Of ik even kon vertellen wat ik daar deed. “U hangt hier al de hele ochtend rond”, zei de politieagent afgelopen donderdagochtend 2 april. Na het tonen van mijn perskaart van de Nederlandse Vereniging van Journalisten en de mededeling dat universiteitsblad Observant verslag deed van de bezetting van Oxfordlaan 55 door pro-Palestijnse demonstranten, volgde er een bescheiden knikje. Het zat me niet helemaal lekker. Natuurlijk begrijp ik vanuit zijn positie dat types die niet meteen herkenbaar zijn als journalist, drie uur lang ‘onveilig’ gebied observeren, zo nu en dan hun schrijfboekje tevoorschijn halen, tikken op hun telefoon, bellen en foto’s maken, verdacht zijn.
De Limburger kwam in de loop van de ochtend aan met een camera mét logo. Collega’s van Orange Media droegen speciale jasjes of bodywarmers, ook met logo. En waar was ik van? Dat kon niemand zien.
Het was een mooie plek daar aan de overkant, ik had vrij zicht op het gebeuren rondom Oxfordlaan 55: het afzetten van de straat, de komst van nog meer politieauto’s, een commandovoertuig van de brandweer, kleine overleggen tussen allerlei mensen van de hulpdiensten, bemiddelingspogingen, de komst van een (waarschijnlijk) onderhandelaar van de politie. Zijn gloednieuwe Mercedes parkeerde hij achter de afzetlinten, opende de achterbak en trok iets aan voor mogelijk volgende fase van de politie-inzet (lees: een kogelwerend vest).
Een medewerker van het ziekenhuis begon uit het niets te kletsen, geen woorden om op te schrijven, maar het voelde vreemd dat mijn functie als journalist op dat moment voor hem niet duidelijk was. Dat gebeurt vaker, zelfs met een opschrijfboekje in de hand. We wonen lezingen, debatten, protesten en bijeenkomsten bij en wijden er vervolgens een artikel aan. En natuurlijk, als we iets willen weten van mensen of hen citeren, zullen we ons altijd voorstellen als journalist, dat lijkt me logisch. Vaak zijn we van tevoren ook al aangemeld bij de organisatie.
Maar ondanks dat we ons houden aan de journalistieke codes denk ik dat (nog) meer transparantie de betrouwbaarheid van ons vak vergroot. Dus laat maar komen die ‘PERS’-petjes, speciale pennen, telefoonhoesjes en opschrijfboekjes met opdruk, misschien zelfs een bodywarmer met ons logo? Of houden we het bij een simpel keycord met een zelf gefabriceerde ‘PERS/Observant kaart’? We denken erover na. Mijn NVJ-perskaart is binnenkort aan verlenging toe; het staat in vette letters in de agenda. Had ik die niet kunnen tonen, afgelopen donderdag, dan was het met deze redacteur misschien wel heel anders afgelopen.
De hoofdredacteur geeft een kijkje achter de schermen op de redactie