Verliest het MUMC+ zonder de integratie haar academische status?

Verliest het MUMC+ zonder de integratie haar academische status?

De bestuurlijke integratie tussen UM en MUMC+ in negen vragen

04-02-2026 · Achtergrond

Een van de redenen waarom beide partijen een bestuurlijke integratie willen is, los van de kansen, de kwetsbaarheid die zij allebei ervaren in het huidige tijdsgewricht. Is het aannemelijk dat er bezuinigd gaat worden op de academische ziekenhuizen? En zo ja, dat het MUMC+ dan moet vrezen om de academische status te verliezen?

De kans dat dit gebeurt, acht hoogleraar gezondheidseconomie Wim Groot “zo goed als uitgesloten. Het past niet in de Nederlandse verhoudingen om dit te doen. Het zou heel grote consequenties hebben voor de kwaliteit van de opleiding geneeskunde, het MUMC+ fungeert immers als een werkplaats voor de nieuwe generatie dokters. Maar het zou ook gevolgen hebben voor onderzoek, innovatie (nieuwe behandelingen), en complexe medische zorg.

“Er is landelijk een beweging gaande om behandelingen – met name op het gebied van oncologie en cardiologie -   te concentreren in gespecialiseerde ziekenhuizen. Dit zou ook kunnen gebeuren voor zeer specialistische zorg waarvoor een vergunning is vereist. Zoals kinderhartchirurgie die de toenmalige minister van Volksgezondheid alleen in Groningen en Rotterdam wilde hebben, ten koste van Utrecht en Leiden/Amsterdam. De rechter stak daar vorig jaar een stokje voor. Neem Maastro, dat heeft een protonenversneller [vernieuwende manier van bestralen bij kankerpatiënten], er zijn er drie van in Nederland terwijl je met twee uitkomt. Je loopt als Maastrichts ziekenhuis een risico omdat je excentrisch ligt. Die vergunningen gaan misschien eerder naar een instelling in het centrum van het land. Maar ik zie niet hoe een fusie hier de kansen voor Maastricht zou verbeteren.”

Terug naar de vragen

Auteur: Riki Janssen

Illustratie: Simone Golob

Categoriëen:

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.