Stephan Simon, werkzaam bij de universiteitsbibliotheek, zit bij de koffiehoek in het Studenten Service Centrum door een tijdschrift te bladeren. Precies dat laatste aspect mist hij bij digitale media, vertelt hij. “Artikelen lezen op een telefoon vind ik niet fijn, dan mis ik het overzicht. Als je door een papieren krant bladert, zie je veel meer. ‘Oh, dit gaat over iemand die ik ken, en hier heb je een leuke column’. Ook kun je makkelijk stukken delen. Als iemand van onze afdeling in een krant staat, wordt die vaak opengeslagen op een tafel gelegd, zodat iedereen het kan zien.”
Computer Science-student Matteo Cannata leest juist nooit een papieren krant. Al zijn nieuws krijgt hij online waarbij hij onderscheid maakt tussen nieuws dat vanzelf oppopt op zijn Instagram-feed en nieuws waar hij zelf naar op zoek gaat. “Dat laatste krijg ik het liefst van onafhankelijke bronnen, bijvoorbeeld journalisten die een eigen kanaal op Telegram hebben. Dit soort mensen spreekt óf de waarheid óf liegt alles bij elkaar. Daardoor vind ik het makkelijker te bepalen of ze betrouwbaar zijn dan bij de klassieke media. Vaak zit er in hun berichtgeving ook een bepaald vooroordeel, maar het is subtieler, moeilijker om je vinger erop te leggen.”
Meegegaan met de tijd
Simon Vogel, teamleider examens bij de faculteit Arts and Social Sciences (FASoS), komt “uit het papieren tijdperk, waar je echt nog zat te wachten op de papieren krant”. De afgelopen 30 jaar maakte hij op verschillende UM-afdelingen de digitalisering van dichtbij mee – de komst van de digitale handtekening en methodes om snel documenten te scannen, hoe de geschreven tentamens compleet verdwenen op “schrijffaculteit” FASoS. “En ik ben helemaal meegegaan. Het is zoveel efficiënter en duurzamer, cleaner and leaner.”
Dat uit zich ook in zijn leesgedrag. “Sinds Observant de nieuwsbrief verstuurt, lees ik de papieren krant nauwelijks meer. Ook andere media volg ik alleen nog maar digitaal. Ik mis het papier niet, ben eigenlijk anti papier, vind het maar rommel. Dan lees je een paar stukjes in zo’n krant en gooi je het weer in de papierbak, dat is toch zonde. Online zie je het nieuws bovendien veel sneller, en je ziet ook meer. Ik vind het heel handig dat algoritmes tegenwoordig in nieuwsoverzichten veel artikelen voorschotelen over onderwerpen die je interessant vindt. Een krant kan dat niet.”
“Thuis volg ik het nieuws vooral online, via de NOS en podcasts op YouTube. Maar op de universiteit gebruik ik scherm én papier”, zegt Richard Thal, gebouwenbeheerder bij de School of Business and Economics. “Ik kijk eerst op observantonline.nl voor een overzicht van het nieuws en om snel een stukje te lezen. Maar dan ga ik verder op papier, ik heb de krant toch het liefst in mijn handen. Vooral voor de verhalen over studenten, die zijn altijd interessant. En om de ontwikkelingen te volgen die invloed kunnen hebben op mijn werk als gebouwenbeheerder. Denk maar aan het nieuws rond de pro-Palestijnse demonstraties, die we hier ook binnen hebben gehad.”
Even googlen
Melina Lapa, tweedejaars European Law School, leest alleen online. “Belangrijk nieuws krijg ik mee via sociale media, vooral Instagram, en de nieuwstips op de openingspagina van Google. Als er iets groots aan de hand is, kijk ik ook op de homepage van CNN.” Jill Wolfs, student biomedische wetenschappen en El Vluggen, student Economics and Business Economics, volgen het nieuws niet heel actief. “Het komt vanzelf langs, op TikTok”, zegt Wolfs. Vluggen somt de accounts op die in haar feed voorbij komen: NOS Stories, het Jeugdjournaal, de Marker, de Telegraaf. “Maar ook wel lokale dingen, als RTV Maastricht”, vult Wolfs aan. Zijn ze echt in een onderwerp geïnteresseerd, dan gaan ze googlen. Dat doet UCM-studente Ida (haar achternaam noemt ze liever niet “vanwege privacy”) ook. “En als ik me er echt in wil verdiepen, zoek ik een podcast over dat onderwerp.”
Een krant bladeren de studenten alleen door als ze bij hun ouders zijn. Vluggen: “Nu is mijn vader bijvoorbeeld op vakantie en pas ik een beetje op het huis. Dan kijk ik even of er iets interessants in staat.” Ida neemt wel soms gratis blaadjes of magazines uit de gangen van de universiteit mee. “Maar papier voelt meteen serieuzer. En ook als iets waar meer werk in gestoken is. Zoiets bewaar je langer, gooi je niet zomaar weg. Terwijl je online gewoon op het kruisje zou klikken. Eigenlijk is het ook wel jammer dat er steeds minder gedrukte media zijn, het is toch een ambacht die verdwijnt.”
Nostalgie
“Papier is nostalgie. En brengt rust”, roept Katleen Gabriels. “Je bent niet afhankelijk van een scherm, of een volle batterij. Een krantje stop je zo in je tas en je pakt ‘m eruit wanneer je wil.”
Ze herinnert zich nog goed hoe ze op de middelbare school een krant maakte, censuur was er nauwelijks, het was aan haar en haar medescholieren om steeds weer een fatsoenlijk exemplaar af te leveren. “En in Leuven werkte ik bij universiteitsmagazine Veto, ik deed ook eindredactie, dat waren nog eens tijden.” Met vrijdagse vergaderingen, zondagse deadlines en maandagse stress als de krant moest worden rondgebracht. “Dat deden we zelf, we huurden dan een busje, laadden dat vol bij de drukker en gingen op pad om de bakken te vullen.” Nog altijd is het magazine te vinden binnen de universiteitsmuren. “Altijd als ik in Leuven ben, neem ik een exemplaar mee.”
Oneindige informatiestroom
Over een krant of tijdschrift is nagedacht, zegt Gabriels, er zit een idee achter. “Van A tot Z, denk aan de cover, de volgorde van verhalen, de vormgeving, kortom: het hele idee van hoe je iets brengt.” Ze maakt de vergelijking met een cd, dat blinkende schijfje met muziek dat tot een jaar of twintig geleden nog gretig aftrek vond. “Ook daarbij was nagedacht over een bepaalde opbouw en op welke plek de liedjes moesten staan.”
Ja, de liefde voor het papier zit diep, maar dat betekent niet dat de universitair hoofddocent moraal- en techniekfilosofie bij FASoS en columnist van Observant de digitale wereld links laat liggen. “Ik waag me ook heus wel aan online artikelen, heb de app van De Groene Amsterdammer. Maar ik beland daar wel in een oneindige stroom van informatie, het is heel druk, de hyperlinks en aanverwante artikelen blijven maar uitnodigen om door te klikken. Tegelijkertijd is het heel fijn dat je zover terug kan in de tijd. Toen ik in 2019 bij de universiteit kwam werken, kon ik dingen die ik niet wist heel snel opzoeken via de website van Observant. Kom daar maar eens om met papier, wie heeft er jaren aan kranten liggen?”
Deborah Blekkenhorst, Peter Doorakkers, Cleo Freriks en Dennis Vaendel