Het gaat om een beleidsinstrument dat moet helpen om goed onderbouwd in te schatten of partnerinstellingen, waar ook ter wereld, betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen of andere internationale misdaden. Het werd in het voorjaar van 2024 al aangekondigd door het college van bestuur naar aanleiding van de pro-Palestijnse protesten op universiteiten, ook in Maastricht. Maar daarmee is niet gezegd, onderstreepte collegevoorzitter Rianne Letschert eerder dit jaar, dat het alléén van toepassing is op Israël. Al in het najaar van 2023 boog een werkgroep zich over een global engagement policy ten opzichte van partners in ‘gevoelige’ gebieden, zoals Iran en Saoedi-Arabië.
Sprekerskwartier
Afgelopen januari werd de tool voor de eerste keer in het openbare deel van de U-raad besproken. Maar liefst drie gasten hamerden er in het sprekerskwartier op om tegen te stemmen. Is het niet de taak van het Internationale Strafhof om te onderzoeken of een land vuile handen heeft, klonk het toen. “Zo’n onderzoek duurt jaren en dan zou de UM het nu zelf gaan bepalen. Is dat zorgvuldig?”
Politiek neutraal
Afgelopen week namen twee van de drie sprekers opnieuw het woord. Eliyahu Sapir, sociaal wetenschapper aan de UM, vindt het ongeoorloofd dat de UM eerst onderzoekt of een land zich misdraagt en op basis daarvan de samenwerkingspartners onder de loep neemt. “Dat is op nationaliteit gebaseerde discriminatie”, hield hij de raad voor. Om eraan toe te voegen dat de komst van dit beleidsinstrument alles te maken heeft met de oorlog tussen Israël en Hamas. De UM werkt immers al jaren samen met landen – “denk aan Turkije en Saoedi-Arabië” – waar de mensenrechten niet zijn gegarandeerd.
Universitair hoofddocent Ewout Meijer (psychologie en neurowetenschappen) benadrukte tijdens zijn spreektijd dat de universiteit als instituut politiek neutraal zou moeten opereren, iets waar de UM in zijn ogen vanaf stapt. “We moeten ernaar streven een platform te zijn voor individuele expressie dat dissidentie omarmt, niet afsluit. Dat is de enige manier waarop een universiteit kan gedijen.” Hij riep net als Sapir de raadsleden op om tegen te stemmen. Slechts twee gaven daar gehoor aan. Met vijftien stemmen voor is de HRDD nu een feit.
Pilot
Dit jaar is een pilotjaar. Alle bestaande ‘institutionele samenwerkingspartners’ (waarmee UM-bestuurders een contract hebben getekend) worden bekeken; Letschert hoopt dat dit in oktober rond is. Israël behoort tot de eerste drie casussen. Het is aan een nieuw te vormen commissie om de beoordeling in goede banen te leiden: de Sensitive Partnerships Committee met daarin voorzitters van drie subcommissies (mensenrechten, kennisveiligheid en fossiele/gevoelige industrieën). De universiteitsraad zal nauw betrokken worden bij de evaluatie.