Eind 2026 of in 2027 moet duidelijk worden waar het ondergrondse observatorium voor zwaartekrachtsgolven neerstrijkt. Nederland, België en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen werken samen aan een bidbook voor hun grensgebied, de Euregio Maas-Rijn. Italië, dat de detector op het eiland Sardinië wil bouwen, geldt al jaren als voornaamste concurrent.
De Oost-Duitse deelstaat Saksen liet echter al een tijdje doorschemeren ook interesse te hebben: het project zou de economie in het voormalige mijngebied kunnen stimuleren. Die kandidatuur is sinds vorige week officieel.
Saillant is dat Saksen samen wil optrekken met Sardinië. Dat bevestigde Günther Hasinger, topman achter de Saksische kandidatuur, afgelopen weekend in de Belgische krant Het Belang van Limburg. Daarbij richt men zich op twee detectoren met een aangepaste vorm. Het uitgangspunt voor het observatorium is een driehoek, maar uit Italië klinkt al langer de suggestie om te kiezen voor een goedkopere L-vorm. Om dezelfde metingen te kunnen doen als een driehoek, moet deze gekoppeld worden aan een tweede L-vormige detector op voldoende afstand. Volgens Hasinger heeft deze optie, met op beide locaties één detector, nu de “prioriteit” en gaan Saksen en Sardinië deze samen bestuderen.
Cruciaal lijkt de positie die de Duitse federale regering gaat innemen. Afgelopen zomer omarmde deze de Einstein Telescoop door het project op een prioriteitenlijst met grote wetenschappelijke projecten te plaatsen, maar sprak daarbij nog geen voorkeur voor een locatie uit. Voor de deelstaat Noordrijn-Westfalen is een bijdrage uit Berlijn voor de bouw van de detector in de Euregio Maas-Rijn een voorwaarde om zelf ook “substantieel” de portemonnee te trekken. Kiest de federale regering voor de Euregio, dan volgt er volgens Hasinger vanuit Saksen helemaal geen aanvraag meer voor het project, ook niet samen met Sardinië.
Met de hete adem van de concurrentie in de nek staan de ontwikkelingen in de Euregio ook niet stil. In een zoektocht naar meer (politieke) medestanders hoopt men dat ook Luxemburg zich aansluit bij de kandidatuur, bevestigde Sjoerd Sjoerdsma, CEO van de Einstein Telescoop Nederland, eerder deze maand tegenover BNR. Daarover lopen inmiddels gesprekken. Intussen verhoogde Vlaanderen de reservering voor de bouw van 200 naar 500 miljoen euro. De Nederlandse overheid zegde eerder al 870 miljoen toe, de Waalse 200 miljoen. De totale kosten voor de bouw worden op minstens twee miljard geschat.