Die commissie vond “serieuze aanwijzingen” dat Israël “ernstige mensenrechtenschendingen pleegt, waaronder oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en potentiële genocidale daden”. Omdat de Hebrew University direct betrokken is bij het opleiden van Israëlische militairen, draagt zij volgens de commissie indirect aan die misdaden bij. En dus luidde het advies om het partnerschap op institutioneel niveau te beëindigen tot de Hebrew University bijdraait, zegt Shaw, in het dagelijks leven hoofddocent aan de FHML.
Waarom duurde het eigenlijk zo lang voor er een advies lag? Andere universiteiten namen al eerder besluiten over de banden met Israëlische instellingen.
“Het verschil is dat het college hier besloot om niet enkel op de situatie in Gaza te reageren, maar een systeem op te tuigen dat ook voor andere landen gebruikt kan worden. Bij de ontwikkeling van het Human Rights Due Diligence Framework (het raamwerk waarmee gevoelige samenwerkingen van de UM getoetst worden, red.), wilde men de bredere UM-gemeenschap betrekken, iedereen mocht zijn zegje doen. Vervolgens moest de universiteitsraad het goedkeuren (wat in februari 2025 gebeurde, red.). In dat hele proces is de meeste tijd gaan zitten. Onze commissie is in april van dit jaar ingesteld, de leden zijn er sindsdien een dag per week mee bezig geweest, naast hun gewone werk, terwijl ook de zomervakantie er nog tussen zat. Wij zijn zo snel geweest als we konden.”
Waarom mogen bestaande samenwerkingen tussen bijvoorbeeld individuele onderzoekers of in het kader van Europees gefinancierde Horizon-projecten, zo die er zijn, wel doorgaan?
“Die vallen niet onder het HRDD-raamwerk. Wij kijken naar langdurige partnerschappen tussen universiteiten, instituten of departementen met strategische doelen. We zijn ons bewust van de zorgen die er leven over de academische vrijheid en willen er verre van blijven om tegen individuele onderzoekers te zeggen met wie ze wel of niet mogen samenwerken. Aan het eind van dit kalenderjaar wordt de pilot met het HRDD, waarin ook naar samenwerkingen met Soedan en Turkije wordt gekeken, geëvalueerd. Dan kijken we ook of de reikwijdte van het raamwerk vergroot zou moeten worden.”
Hebben jullie het werk van commissies van andere universiteiten niet nodeloos overgedaan?
“Natuurlijk wisten we dat er elders al besluiten lagen en hebben we de rapporten van vergelijkbare commissies gelezen. Maar due diligence (zorgvuldig handelen, red.) is wat anders dan het werk van anderen copy-pasten. We wilden het bewijs zelf bekijken. Bovendien verandert de situatie in Gaza voortdurend en was er sinds een aantal van die andere rapporten uitkwam meer bewijs bijgekomen.”
Was de commissie unaniem in haar oordeel?
“Er was natuurlijk discussie over het bewijs, hoe dat te interpreteren en hoe ons advies er precies uit zou moeten zien. Uiteindelijk was iedereen die betrokken was bij het opstellen ervan het erover eens dat de institutionele samenwerking met de Hebrew University in zijn huidige vorm niet door kon gaan, dat is ons belangrijkste advies. Op verzoek van een minderheid van de commissie wordt in het advies nog de mogelijkheid geopperd om het uitwisselingsprogramma half te beëindigen: wel studenten van daar naar hier laten komen, maar andersom niet. Mijn probleem daarmee is dat een eenzijdige uitwisseling natuurlijk geen echte uitwisseling is. Het college heeft ook niet voor die optie gekozen.”
Ben je blij met de uitkomst?
“Nee, dat is te sterk uitgedrukt, al ben ik wel blij dat het college ons advies heeft aangenomen. Het is een moeilijke situatie, want juist de vakgroep Psychologie lijkt redelijk actief te zijn geweest in het protest tegen de oorlog. Ook doet de voorzitter onderzoek naar hoe je groepen kunt verzoenen en zijn ze niet rechtstreeks betrokken bij het opleiden van militairen. In die zin is het jammer dat we moesten adviseren om het uitwisselingsprogramma te beëindigen. Maar bij het beoordelen van een strategisch partnerschap moeten we naar de hele universiteit kijken.”