventien medewerkers – wetenschappelijk en ondersteunend personeel – fietsen of lopen de meesten. Slechts één neemt de trein. Vijf stappen er in de auto (sommigen springen bij goed weer ook op de fiets). Wat vinden ze van het nieuwe beleid dat draait om het belonen van duurzaam gedrag en het ontmoedigen van minder duurzaam reizen, zoals projectleider Cyriel Heuts onlangs in Observant uitlegde?
Een enkeling is ronduit negatief. De invoer van het parkeergeld noemt hij “een verwerpelijk voorstel”, terwijl drie anderen de maatregelen toejuichen, vooral vanwege het milieu (minder CO2-uitstoot). Ook het woord “gelijkheidsprincipe” valt: fietsers krijgen een vergoeding, net als automobilisten en treinreizigers.
De meeste geïnterviewden staan er dubbel in. Tegen duurzaamheid zeggen ze ja, maar “je maakt beleid voor een hele groep, terwijl elk individueel geval weer anders is”, dus zorg voor maatwerk, klinkt het regelmatig. Niet iedereen kán met de fiets komen. “Stel, je hebt kinderen en je woont buiten Maastricht. Dan moet je wel met de auto. Het is toch niet te doen om met de kinderen op de fiets te stappen, die naar school te brengen en vervolgens naar je werk te gaan? En hoe moet het als je minder mobiel bent, bijvoorbeeld door een ziekte of blessure?”
Hoe zit het met mensen die laat moeten doorwerken, bijvoorbeeld achter een receptie? “De eersten moeten hier om half acht zijn, de laatsten vertrekken na tienen”, reageert een receptioniste. Zij zou een flink eind moeten fietsen in het donker, naar een dorp ver buiten Maastricht. “Dat vind ik niet veilig, dat is geen optie.” Ze hoopt dan ook dat de universiteit een uitzondering maakt. “Dan zou je best gratis mogen parkeren.”
Overstap
Een promovendus die in België woont, vijftig kilometer verderop, stapt liever niet op de pedalen. “Met een elektrische fiets zou ik het misschien nog overwegen, maar het is een enorme tijdsinvestering. Al die uren dat ik onderweg ben, waar haal ik ze vandaan? Als ik met het openbaar vervoer moet komen, duurt mijn reis zelfs 2,5 uur.”
Het ov wordt al volledig vergoed door de UM en dat blijft zo. De enige treinreiziger die Observant interviewt, een postdoc uit Arnhem, heeft geen problemen met de lange reistijd. “Ik werk in de trein, dat kan niet als ik in mijn auto rijd.” Ja, ze is dik twee uur onderweg, “inclusief drie keer rennen voor een overstap”, maar het treinkaartje wordt betaald en ze doet iets goeds voor het klimaat, zegt ze.
Geïrriteerd
Dat het belachelijk is dat je ‘moet betalen’ om te komen werken, zoals sommige medewerkers op intranet schrijven: nee, daar is een geïnterviewde het niet mee eens. “Zo zie ik dat niet. Er zijn genoeg bedrijven waar dat zo gaat. Ik ben alleen maar blij dat het tot nu toe altijd gratis was.” Projectleider Cyriel Heuts noemde eerder geen parkeertarieven, “maar we gaan absoluut geen commercieel tarief hanteren zoals in de Q-Park garages, dat je opeens 12,50 euro voor een dag kwijt bent, nee, zeker niet.” Daarbij worden de kosten afhankelijk van de afstand: hoe verder je van de universiteit woont, hoe lager het parkeertarief.
Daar ziet een promovendus het nut van in, terwijl ze tegelijkertijd voorstander is van het principe ‘als je naar je werk moet komen, moet de werkgever maar voor een parkeerplaats zorgen’. Een van haar collega’s wandelt naar kantoor, maar vraagt zich af of die parkeertarieven effectief zijn. “Als je mensen op een negatieve manier ontmoedigt, raken ze alleen maar geïrriteerd.” Een ander verwijst naar het MUMC+ waar zijn vrouw heeft gewerkt. “Daar moet je al jaren betalen. Ik denk dat het niet anders kan met de beperkte parkeerruimte in de binnenstad. Je kunt geen plekken erbij toveren.” Dan is er nog de medewerker van de School of Business and Economics die met zijn motor naar zijn werk komt – “door een knieblessure kan ik niet meer fietsen”. Hij woont aan de rand van Maastricht, zeven kilometer van de faculteit, “voor mij verandert er niets: ik rijd lángs de slagboom.”
Wendy Degens, met medewerking van Deborah Blekkenhorst, Peter Doorakkers, Cleo Freriks en Dennis Vaendel
Vanwege de leesbaarheid van het artikel zijn de namen van de geïnterviewden weggelaten. Ze zijn wel bij de redactie bekend. De redacteuren hebben alle faculteiten bezocht en lukraak medewerkers naar hun mening gevraagd.