Vier bezwaren worden opgesomd in de brief die is gericht aan de faculteitsraad Health, Medicine and Life sciences én de universiteitsraad. Beide gremia hebben een belangrijke stem in het integratietraject en kunnen de komende tijd op de rem trappen.
Wat de wetenschappelijk directeuren vooral zorgen baart, is de dubbelrol van de ziekenhuischef, nu Helen Mertens. Deze bezet niet alleen de belangrijkste bestuurdersstoel in het MUMC-construct van ziekenhuis en FHML, maar wordt ook nog co-voorzitter, net als de rector, in het centrale bestuurscollege dat de scepter zal zwaaien over de héle geïntegreerde instelling van UM en ziekenhuis. Dat de invulling van deze ‘topstructuren’ niet deugt, daar wordt meer over geklaagd, onder andere in zowat alle faculteitsraden waar Observant de afgelopen tijd bij aanschoof.
Is zo’n dubbelrol wenselijk? Is het juridisch mogelijk? Daar zetten ook de directeuren van de onderzoeksinstituten vraagtekens bij. Wat als er problemen zijn en men hogerop wil (dus naar het centrale college) om in beroep te gaan? Dan ontmoeten ze daar een en dezelfde persoon: de ziekenhuisbaas. De interne checks and balances komen daarmee onder druk te staan, de escalatieladder “wordt feitelijk uitgehold”, menen de briefschrijvers. Om het nog maar niet te hebben over de zwaarte van de banen. Kunnen die wel met genoeg aandacht, onafhankelijkheid en kwaliteit worden uitgeoefend, vragen ze zich af.
Vicevoorzitter
Verder stellen de instituutsdirecteuren voor om van de FHML-decaan geen ‘onbelangrijkere’ vicevoorzitter te maken in het MUMC, zoals nu in de plannen staat, maar co-voorzitter (samen met de ziekenhuisbaas, net zoals in het centrale bestuurscollege). Die gelijkwaardigheid is een must volgens de directeuren als je zegt dat je “gezamenlijk” wenst te beslissen en “samen sterker” wil worden.
Een ander punt: in een belangrijk overlegorgaan (het zogeheten GMO, het geïntegreerd MUMC+ overleg) loopt de academische inbreng alleen via de vicedecaan onderwijs; de onderzoekers moeten daarin een veel zwaardere stem krijgen, vinden de directeuren.
Als laatste gaat het over de financiën. Ze beklagen zich subtiel, maar in niet mis te verstane woorden over het feit dat een deel van de onderliggende financiële stukken niet is gedeeld met de gemeenschap. Hoe lopen de geldstromen en wat zijn de financiële gevolgen voor zorg, onderwijs en onderzoek?
Overigens zijn de directeuren niet principieel tegen de integratie. Ze staan “in beginsel positief” ertegenover, ze hebben oog “voor de verdere ontwikkeling en versterking van beide instellingen”.
Geconsulteerd
Blijft de vraag waarom deze brief in dit stadium van de plannen is verstuurd. Zijn deze directeuren, toch geen onbelangrijke mensen binnen de faculteit, dan niet geconsulteerd in de afgelopen maanden? Of is hen wel om advies gevraagd, maar is daar onvoldoende mee gedaan? Daar is nog geen antwoord op gekomen. De universiteitsraad buigt zich woensdag 25 februari in een openbare vergadering over de integratie. Of ze dan al gaan stemmen, is maar zeer de vraag. De FHML-raad buigt zich er (opnieuw) over in maart.