Sinds 2024 geldt er een smartphoneverbod op Nederlandse middelbare scholen. De gedachte erachter is dat leerlingen slechter presteren als ze te veel op hun telefoon zitten. Scholen mogen zelf bepalen hoe dat verbod er in de praktijk uitziet. Gaat de mobiele telefoon alleen de klas uit? Of worden de apparaatjes op het hele schoolterrein verboden verklaard?
Er is nog relatief weinig onderzoek gedaan naar de effectiviteit van verschillende soorten telefoonverboden, vertellen ROA-onderzoekers Elien Vanluydt en Tim Huijts. En in het onderzoek dat er ligt, is vooral gekeken naar het effect op de leerprestaties. Die kijk is te beperkt, zeggen de twee. Ook het welzijn van de leerlingen en de verbondenheid die zij ervaren met medeleerlingen en leraren moeten onder de loep genomen worden. Dat is precies wat zij, met onderzoekers van onder meer de faculteit Health, Medicine and Life science, deden – “voor zover wij weten als eersten in Nederland”. Een kleine 1400 leerlingen van 24 middelbare scholen in zes Nederlandse provincies vulden een vragenlijst in. Daarnaast werd aan de scholen gevraagd hoe zij het smartphoneverbod vormgeven, is het geheel of gedeeltelijk?
Te kort door de bocht
De resultaten verschenen onlangs in het Journal of Youth and Adolescence. Wat blijkt? Voor de meeste onderzochte thema’s maakt een geheel of gedeeltelijk verbod geen verschil. Leerlingen in beide groepen waren even tevreden met hun leven, voelden zich even vaak eenzaam, meldden even veel fysieke en emotionele klachten en gaven even vaak toe andere leerlingen te pesten of zelf gepest worden. Een verrassende uitkomst, zegt Vanluydt. “We hadden verwacht dat een volledig verbod zou samenhangen met beter welzijn van de leerlingen en dat we bij een totale afwezigheid van die prikkels meer en betere sociale interactie zouden zien.”
Dat dit niet zo is, kan er volgens de onderzoekers aan liggen dat telefoonverboden hooguit de hoeveelheid schermtijd beïnvloeden, maar niet het problematisch gebruik van met name sociale media. Daarbij benadrukt Vanluydt dat het te kort door de bocht is om de mobiele telefoon tot dé reden voor afnemend welzijn van leerlingen te bombarderen. “Er speelt zoveel meer in hun levens, denk maar aan de wereldwijde crises en de toegenomen prestatiedruk. Bovendien er is tegenwoordig meer aandacht voor het welzijn van leerlingen. Een smartphoneban, of die nu volledig of gedeeltelijk is, is geen wondermiddel.”
Gissen
Wellicht nog verrassender was dat een totaalverbod op enkele punten juist met slechtere uitkomsten samenhing: leerlingen voelen zich op zulke scholen juist minder verbonden met hun leraren en, in het geval van meisjes, ook minder geaccepteerd en minder deel van hun school. Hoe dat kan, daarnaar is het nog gissen, zegt Vanluydt. “Eén hypothese is dat striktere regels als iets opgelegds worden ervaren. De leraar wordt gezien als degene die die regels oplegt, waardoor leerlingen minder een band met hen voelen. Een andere verklaring kan zijn dat er zonder smartphones minder gelegenheid is om informeel contact met je leraar te hebben.”
Moeten scholen met een algeheel smartphoneverbod het beleid nu omgooien? Voor die conclusie is het echt nog te vroeg, klinkt het. “We verzamelden deze data tien maanden na de invoering van het smartphoneverbod. Dat is snel; misschien – maar ook dat is gissen – ga je op langere termijn wel positievere effecten zien. Ik denk dat je dit soort maatregelen blijvend moet evalueren, dit is een eerste stap.”