Het grensgebied van België, Nederland en Duitsland is al jaren in beeld als locatie voor de bouw van het ondergronds observatorium voor zwaartekrachtsgolven. De kosten daarvan worden op minstens twee miljard geschat.
De Nederlandse overheid reserveerde in 2022 al 870 miljoen euro uit het Nationaal Groeifonds voor de bouw van de detector, mocht deze inderdaad naar het grensgebied komen. Toezeggingen van de buurlanden lieten echter op zich wachten. Daar moest “het enthousiasme voor het project nog wat meer doorsijpelen naar de politiek”, vertelde Stan Bentvelsen, wetenschappelijk directeur van het projectbureau Einstein Telescope EMR, destijds aan Observant, waarbij hij toegaf dat de kandidatuur zonder Duitse en Belgische medewerking een lastig verhaal zou worden.
Inmiddels lijkt in elk geval België overtuigd. Eind vorig jaar maakte de Vlaamse regering bekend 200 miljoen voor de detector te reserveren. Wallonië volgt nu dat voorbeeld. Dat is een opsteker: recente bodemstudies wijzen erop dat het niet ondenkbaar is dat de detector volledig op Waals grondgebied komt.
De Duitse federale regering deed nog geen concrete financiële toezegging voor de bouw, maar plaatste de Einstein Telescoop deze zomer wel op een prioriteitenlijst met grote wetenschappelijke projecten. Daarbij sprak men nog geen voorkeur voor een locatie uit. Ook de Oost-Duitse deelstaat Saksen hoopt de detector nog binnen te hengelen.
Of het observatorium daadwerkelijk naar het grensgebied komt, moet uiterlijk in 2027 blijken. Een werkgroep van Europese landen wijst dan een definitieve locatie aan. Naast de Duitse deelstaat Saksen is er ook concurrente van het Italiaanse eiland Sardinië.