Opwinding ontstaat soms zo maar, uit het niets. Minister Jet Bussemaker koos het midden van mei om eens flink uit te pakken over de emancipatie van in het bijzonder de getrouwde vrouw. Vrouwen moeten ophouden zich financieel te laten onderhouden. Ze moeten langer en niet vrijblijvend gaan werken. Waarom moet de overheid dure studies betalen wanneer ze niet gebruikt worden? Dit standpunt bevatte geen woord Frans, zoals dat heet. Vandaar dat de protesten uit de boezem van de Nederlandse natie er ook niet om logen. Waar bemoeit de minister zich mee in een vrij land? Waarom zegt ze niets over de mannen die weigeren zorgtaken en huishoudelijk werk over te nemen? Vrouwen die er altijd zijn voor de schoolgaande kinderen verdienen die aanval niet!
Kern van het probleem is een hardnekkige opvatting over betaalde arbeid: “Vrouwen wier man het goed gaat, behoren niet te werken”. Hij zorgt er voor dat zijn eega en zijn kinderen niet uitgebuit worden in de fabrieken en andere helse oorden van de industriële samenleving. In de Haagse wijk waarin ik ben opgegroeid, was dat een diep gewortelde overtuiging. Met een gezin waarvan de vrouw buiten de deur werkte, moest financieel of moreel iets mis zijn. Ik heb dat nooit begrepen. Mijn moeder heeft altijd betreurd dat ze in1935 – mijn geboortejaar - haar kantoorbaan moest opgeven. Vakbonden zagen vaak niets in emancipatie van de getrouwde vrouw. Iedereen had weliswaar recht op vrijheid en verheffing. In tijden van werkloosheid gingen echter gezinshoofden voor. Als student kwam ik er achter dat Nederland een opvallende uitzondering was.
De verklaring van het verschijnsel is gelegen in de demografie. Nederland bleef in 1914 buiten de Eerste Wereldoorlog. In de oorlogvoerende landen waren de vrouwen nodig voor de industrie omdat de mannen naar het front trokken. Vrouwenarbeid veranderde van uitbuiting door het grootkapitaal tot een normale afspraak tussen werkgevers en werknemers. Die tendens werd versterkt doordat veel mannen de oorlog niet overleefden. Nederland heeft deze omslag niet meegekregen. In de Tweede Wereldoorlog herhaalde zich het verschijnsel. Nederlandse mannen zijn sinds de tijd van Napoleon geen kanonnenvoer meer. Toch hebben de Nederlandse vrouwen ook veel moois verricht. Vrouwen werken hier minder voor de kost. Ze hebben tijd voor andere zaken. Zij winnen voor ons koninkrijk bijvoorbeeld meer Olympische medailles dan in de omringende landen het geval is.
Hans Philipsen