Dat laatste is nodig omdat er een juridische overeenkomst voor dat programma lag. Hernieuwde strategische samenwerking met de Hebrew University in de toekomst wordt niet uitgesloten, maar alleen als die bijdraait en er een nieuwe mensenrechtentoets is uitgevoerd.
Want momenteel, schrijft het Maastrichtse college van bestuur in een toelichting op zijn besluit (dat vrijdag 31 oktober is gepubliceerd op de website van de UM), is de Hebrew University direct betrokken bij het opleiden van Israëlische militairen. Het is daarmee “aannemelijk” dat die universiteit indirect bijdraagt “aan internationale misdrijven en ernstige mensenrechtenschendingen door de Israëlische overheid” en dus wordt de samenwerking opgeschort. Die was trouwens sinds begin 2024 al “bevroren”, in afwachting van een nadere beoordeling van de situatie. Die ligt er nu dus, in de vorm van een advies van de in april ingestelde Human Rights Advisory Committee. Het college neemt dat advies na overleg met de decanen over.
Gemakkelijk was het besluit niet, zegt collegevoorzitter Rianne Letschert desgevraagd tegen Observant. “Je verbreekt toch de relatie met het bestuur van een partneruniversiteit. Ik heb twee gesprekken met hen gehad. Die waren constructief, maar we kijken anders naar hun samenwerking met het leger. Zij vinden dat ze zich voldoende tegen het geweld in Gaza hebben uitgesproken, maar vinden het lastig om hun banden met defensie door te knippen. Als het aannemelijk was dat Nederland mensenrechten grootschalig zou schenden of internationale misdaden zou plegen en onze universiteit met de Koninklijke Militaire Academie of defensie zou samenwerken, zouden wij als bestuur daarmee stoppen.”
Druk gevoeld
Hoe dan ook is er nu duidelijkheid. Eindelijk, zou je kunnen zeggen: andere Nederlandse universiteiten hakten die knoop eerder al door. Maar Letschert denkt niet dat het in Maastricht sneller had gekund. Elders liet men volgens haar de commissies die een oordeel moesten vellen zelf een beoordelingskader maken. In Maastricht werd in het voorjaar van 2024, na de hevige pro-Palestijnse protesten op de universiteit, een beleidsinstrument aangekondigd (het Human Rights Due Diligence Framework, kortweg HRDD). Dat is niet alleen van toepassing op Israël, maar ook op andere landen. De HRDD kwam tot stand na gesprekken met groepjes stafleden en studenten en moest daarna nog naar de universiteitsraad, die het in februari 2025 goedkeurde.
Dat kostte tijd, klinkt het, maar “gezien de spanningen die het conflict in Gaza aan onze universiteit oproept, vonden we dat we dat zo moesten doen”. Daarbij, zegt Letschert, “bestaat de commissie die het advies opstelde uit wetenschappers die dat naast hun baan moesten doen, en zat de zomervakantie er nog tussen. Dit hele proces is zo snel gegaan als het had kunnen gaan. Ja, dat meen ik echt”.
Niet dat ze geen druk heeft gevoeld, onder meer van de pro-Palestijnse demonstranten, die al bijna twee jaar luidruchtig voor een verbreking van de banden pleiten. “Ik ben niet van steen he”, zegt ze. “Maar ik heb een verantwoordelijkheid om niet in de emotie allerlei partijen te passeren. Wij maken deze mensenrechtentoets niet sneller om aan de eisen van demonstranten te voldoen.”
Niet blij
Het bestuur van de Hebrew University wordt vandaag van het besluit op de hoogte gebracht. “Nee”, beaamt Letschert, “die gaan niet blij zijn en dat begrijp ik ook.”
Dit jaar is overigens een pilotjaar voor de mensenrechtencommissie. Die heeft zich ook over de institutionele samenwerking met Soedan gebogen. Daarbij lag de relatie tussen de faculteit Health, Medicine and Life sciences (FHML) en de Ahfad University for Women in de Soedanese hoofdstad Khartoem onder de loep. Die wordt wel voortgezet, omdat die universiteit “in moeilijke omstandigheden bijdraagt aan het verdedigen van mensenrechten”.