Groentje tegenover rasbestuurders

DOPE viert 20-jarig bestaan

11-03-2010

13 maart 1990: de dag dat de Maastrichtse studentenpartij DOPE officieel werd opgericht. In het twintigjarig bestaan gaven studenten elkaar telkens het stokje door. Wie stonden er aan het roer, wie schoven er bij Job Cohen of Karl Dittrich aan de vergadertafel? Observant sprak met drie oud-DOPE’ ers en de huidige voorzitter.

Jean-Paul Grond (25), huidige voorzitter DOPE

Studentenpartij NovUM noemt hem gekscherend “Mister DOPE”. Daar kan Jean-Paul Grond goed mee leven. Tussen de twee voornaamste studentenfracties is geen haat en nijd, we moeten eerder de vraag stellen of er überhaupt verschillen zijn. “Die zijn er, maar omdat wij allebei een studentenpartij zijn, zijn er vanzelfsprekend ook een aantal raakvlakken.” NovUM hamert vooral op milieu en internationalisering. En DOPE? “Met die thema’s houden wij ons ook bezig, maar we maken er geen speerpunten van. We zijn pragmatisch; we willen dat studenten het beste uit hun studie kunnen halen. Als NovUM roept dat de bibiliotheek klimaatneutraal moet binnen een paar jaar, zijn wij medestanders. Maar éérst moet er iets gedaan worden aan het gebrek aan werkplekken, aan het feit dat er zoveel gestolen wordt, dat printers niet goed zijn uitgerust, dat er te weinig kluisjes zijn, etcetera. Daarná kunnen we over een klimaatneutrale UB praten. Er is een prioriteitsverschil.”

Een onderwerp dat al een hele tijd speelt aan de UM is de uitbesteding van de mensa. “Daar hebben we hard op ingezet. Als het werkelijk een voordeel zou opleveren, dan liever gisteren dan vandaag. Maar onze vrees is dat de kosten voor de UM hoger zullen zijn dan de inkomsten. Bovendien, een commerciële cateraar wil winst maken. Het rijmt toch niet dat een mensa, een integraal onderdeel van een universitaire gemeenschap, commercieel wordt uitgebaat?”

Grond durft niet te oordelen over de uitkomst, “maar wij proberen zoveel mogelijk informatie te verzamelen en te bespreken in de raadsvergaderingen. Wij hopen dat het college van bestuur bereid is hier verder te kijken dan zijn eigen agenda en serieus open staat voor onze zorgen en argumenten.”

Grond is een groot voorstander van medezeggenschap. “De universiteit is een forse organisatie en het is mooi als je als studentraadslid iets voor jouw medestudenten kan betekenen.”

Hoe is het voor de nieuwkomers, voor het eerst in een raad met hoge heren? “Het is soms wennen; bijvoorbeeld als je de decaan moet vertellen dat je het niet met hem eens bent. Wat we onze leden in elk geval meegeven: bereid je goed voor, want kennis is macht.” Kom je dan beter uit de strijd? “We staan niet tegenover elkaar. Samen met het bestuur proberen we tot een goede oplossing te komen.” Respect en manieren dus, geen geschreeuw. “Het is niet sjiek om je stem te verheffen. Die ingetogen houding is typisch Maastrichts en vaak ook de beste manier om je doel te bereiken”, vindt Grond. “Laatst sprak ik een collega uit Groningen die vertelde dat ze een motie van wantrouwen hadden ingediend tegen het college van bestuur. Ze wilden een statement maken. Dat zie ik aan de UM niet gebeuren.”

Grond mag tot slot kiezen. Is hij voorzitter omdat hij graag een bijdrage levert aan de universitaire besluitvorming, hij belangrijk gevonden wil worden, hij vindt dat iemand de klus moet klaren? “Dat eerste zeker. Dat is ook een vereiste voor alle raadsleden. Ik wil absoluut niet belangrijk gevonden worden, ik heb een ondersteunende rol als voorzitter, ben ook niet iemand die graag op de voorgrond staat. Ik ben wél nieuwsgierig, wil alles weten. En ja, iemand moet de klus klaren, maar ik vind het een eer om voorzitter te zijn.”

CV Jean-Paul Grond: student European Law School UM, 2008-2009 bestuurslid DOPE, 2008-2009 lid faculteitsraad rechten

Anne-Claire Robroeks (35), 1996-1998 actief in DOPE

“DOPE’s huisstijl moest levendiger, aantrekkelijker. Daar investeerden we flink in. Grote posters, flyers, aanstekers. Die deden het goed, want we kregen de meeste zetels bij de verkiezingen. DOPE was net als de Spice Girls. Van de ene op de andere dag kwam de partij in de spotlights. Overal waar je kwam, zag je DOPE.” Anne-Claire Robroeks had bereikt wat ze graag wilde: haar studentenpartij op de kaart zetten. “Ik kreeg veel stemmen, ja dat weet ik nog. Maar misschien stemden ze wel op mijn blauwe ogen en blonde haren”, lacht ze. “Ik laat graag mijn mening horen, zeker als ik het ergens niet mee eens ben. Dat betekent overigens niet dat ik altijd nadrukkelijk aanwezig ben.”

Via een vriendje, haar huidige echtgenoot Martijn Joon, kwam ze als derdejaars bij DOPE terecht. “Martijn was geïnteresseerd in politiek. Ik niet zo. Ik zeilde bij Lagakari; die combinatie van mannen, vrouwen en sport paste goed bij mij. Ik weet nog dat ik verenigingen als Circumflex en Koko veel te massaal vond. En disputen waren het ook niet. Ik ben niet het type dat je tussen allemaal vrouwen moet plaatsen.”

Robroeks was in eerste instantie de manus van alles bij DOPE. “Ik hielp met van alles, reed bijvoorbeeld met de BuBU-bus rond als er weer eens iets vervoerd moest worden. Op een gegeven moment hadden ze een penningmeester nodig, dat wilde ik wel doen. Vervolgens werd ik voorzitter.”

Hoe was het om als student in discussie te gaan met een rector als Arie Nieuwenhuijzen Kruseman of een ervaren collegevoorzitter Karl Dittrich? “Een universiteitsraad is een formeel orgaan, maar de sfeer was heel goed. Wat ik wél moeilijk vond: de volwassenen overtuigen, dus iemand van het wetenschappelijk personeel of het college van bestuur. Ik herinner me dat Nieuwenhuijzen Kruseman op een gegeven moment zei: ‘Kom eens bij mij langs, dan gaan we het nog eens bespreken’. Ik weet niet meer wat het onderwerp was, maar ze luisterden naar me, ze namen me serieus. Ik heb me zeker gewaardeerd gevoeld.”

Wat heb je geleerd? “Bij de les blijven. Je bespreekt iets en voordat je het in de gaten hebt, gaan bestuurders het ergens anders over hebben. Dan moet je steeds weer zeggen: ‘Nee, dat is niet de vraag.’ Ze zijn zó ontzettend getraind in het besturen van zaken.”

Ambitieus? “Zeker, dat was en ben ik nog steeds. Maar ik wist na mijn afstuderen ook dat ik kinderen wilde. Nu heb ik er twee en de combinatie carrière en kinderen blijkt een moeilijke. Het is echt een gevecht. Ik wil maar maximaal 24 uur werken op dit moment en dan kom je al snel op een lagere functie terecht. Ik had een hele mooie baan bij Ernst & Young, maar toen ik zwanger werd, ben ik ermee gestopt. Dat was mijn keuze, maar die werd lang niet door iedereen begrepen.”

CV Anne-Claire Robroeks: van 1993 tot 2001 student International Management, van 1996 tot 1998 lid van DOPE, o.a. penningmeester, voorzitter, lid faculteitsraad economie, lid universiteitsraad. In 1999 economiestudie aan Universidad Carlos III Madrid. Vanaf juni 2000 in dienst van Casema NV als junior marketeer en vervolgens service manager. In oktober 2002 overgestapt naar Ernst & Young als corporate finance, planning & analyse. Van 2007 tot 2009 zelfstandig ondernemer Who’s for dinner - verkoop van exclusief servies met kunst waarvan een deel van de opbrengst naar het Wereld Kanker Onderzoek Fonds gaat - en sinds december 2008 financieel medewerker Carte Blanche Agencies BV in Bleiswijk. Burgerlijke staat: getrouwd, twee kinderen (4 en 6 jaar)

 

Maarten Stienen (35), 1995-1996 en 1997-1998 lid U-raad namens DOPE

 “Het was een soort David en Goliath, een groentje tegenover heel gedegen bestuurders. Ik was 20, 21 en moest met debaters als Job Cohen en Karl Dittrich onderhandelen.” Maarten Stienen klinkt nog steeds heel enthousiast als hij terugdenkt aan zijn DOPE-jaren. “Het was een ontzettend leuke periode. Heel leerzaam. We waren toen heel druk met allerlei nieuwe studies die het college van bestuur wilde oprichten. Is daar wel behoefte aan, vroegen wij ons af. Waar komen die afgestudeerden straks terecht? En dan had je natuurlijk de invoering van de nieuwe wet op het hoger onderwijs, de MUB. Wij hebben hard geknokt voor een universiteitsraad met studenten én personeel. We wilden geen aparte studentenraad en een medezeggenschapsraad.” Stienen bezette een van de twee zetels die DOPE toen rijk was. De tegenpartij ter linkerzijde, Nsem, was goed voor vijf zetels.

Hebben de DOPE- en ISO-ervaringen je geholpen in je carrière? “Enorm. Al die fouten die je hebt gemaakt, al die onhandigheden, de spanningen in het team waarmee je niet slim omging, de hoge druk waar je mee te maken had; een betere voorbereiding op je loopbaan kun je je niet wensen. Ik heb in mijn studententijd geleerd dat je mensen moet betrekken bij de besluitvorming, maar dat je een eigen koers moet durven varen, knopen moet kunnen doorhakken, en dat er een groot verschil is tussen het formele en informele. Wij hadden in ‘96 maar twee zetels. Wil je meer invloed, dan moet je coalities sluiten, goed netwerken zonder je overtuigingen te verkwanselen. De bullen (buitenuniversitaire leden van de U-raad, red.) waren erg student minded, het wetenschappelijke personeel ook. Bij hen moest je zijn.”

Het was zaak dat je wist waar je het over had, dat je goed over een onderwerp had nagedacht, zegt Stienen. “Als ISO-voorzitter zat ik tegenover de toenmalige minister van Onderwijs, Jo Ritzen. Een gewiekste bestuurder. Hij lichtte zijn voorstellen toe in de studentenkamer. Als je vervolgens zei dat je het op punt A en C niet met hem eens was, reageerde hij: dan heb ik het niet goed uitgelegd, ik zal het nog eens doen. Hij was zo overtuigd van zijn plannen, vond ze zo verpletterend logisch, dat hij kritiek opvatte als ‘ze begrijpen me niet’. Je moest van heel goede huizen komen om daar doorheen te breken.”

Hoe komt een gezondheidswetenschapper en oud DOPE-lid bij de KLM terecht? “Ik wilde na mijn afstuderen kijken hoe een profit-organisatie werkte. Ik had door mijn studie een beeld van de zorgsector en door mijn werk voor DOPE en het ISO een beeld van de wereld van het hoger onderwijs. Er zijn – dat zag ik pas later hoor - veel paralellen tussen die drie: ze krijgen veel publieke belangstelling, er is veel invloed van belangengroepen, er is veel overheidsbemoeienis en ze werken met professionals.”

CV Maarten Stienen: van 1993 tot 1998 student gezondheidswetenschappen, van 1995 tot 1996 lid universiteitsraad namens DOPE; 1996-1997 voorzitter bestuur Interstedelijk Studenten Overleg (ISO); 1997-1998 lid universiteitsraad namens DOPE (half jaar). In 1998 doctoraaldiploma gezondheidswetenschappen behaald; 1998 -2000 traineeship KLM; 2001-2004 hoofd Operations Aircraft Services; 2004-2007 hoofd grondafhandelingen KLM in New York. Sinds 2007 Vice President Bagage en Platform Afhandeling. Burgerlijke staat: samenwonend

Michel Collet (45), van 1989 tot 1990 in de U-raad namens DOPE

“Ja, ik heb DOPE opgericht, samen met Gijs Kloek, die zat toen bij Saurus. Een jaar eerder, in 1988, was ik al als lijst Collet in de universiteitsraad gekozen, ‘met Collet de bezem door de raad’ was toen de leus, maar gekozen worden, dat was niet echt de bedoeling. Ik had me alleen maar gekandideerd om naamsbekendheid te krijgen, wilde er pas een jaar later in. De grootste concurrenten in die tijd waren Nsem en Rechtstreeks, en bij hun onderlinge strijd koos men dan toch voor een onbekende. Een jaar later, in ’89, zijn we als DOPE de raad ingegaan, want in mijn eentje ging het echt niet meer.

“De twee andere studentenpartijen waren in die tijd erg op de politieke toer, neem het eredoctoraat voor de Zuid-Afrikaanse dominee Beyers Naudé voor zijn anti-apartheidsstrijd, dat werd dus niet op wetenschappelijke gronden uitgereikt, daar waren we het niet mee eens. Verder wilden we vooral meer ruimte voor het studentenleven, een vertegenwoordiging van de sport- en gezelligheidsverenigingen in de U-raad. Ik zat in het bestuur van Circumflex en had contact met al die andere verenigingen: wij voelden ons niet gehoord op beleidsniveau.

“Die naam kwam zo. Punt een was: een letter hoog in het alfabet, want de lijsten werden alfabetisch gesorteerd en de kiezer ziet je dan als eerste. Tegenover die andere partijen kwamen we toen op deskundig en ook pragmatisch en onafhankelijk. Bleef over de e, dat was een grapje jegens Nsem, de Nieuwe studenteneenheid Maastricht. Wij werden ook een eenheid. De naam moest wat ons betreft ook als afkorting een betekenis hebben, dope was een opwekkend middel en die associatie met drugs vonden we niet erg. We hebben zelfs affiches met een spuit erop opgehangen, daar kregen we wel commentaar op.

“Ik heb er veel van geleerd, om te beginnen om niet in paniek te raken van die stapels papier en er toch de relevante dingen uit te halen. De begroting vond ik leuk, het college van bestuur deed er echt zijn best voor om posten weg te moffelen en die er zo door te drukken. Je leert ook om te lobbyen, om combines te maken. Het college probeerde met het wetenschappelijk personeel de zaken te regelen, wij hadden goede contacten met het ondersteunend personeel. Je wint niet alleen met argumenten, je moet ook netwerken. Hoe dan ook is er mede door ons meer aandacht gekomen voor het echte studentenleven in Maastricht.

“Ik ben begonnen met een eigen juridisch adviesbureautje voor het midden- en kleinbedrijf en met vrijwilligerswerk bij Vluchtelingenwerk. Zo belandde ik in de wereld van de rechtsbijstand aan asielzoekers, werd advocaat, later deed ik wat meer ondernemingsrechtelijke zaken en kwam ik in contact met China. In Nederland weet nauwelijks iemand hoe het recht daar werkt. Dat ze geen geboorteregister hebben en je dus geen geboorteakte kunt opvragen. En het contractenrecht is anders. Bij ons is dat rigide, je moet het precies uitvoeren, bij hen flexibel. Ze vinden het Europese recht onrechtvaardig, te veel gericht op regels en te weinig op menselijke verhoudingen.

“Ik combineer dat met vluchtelingen- en asielzaken, voor Oeigoeren en Tibetanen bijvoorbeeld. Anders dan Amnesty International mag ik wèl in China werken. In 2005 ben ik een eigen kantoor in Rotterdam begonnen om dit allemaal uit te bouwen. We hebben nu ook vestigingen in Alkmaar en Den Bosch, kleine kantoren van maximaal vijf advocaten.

“De UM is nu veel internationaler dan toen. Ik ben Nederlander maar geboren en getogen in België, in Vlaanderen. Bij de inschrijvingsbalie van rechten wilden ze een schriftelijk bewijs dat ik Nederlands sprak. Want ik kwam uit het buitenland en België is tweetalig. Ik heb daar een kwartier moeten praten, toen was het zo ook wel goed.”

CV Michel Collet: van 1987 tot 1993 student Nederlands recht, van 1988 tot 1990 lid universiteitsraad (laatste jaar namens DOPE), 1993 eigen juridisch adviesbureau Maastricht, 1995 advocaatstagiaire. Sinds 2005 eigen advocatenkantoor. Burgerlijke staat: in scheiding, een zoon

 

 

Wammes Bos, Wendy Degens, Riki Janssen

Feestje voor DOPE

DOPE is jarig. De Deskundige Ongebonden Pragmatische Eenheid bestaat 20 jaar. De officiële statutaire oprichting vond plaats op 13 maart 1990. Onofficieel was dat echter al een jaar eerder, want in mei 1989 deed de partij voor de allereerste keer mee aan de universitaire verkiezingen. Michel Collet, toentertijd tweedejaars rechten, poseert samen met zijn mede-fractieleden, waaronder de voorzitter van Saurus, de vice-voorzitter van Circumflex, de voorzitter van herendispuut Banalitas en een bestuurslid van Lagakari, in de verkiezingskrant van dat jaar. “Deze kandidaten staan met hun allen achter een pragmatisch beleid in de universitaire politiek. Kies de ervaring, kies pragmatisch, kies voor de vrijheid, kies DOPE”, luidde de boodschap.

Net als NovUM is DOPE een Maastrichtse studentenfractie waarvan de leden in zowel de universiteitsraad als de faculteitsraden zitten. DOPE is dit jaar actief bij Health, Medicine and Life Sciences (6 zetels), cultuur- en maatschappijwetenschappen (1), rechten (3), Humanities and Sciences (2) en School of Business and Economics (3). In de universiteitsraad is de partij vertegenwoordigd met vijf leden.

Het lustrum wordt aanstaande vrijdag en zaterdag, 12 en 13 maart, gevierd. Vrijdagmiddag is er in de aula van de Tongersestraat een programma voor alle studenten van de Universiteit Maastricht, Hogeschool Zuyd en de universiteiten van Aken, Hasselt en Luik. Henno van Horssen, voorzitter van het Interstedelijk Studenten Overleg, zal spreken over studentenmedenzeggenschap in Nederland. Rector Gerard Mols focust op medezeggenschap aan de UM en rechtenstudent Karlijn Jans gaat in op haar onderzoek voor het ministerie van Onderwijs naar internationalisering in het onderwijs en de rol van studenten hierin. ’s Avond is er een borrel voor oud-leden van DOPE. De volgende dag staat in het teken van alumni van de Universiteit Maastricht met onder meer een tour langs de verschillende universiteitsgebouwen.

 

 

 

Groentje tegenover rasbestuurders
335.jpg
simonegolob.nl

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.