De universiteit is een gemeenschap van waarden. Voor mij verreweg de belangrijkste daarvan is de academische vrijheid. De zon draait om de aarde. Kolonialisme is goed. Roken is gezond. Zonder de vrijheid om deze ooit algemeen aanvaarde opvattingen ongebreideld te bekritiseren, zijn leren en vooruitgang onmogelijk en verliest de universiteit haar bestaansrecht. De reden waarom ik zelf de universiteit nooit zal verlaten, is precies daarom: het is de plek waar nieuwsgierigheid wordt gecultiveerd en het debat plaats vindt op basis van feiten en argumenten – óók, ja juist, als wetenschappelijk verkregen kennis schuurt met wat wij eerder dachten. Kan het zijn dat kolonialisme ook positieve kanten had? Heeft het stimuleren van roken misschien voordelen? Vast niet, maar wie weet: alle kennis is slechts voorlopig. Het uitdragen en doorgeven van deze academische kernwaarde aan volgende generaties – we leren alleen door eerder verkregen kennis ter discussie te kunnen stellen – maakt de universiteit tot wat zij is. Echte antwoorden vinden we samen, maar nóg belangrijker is het stellen van de juiste vragen.
Toenemende polarisatie
Naast de academische vrijheid – die medewerkers en studenten veel ruimte geeft, maar hen tegelijk bindt aan de strikte normen van hun specifieke wetenschappelijke discipline – is er de vrijheid van meningsuiting. Die geldt voor iedereen, dus ook voor de leden van onze academische gemeenschap wanneer zij zich uiten over onderwerpen buiten hun eigen discipline. In een tijd van toenemende polarisatie doen onze studenten en staf dat steeds vaker. Dat valt alleen maar toe te juichen. Het past bij twee andere kernwaarden van de universiteit: het bevorderen van kritisch denken en van maatschappelijke verantwoordelijkheid, óók waar het gaat om de koers van de universiteit zelf. De luidruchtige maar vreedzame demonstraties van de afgelopen twee jaar tegen de banden van de UM met Israëlische instellingen tonen de grote emotionele commitment van een deel van onze gemeenschap bij wat elders in de wereld gebeurt en hoe de UM zich daartoe verhoudt. Dat de vrijheid van meningsuiting zich hier manifesteert in de vorm van volstrekt legitieme vreedzame demonstraties verplicht iedereen om nog beter te luisteren en argumenten extra te wegen. Dat die weging niet per se uitvalt zoals de demonstranten willen, is daarbij deel van onze universitaire besluitvorming.
Hardnekkig misverstand
Als intellectuele gemeenschap moet aan de universiteit de vrijheid van meningsuiting maximaal zijn. Maar die vrijheid komt met verantwoordelijkheid. Het is een hardnekkig misverstand dat laissez-faire of anything goes geldt voor wie het woord krijgt of demonstreert: waar incompetentie in het academisch discours doorgaans zonder al te veel compassie wordt afgestraft, mogen ook eisen worden gesteld aan wie zich op de campus roert. Ieder lid van onze gemeenschap is gebonden aan universitaire waarden als wederzijds respect, inclusie en ruimte geven voor debat, juist om die academische waarden ook voor anderen te waarborgen. Uitspraken mogen ongemak veroorzaken en mogen kwetsen, maar altijd op basis van argumenten en met alle ruimte om te reageren: shouting down van wie het oneens met je is, mag nooit. De beste reactie op jou onwelgevallige uitspraken, is om je zelf uit te spreken.
Onpopulaire ideeën
Zo wordt de vrijheid van meningsuiting ingekleurd door de universitaire setting. Kennis en de verspreiding daarvan zijn het meest gebaat bij een open en democratisch klimaat waarin intellectuele standaarden buiten onderwijsgroep, laboratorium en studieruimte net zo nastrevenswaardig zijn als daarbinnen. Bovendien bestaat hier geen ruimte voor wie binnen onze eigen gemeenschap oproept tot uitsluiting van bepaalde groepen, genocide toejuicht of discriminatie propageert. Hoe kan het ook anders aan een publiek gefinancierde universiteit als de onze, die moet zorgen voor een voor iedereen veilige leer- en werkomgeving? Zoals gezegd zijn controversiële en onpopulaire ideeën welkom (ik ben niet van de trigger warnings en de safe spaces), maar is het óók goed om helder te zijn over waar de universiteit als instelling voor staat.
Tragedie
Het enorme belang van de vrijheid je uit te spreken maakt het tot een tragedie wanneer pogingen daartoe moeten worden beperkt. Dat gebeurde recent toen de bezetting van het pand van ScanNexus aan de Oxfordlaan noodzakelijkerwijs door de politie moest worden beëindigd. Dan faalt alles wat hierboven is beschreven: dat de universiteit staat voor debat en niet voor de inzet van geweld. De eisen van de bezetters verdienden een inhoudelijke respons.
Maar ook hier komt vrijheid met verantwoordelijkheid: ik zal het demonstratierecht altijd met hart en ziel verdedigen, maar het bezetten van een gebouw bestemd voor onderwijs en onderzoek op een manier die niet valt binnen de grenzen van het demonstratierecht draagt niet bij aan een zinvolle dialoog. Het eerste gebod voor ieder die macht heeft, is om zich dienstbaar op te stellen. Alles wat kan bijdragen aan een zinvolle dialoog over de koers van de universiteit – op welk terrein dan ook – is daarom van harte welkom. Laten we dat gesprek op veel plekken voeren, zorgen horen én bepalen hoe we het op productieve wijze met elkaar oneens kunnen zijn. Het is van vitaal belang voor de universiteit.
Jan Smits, Rector Magnificus a.i.