“Hier ben ik, ja, recht voor je.” Van een afstandje zwaait Huizinga een paar keer om te laten weten dat hij er is. Gestoken in wieleroutfit, helm op het hoofd en met een glimmende fiets aan zijn hand is hij op de drukke Maastrichtse Markt niet te missen. Hij staat op het punt een trainingsrondje te maken, de omstandigheden zijn goed, weinig wind en een lekker zonnetje. “Ik denk dat ik 45 kilometer doe, misschien even de Bemelerberg. Een paar dagen geleden heb ik 80 kilometer gedaan door het Heuvelland en de Voerstreek, dat ging goed.”
Sponsoren
Fietsen kan Huizinga wel, meedoen aan de Amstel Gold Race stond echter nooit op zijn wensenlijstje. Tot hij werd gestrikt door het HersenStrijd Fonds, een van de goede doelen van het Universiteitsfonds Limburg, dat zich onder andere inzet voor onderzoek naar hersenletsel en de behandeling daarvan. Met allerlei acties en evenementen wordt geld opgehaald, zo ook bij de enige Nederlandse wielerklassieker. “Ik werkte als studentmedewerker bij Development & Alumni Relations, collega’s van het Universiteitsfonds zaten een paar deuren verderop, ik heb hun werk altijd interessant gevonden. Zo is het balletje gaan rollen, ik werd gevraagd om mee te fietsen”, vertelt Huizinga die daarmee eveneens de opdracht aanvaardde om sponsorgeld op te halen. “Duizend euro, dat is het standaard doel, ik zit er volgens mij al overheen.” Hij pakt zijn telefoon om te zien wat er nog is binnengekomen aan donaties. “Ja, ik zit zelfs al boven de 1100 euro. Dankzij onder andere vrienden en familie. Dat het zo snel zou gaan, had ik niet verwacht.”
Heel even leek het er nog op dat hij buiten de boot zou vallen, de tocht bleek zo gewild dat een startbewijs niet zomaar meer voorhanden was. “Maar er was een afvaller, ik kon mee.” Zo’n zes weken geleden kreeg hij definitief groen licht, wat de voorbereidingstijd niet ideaal maakte – sommige wielerliefhebbers trainen een heel jaar om zich van hun beste kant te laten zien in Limburg. “Maar ik heb een goede basisconditie, ik ben voetbalscheidsrechter en sta elk weekend op het veld. Dat is mijn passie en in het voorjaar en de zomer, wanneer het voetbalseizoen op z’n einde loopt, pak ik geregeld de fiets.”
“Spaghetti? Welnee”
Veel extra voorbereidingen heeft hij dan ook niet getroffen, speciale trainingsschema’s en een dieet zijn er niet aan te pas gekomen. “Een bord spaghetti?”, lacht hij, terwijl hij nog een slok water neemt. “Nee, dat heb ik nog niet gegeten.” Een paar banaantjes onderweg, wat gelletjes en een stop bij de verzorgingspost moeten straks voldoende zijn om de 100 kilometer te voltooien.
Waarom fietst hij eigenlijk geen langere afstand? De toerversie van de Amstel Gold Race kent ook nog varianten van 150, 200 en zelfs de (bijna) volle mep van 240 kilometer. “De 100 is net mooi qua balans tussen niet al te veel hoeven trainen en gewoon lekker kunnen fietsen. Als ik een andere afstand had gekozen, had ik meer meters vooraf moeten maken, daarvoor heb ik nauwelijks tijd.” Huizinga is bezig met afstuderen, loopt stage op de Brightlands Chemelot Campus in Sittard. “Op karakter kom ik een eind en ik heb gelukkig het ideale lichaam om te klimmen.”
Huizinga is pezig, niet te zwaar en zeker niet te groot, dat is een voordeel als hij zichzelf straks omhoog moet sleuren op soms pittige beklimmingen “Weet je wat het is? Als je omhooggaat, mag je ook weer naar beneden”, houdt hij de moed erin. “Ik visualiseer die afdaling, dat maakt het lichter. En ik zie het niet als een wedstrijd hè, het is allemaal voor het goede doel.”
Eervol
De vrijdagavond voor de race ontmoet hij de andere renners namens het HersenStrijd Fonds in startplaats Valkenburg. Daar krijgt hij zijn rugnummer, wordt er nog wat informatie uitgewisseld en daarna is het ieder voor zich. “Ik denk dat ik een uurtje of vier, vijf onderweg zal zijn.” Hij verheugt zich op de sfeer, de mensen langs de kant – “mijn ouders zijn er ook, ze zijn heel trots”- en kijkt uit naar de “prachtige plekken” waar hij langs mag fietsen. “En natuurlijk het hele evenement an sich, je moet geluk hebben om mee te mogen doen, de startbewijzen vliegen normaal de deur uit, als toerfietser kom je er nauwelijks tussen. Dat ik die kans nu krijg is zo gaaf, een hele eer.”