Mij wordt weleens gevraagd naar mijn buitenschoolse activiteiten. Ook wel: nevenfuncties. Daar zitten, ik zeg het maar eerlijk, een paar verplichte nummertjes bij. Maar juist eentje waarop meestal niet wordt gemikt door de vragensteller, pronkt al jaren onbetwist in mijn top 3: voetbalcoach.
Frappant, terwijl ik deze column zit te typen, ben ik op weg naar een voetbalwedstrijd. Niet zomaar eentje, maar een heuse kampioenswedstrijd. Nee, niets met PSV, die club heeft een kampioenschap al binnen. (Ik, geboren en getogen in Noord-Holland, vrees geen vrienden te maken in het diepe Zuiden door te erkennen dat in vroeger tijden mijn favoriete kluppie uit de hoofdstad kwam.) Een veel belangrijker match, nu ja, voor zeventien opgeschoten tieners dan toch. Zij spelen hun eigen wedstrijd van het jaar. Ik heb het privilege daarvan getuige te mogen zijn, als coach.
Over dat voorrecht beschik ik nu al een aantal jaren en het blijft onveranderd genieten. Sterker, van alle dingetjes die ik doe in de periferie van mijn werk of daar nog weer een heel eind verder vandaan, is dat trainen en leiden van een jeugdig voetbalteam een van de meest inspirerende en leerzame. Hoe komt dat nu, vraag ik mijzelf geregeld af. Je ziet jongens vallen en opstaan. Letterlijk ook. Anderhalf dozijn pubers die doen wat je hoopt dat ze doen en – veel belangrijker – dat met zichtbaar plezier. Beter worden in wat ze doen. Teamplayers worden. Als ik niet beter zou weten, zou ik denken, ‘verrek, ik zie een leerlijn’. Of, nog een portie beroepsdeformatie er bovenop, ze bereiken de Intended Learning Outcomes (ILO).
Je snapt, als ik die termen per ongeluk zou laten vallen bij mijn voetbalclub, raak ik mijn gezag voor eens en voor altijd kwijt. De oplettende lezer heeft natuurlijk door: die coachervaringen komen van pas op het werk (andersom ook wel een beetje, hoor). Zouden meer mensen moeten doen. O ja, het liefst laat ik ze spelen op echt gras. Met uitglijders. Vieze shirtjes en vuile handen. Ballen die nooit precies komen waar je ze hebben wil. Nooit lekker in de voeten. Moddergevechten. Voetbal op echt gras, metafoor voor het echte leven.
NB Voor wie het weten wil: de beslissende wedstrijd is inmiddels achter de rug en jawel, ‘mijn’ mannen wisten deze thriller in de allerlaatste minuut zowaar met 2-1 winnend af te sluiten. Prachtig hoe iets kleins zoveel plezier kan meebrengen.
Sander Jansen, universitair hoofddocent aan de rechtenfaculteit