Hij had “veel zin” in het schrijven van zijn scriptie, vertelde hij afgelopen najaar. “Bij mijn bachelor [hbo European Studies in Den Haag] stelde ik dat zo lang mogelijk uit, maar nu wil ik graag beginnen.” Is dat enthousiasme er nog steeds nu hij daadwerkelijk is begonnen? “Misschien was ik iets te overmoedig”, klinkt het grinnikend.
Demonstratierecht
Wittenberg gaat het recht om te demonstreren in Duitsland onderzoeken. “Dat is de afgelopen jaren steeds verder uitgehold”, vertelde hij de vorige keer. “Er bestaat een waslijst aan verboden, je mag bijvoorbeeld niet trommelen, want dat maakt lawaai. Terwijl je met een protest natuurlijk net de aandacht wilt trekken.”
Zijn voorstel is vorige maand goedgekeurd. Wittenberg gaat boerenprotesten, pro-Palestijnse demonstraties en de protestmarsen van het rechtsextremistische Pegida met elkaar vergelijken. “Hoe werd er door de politie en overheid op gereageerd, wat zijn daar de verschillen in?” Hij heeft geluk met zijn supervisor, vindt hij. “Ik hoor van studiegenoten dat sommige begeleiders proberen hun onderwerp te veranderen of telkens op vakantie zijn.”
Typisch Nederlands
Zijn vrienden ziet hij inmiddels “vaker in de bieb dan aan de bar”, maar er is ook tijd voor ontspanning. “Een paar weken geleden heb ik voor het eerst, op een dagje in Breda toen ik zestien was na, carnaval gevierd. Mijn internationale vrienden vroegen me wat er allemaal gebeurde, ze kijken meteen naar mij als er iets ‘typisch Nederlands’ gebeurd, maar nu had ik ook geen idee.” Dus stond het groepje op dinsdagavond te kijken naar het neerhalen van het Mooswief, de traditionele afsluiting van de Maastrichtse vastelaovend, in de foutieve veronderstelling dat de pop de fik in zou gaan. “Dat was even teleurstellend, haha, voor mij ook.”
Banenjacht
Ook kijkt hij al voorzichtig naar banen. “We waren laatst met de studie in Brussel, toen kon je bij verschillende werkgevers een kijkje nemen. Ik ben naar Politico [Amerikaanse en Europese nieuwswebsite] gegaan. Dat was heel tof. Ze hielden bijna het omgekeerde van een promopraatje – dat je altijd te veel moet doen in te weinig tijd, dat je geen sociaal leven ernaast kunt hebben. En toch lijkt het me geweldig én ook een grote verantwoordelijkheid. Ze bieden juniorposities aan, dus wie weet.”
Tot slot staat er nog een sportieve uitdaging op de planning: een halve marathon lopen. “Daar heb ik niet heel veel zin in, ik heb me in een overmoedige bui opgegeven. Ik loop wel hard, maar meestal 5 kilometer. Dat heb ik inmiddels opgerekt naar 10, dus ik denk dat het wel goed komt, al ben ik gisteren nogal hard gevallen toen ik bij iemand achterop de fiets zat. Gelukkig is het pas in mei.”