De Nederlandse Onderwijspremies voor vernieuwend onderwijs worden elk jaar toegekend aan teams van universiteiten, hogescholen en mbo-instellingen. In totaal gaat het om 7,5 miljoen euro.
Er zijn per onderwijssector drie prijzen. De nummer één krijgt 1,2 miljoen euro, de tweede krijgt 800 duizend euro en de derde 500 duizend euro. Dit geld helpt de teams om (toekomstige) onderwijsprojecten te financieren.
Tegenhanger
De Haagse Hogeschool maakt lastige thema’s bespreekbaar met theater in de klas. Empathie op het spel, heet het winnende idee. De TU Delft wint met ‘Robotica: ik kan het!’, een manier om studenten van eenvoudige bouw- en programmeeropdrachten te begeleiden naar het werken aan complexe robotica.
Onderwijsminister Rianne Letschert zou de premies donderdagmiddag uitreiken tijdens het ComeniusFestival in Nieuwegein, maar dat is afgelast vanwege de hitte. De uitreiking vond in een kleiner gezelschap plaats.
Deze prijzen bestaan sinds 2021. Ze werden bedacht als tegenhanger van de Spinoza- en Stevinpremies, de grootste prijzen in de Nederlandse wetenschap.
Andere prijswinnaars
In het wo vielen ook teams van de Universiteit Leiden (tweede plaats) en het Erasmus MC (derde plaats) in de prijzen. In het hbo staat Inholland op twee en de Hogeschool Utrecht op drie.
Sinds 2023 doet ook het mbo mee. Gilde Opleidingen, met vestigingen in Limburg, wint de eerste prijs voor multidisciplinaire en internationale samenwerking. DC Terra en Koning Willem I College zijn respectievelijk de nummer twee en drie.
HOP, Bas Belleman