Met als resultaat dat de A76 bij Heerlen in de zomer van 1990 het decor vormde van “een sprookje”, in de woorden van deze krant, dat “24 gelukkige vrijetijdsblowers in hun stonedste dromen niet hadden kunnen bedenken”. Zij mochten eerst op kosten van de Verenigde Staten een joint roken en daarna in een “comfortabele Volvo” over de door politieagenten afgezette autoweg rijden. En daar stond ook nog eens een paar honderd gulden beloning tegenover. Het enige wat ze daarvoor hoefden te doen: de auto zo recht mogelijk op de weg proberen te houden.
Het Amerikaanse ministerie van Verkeer was bijzonder benieuwd naar hun prestaties. De invloed van marihuana op de rijvaardigheid was namelijk nog nooit grondig onderzocht. Tegelijkertijd toonden studies aan dat wietgebruik populair was onder Amerikaanse jongeren – een kwart blowde maandelijks – en had men geen poot om op te staan tijdens processen tegen bestuurders die onder invloed van marihuana ongelukken hadden veroorzaakt.
In eigen land vormden de torenhoge verzekeringspremies – men vreesde gigantische claims als er iets mis zou gaan – een obstakel voor een experimentele studie. Blijkbaar voorzagen Nederlandse verzekeraars minder problemen, want in 1989 gaven de Amerikanen de opdracht aan het Maastrichtse Instituut voor Geneesmiddelen, Veiligheid en Gedrag (inmiddels Experimental Psychopharmacology Unit geheten), waar al enkele jaren ervaring was met het testen van de invloed van medicijnen en alcohol op rijgedrag.
"Prima spul"
Men ging niet over één nacht ijs, want liefst drie Nederlandse ministeries werden erbij betrokken: Buitenlandse Zaken (voor het contact met de Amerikanen), Verkeer en Waterstaat (om een stuk autoweg beschikbaar te stellen) en Justitie (voor een ‘opiumverlof’). De Mexicaanse marihuana, gekweekt aan de Universiteit van Mississippi, werd in een verzegeld kistje naar Maastricht verstuurd – het was volgens de meeste proefpersonen “prima spul”, al vonden anderen de jointjes “te droog”, aldus onderzoeksleider Hindrik Robbe in Observant.
Onder invloed van verschillende doseringen maakten deelnemers meerdere ritjes over de lege A76. Een camera op het dak van de Volvo registreerde elke koerswijziging en was verbonden met een enorme computer op de achterbank, die ook andere gegevens zoals snelheid verzamelde. Een rij-instructeur op de bijrijdersstoel kon met behulp van een dubbele bediening op ieder moment ingrijpen.
Misleidend
Dat er in totaal 24 avonden een rijbaan van 22 kilometer werd afgezet, trok de nodige aandacht. Instituutsdirecteur James O’Hanlon ontving tientallen vragen per dag “van de meest uiteenlopende figuren” uit binnen- en buitenland, verzuchtte hij in september 1990 tegenover deze krant. “Het is heel moeilijk te blijven zwijgen.” Dat deed hij dan ook niet: terwijl de analyse nog lang niet was afgerond, gaf hij op tv alvast een ‘voorpublicatie’ bij Veronica’s Nieuwslijn. Een aantal kranten concludeerde daaruit dat wiet “geen ingrijpende invloed op de rijvaardigheid heeft”. Een “ronduit misleidende” interpretatie van zijn woorden, klaagde O’Hanlon achteraf.
Van die fout werd geleerd: de volgende reeks experimenten – waarbij deelnemers werden ‘losgelaten’ in het normale verkeer, eerst op de autoweg en daarna zelfs in de stad – verliepen geruisloos, zelfs advertenties voor proefpersonen bleven achterwege uit angst voor ruchtbaarheid. Anders “zou je ieder moment een auto met een journalist naast je kunnen zien opduiken”, aldus Robbe in 1994, na publicatie van de onderzoeksresultaten.
Ingrijpen
Daaruit bleek dat marihuana zeker niet onschuldig is: hoe meer de proefpersonen gerookt hadden, hoe harder ze over de weg gingen slingeren. In combinatie met alcohol werd het “pas echt gevaarlijk”. “Iemand die een goede joint rookt en daarbij twee glazen bier drinkt, presteert even slecht als iemand die tien glazen bier heeft gedronken.”
Overigens leidde dat tijdens de experimenten niet tot brokken. De rij-instructeur hoefde slechts twee keer in te grijpen, volgens Robbe omdat de bestuurder tijdens de eentonige rit in een droomtoestand kwam: de ene keer was deze op de terugweg alweer de eerdere waarschuwing voor een schroevendraaier op de rijbaan vergeten, de andere keer werd een levensgroot bord over het hoofd gezien.
De internationale bekendheid die het instituut met de studie verwierf, werd handig ingezet door de universiteit, tot frustratie van O’Hanlon en Robbe. “Psychologie wilde ons niet betrekken in de ontwikkeling van het curriculum, maar wilde hier wel opnames maken voor promotiedoeleinden.”