“Ze zeiden: ‘We hebben genoeg gepraat.’ Nou, in elk geval niet met mij”

“Ze zeiden: ‘We hebben genoeg gepraat.’ Nou, in elk geval niet met mij”

Rechtenfaculteit neemt afscheid van decaan Jan Smits

25-02-2026 · Interview

Wat een grap dat juist híj vorig jaar een wetenschappelijk artikel publiceerde over waarom het goed is om als academisch bestuurder op tijd te stoppen, dat wil zeggen na maximaal zes tot acht jaar. Jan Smits gaat ruim over die acht jaar heen. Collega’s noemen hem een toegewijde decaan voor wie de faculteit op nummer één staat, een harde werker, iemand die de lat hoog legt en ‘een tikkeltje’ last heeft van controledrang. Maar ben je gek, zo zou hij het zelf niet noemen.

Toen hij in 2017 het stokje overnam van Hildegard Schneider veranderde hij de inrichting van de decanaatskamer rigoureus. Zware en donkere houten meubelstukken eruit, moderne, lichte elementen erin. In het oog springen de oranje stoelen aan een witte tafel. Waar gaat de inboedel binnenkort naartoe? Naar de tweede verdieping van de Minderbroedersberg? Daar waar het college van bestuur zetelt, vragen we Jan Smits op de man af. Tijdens het interview, in januari, was het al geen publiek geheim meer dat collegevoorzitter Rianne Letschert waarschijnlijk een ministerschap wachtte in het nieuwe kabinet en in de wandelgangen bij rechten werd gezegd dat Smits het stokje zou overnemen.
Observant vroeg voorafgaand aan het interview een aantal medewerkers uit de faculteit hoe zij de decaan hebben meegemaakt, waar hij in uitblinkt en wat gemopper opleverde. Een van hen zei: “Als je hem naar een collegevoorzitterschap vraagt, kijk dan even hoe hij reageert. Begint hij over een tuin en vogels, dan weet je dat hij er zin in heeft.”

Voldoening

Smits kruist zijn armen, een kleine grijns: “Er is volgens mij geen vacature.” Geen woord over een tuin of vogels. “Serieus, er is geen vacature.” Maar zie je het zitten om een universiteit te besturen? “Daar kan ik alleen een politiek correct antwoord op geven en dat wil je toch niet?” Nee.
(Bijna twee weken geleden werd bekend dat hij voor een half jaar de rol van rector op zich zal nemen; Pamela Habibović wordt per 1 maart de nieuwe tijdelijke collegevoorzitter, allemaal in afwachting van de integratie tussen het ziekenhuis en de universiteit).

In 2017, aan het begin van zijn decanaat, was Smits resoluut: ‘Ik doe dit vier jaar en dan ga ik terug het onderzoek en onderwijs in.’ Dat is mislukt. “Het is iets langer geworden, het besturen was leuk, nou ja, heel vaak ook niet leuk, maar ik vond het wel uitdagend. Een rare term, maar je kunt er veel voldoening uit halen om iets te betekenen voor anderen.” Toch vindt hij het nu echt goed geweest. “Ik heb er een artikel aan gewijd, over waarom het op een gegeven moment belangrijk is om op te stappen.”
Diezelfde middag belandt een pdf van The Comparative Law and Economics of Term Limits for Academic Leadership in de e-mail. Hij deed onder andere onderzoek naar de termijnen van de laatste dertig decanen aan de tien Nederlandse rechtenfaculteiten. Gemiddeld zitten ze 5,4 jaar op hun post (deze Maastrichtse decaan haalt het gemiddelde behoorlijk omhoog met 8,5 jaar). Twee termijnen van vier jaar is het maximale, concludeert hij uit onderzoek naar leiderschap. Wie te lang ‘op het pluche zit’, komt te ver van de werkvloer af te staan. Wat Smits betreft moeten leiders uit de faculteit komen (zijn opvolger Ronald Janse komt van de Open Universiteit) én ernaar terugkeren, schrijft hij.

“Acht jaar geleden had ik het idee dat je veel meer kunt doen, maar dat blijkt tegen te vallen”

Maar is het wel te doen om terug te keren na zo’n lange tijd waarin hij de literatuur over zijn vakgebied, Europees privaatrecht, niet heeft kunnen bijhouden (want onmogelijk qua tijd)? “Ik vind het heerlijk om me te concentreren op één ding. Ik kan me niet meer voorstellen hoe het is om je één dag, laat staan een week lang op te sluiten om aan een artikel te werken. Ik ga zien of dat nog lukt, maar ik denk het wel.”

Hard roepen

Smits liet er vanaf het begin geen gras over groeien: het onderwijs, vooral de Nederlandse juridische bachelor, moest op de schop. Die trok al jaren veel minder studenten dan de Engelstalige European Law School en die onevenwichtige verhouding beviel hem niet. Daarbij vond hij dat Maastricht iets anders moest doen, in elk geval anders dan Tilburg, Nijmegen enzovoort. Een uniek onderwijsprogramma zou ook scholieren van buiten de provincie kunnen trekken, was de gedachte. De inhoud is inmiddels sterk aangepast en er is meer aandacht voor persoonlijke ontwikkeling door middel van een portfolio, maar het blijft slechts bij “een lichte groei”, concludeert hij. De Nederlandstalige bachelor mocht afgelopen september rekenen op ruim tweehonderd nieuwkomers. Het verschil met European Law School (numerus fixus van 550) is nog steeds erg fors. “Het gaat nooit helemaal zoals je denkt van tevoren. Je ziet, en lang niet alleen in Maastricht, dat de instroom regionaliseert. Wil je studenten trekken van ‘buiten’ dan moet je een unieke opleiding aanbieden. Een mooi voorbeeld is onze master forensica, criminologie en rechtspleging.” Dat de bachelor rechtsgeleerdheid ‘civiel effect’ moet opleveren en daardoor verplichte blokken bevat waarmee afgestudeerden toegang krijgen tot advocatuur, openbaar ministerie en rechterlijke macht beperkt de mate waarin je een curriculum kan omgooien. “Acht jaar geleden had ik het idee dat je veel meer kunt doen, maar dat blijkt tegen te vallen.” Wel is hij blij dat de faculteit ook op onderzoeksgebied veel meer heeft ingezet op Nederlands recht.

Werkdruk

Onder zijn leiding is het studentenaantal gegroeid met duizend en de stafomvang met ongeveer honderd fte. Tegelijkertijd ziet hij hoe de faculteit nog steeds gebukt gaat onder de werkdruk. “Het is een veelkoppig monster, we hebben er zeker oog voor, niet voor niets is er een grote groep docenten aangenomen.” Voor jonge universitair docenten kwamen er bovendien startersbeurzen waardoor de druk van de ketel ging.

“Het is frustrerend: je kunt dingen tig keer roepen, het komt niet over”

“Maar mensen maken het zichzelf vaak te moeilijk, ja, dat mag je opschrijven. We herhalen steeds opnieuw de boodschap dat het niet nodig is om tien publicaties per jaar te hebben. Het gaat om de kwaliteit van wat je doet. En als dat, naast onderwijs, één mooi artikel is, dan is dat oké. Toch zijn mensen altijd geneigd meer te doen.” Geven leidinggevenden niet het goede voorbeeld? “Dat zou kunnen. Het is frustrerend: je kunt dingen tig keer roepen, het komt niet over.”

Veilig

Smits is “een decaan die ik nooit heb horen klagen over hoe druk zijn baan is”, liet een van de stafleden bij rechten aan Observant weten. “Hij is een keiharde werker.” Ook anderen prijzen hem om zijn toewijding: “Hij is er altijd”, “zeer benaderbaar”, “geïnteresseerd in hoe het met je gaat”. En: “Een bestuurder die om advies en hulp durft te vragen”, “hij legt de lat voor zichzelf én anderen hoog”.
Heeft Smits geprobeerd de lat lager te leggen? “Dat kan ik niet. Het komt voort uit een, nou ja, controledrang is te veel gezegd, want het ligt eraan waarover het gaat. Ik geef veel vrijheid en vertrouwen als het om inhoudelijke zaken in onderwijs en onderzoek gaat. Maar het creëren van voorwaarden om dat goed te kunnen doen, vind ik de taak van de decaan, van het hele faculteitsbestuur. En ja, daar ben ik veel meer hands on. Ook als het gaat om het oplossen van problemen.” Hij doelt vooral op sociale veiligheidsthema’s. “Het is heel goed dat er zoveel aandacht voor is en je moet ingrijpen als er iets aan de hand is, maar ik vind het moeilijk dat soms ten onrechte die kaart wordt getrokken. ‘Ik voel me onveilig’, horen we te vaak.”

Hiërarchie

Erkennen en Waarderen, het landelijke programma waarbij onderzoekers niet alleen meer worden beoordeeld op publicaties, maar ook op hun inzet in het onderwijs, impact of leiderschap, omarmt Smits volledig. “Het is heel goed dat het anders gaat dan voorheen. Was je vroeger opleidingsdirecteur dan werd gezegd: ‘Als je stappen wilt maken, moet je eerst terug het onderzoek in en publiceren’. Dan erken je niet wat iemand doet voor een faculteit.”

“Het leidt alleen maar tot frustratie bij mensen die om de een of andere reden niet worden bevorderd”

Als het aan hem ligt, wordt iedereen professor na een promotie, zoals in Vlaanderen. In februari 2023 schreef hij er in de NRC een opiniestuk over. Volgens hem schieten we niets op met het hiërarchische stelsel op universiteiten. “Het leidt alleen maar tot frustratie bij mensen die om de een of andere reden niet worden bevorderd.”

Demonstreren

‘Iedereen professor’ was niet het enige opinieartikel tijdens zijn decanaat. In Observant sprak hij zich in april 2022 uit nadat de website van het universiteitsblad door een DDos-aanval was platgelegd. Die actie volgde op een artikel over gratis menstruatieproducten waarin stond dat vrouwen menstrueren. Er had ‘mensen menstrueren’ moeten staan, vond onder andere Feminists of Maastricht. Observant lag onder vuur en werd transfoob genoemd. Smits veroordeelde in zijn opinie het stilzwijgen van het incident in de universiteitsraad. Volgens hem mag je verwachten dat academici, zeker de medezeggenschap, de aanval op de vrijheid van meningsuiting keihard afwijzen.

Voelde hij zich als decaan niet geremd om zijn mening te verkondigen? “Als ik iets belangrijk vind, laat ik me niet tegenhouden.” Nooit? Bij de pro-Palestijnse demonstraties ligt dat anders, geeft hij toe. Hij zoekt naar woorden, wil zich voorzichtig uitdrukken. “Het is een ingewikkeld thema. De reden waarom ik als decaan terughoudend ben, is dezelfde als die van het college van bestuur: je wilt niet de vrije gedachtevorming belemmeren. Het is een onderwerp waar binnen de universiteit verschillende meningen over bestaan.

"Demonstreren is prima, dat kun je ervaren als overlast, was het soms ook, maar prima om dat toe te staan zolang er geen dingen kapot worden gemaakt"

Demonstreren is prima, dat kun je ervaren als overlast, was het soms ook, maar prima om dat toe te staan zolang er geen dingen kapot worden gemaakt. Van de bekladding van de toiletten hebben we aangifte gedaan bij de politie, dat is vandalisme. Er zijn collega’s die dat raar vinden en zeggen: ‘We hebben toch wel andere prioriteiten?’. Toen de emoties internationaal en nationaal hoog opliepen, heb ik een bijeenkomst georganiseerd in de faculteit over de vraag ‘hoe willen we hiermee omgaan’. Die was beladen, maar iedereen heeft zich kunnen uitspreken. Ik wilde ook graag met de demonstranten om tafel, maar die zeiden: ‘We hebben genoeg gepraat’. Nou, in elk geval niet met mij.”

Sociale advocatuur

Opvolger decaan Ronald Janse gaat zijn eigen koers uitstippelen – “moet hij vooral ook doen” – maar zijn er dingen waar Smits nog even aan had willen (door)sleutelen? “AI. Voor de hand liggend, maar wel heel belangrijk.” Ook zou de opleiding wat hem betreft aan de slag mogen met sociale advocatuur, een wens van het ministerie van Justitie. “Het is een beetje dubbel. Het is uitgekleed door het ministerie zelf en nu krijgen juridische faculteiten de opdracht om mensen op te leiden die die richting uit gaan. Maar ik ben voorstander.”

Auteur: Wendy Degens

Foto: Jonathan Vos/ archief rechtenfaculteit

Tags: jan smits, rechten, decaan, rechtenfaculteit, afscheid, nederlands recht, scheefgroei, rector, palestina, gaza, iedereen professor, erkennen en waarderen,instagramNL

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.