In een tot de nok gevulde collegezaal aan de Tongersestraat gingen UM-studenten in debat met de politieke ‘subtop’ van Nederland, oftewel Kamerleden die de plaatsen vier tot veertien bezetten op de kandidatenlijsten. Met uitzondering van Hugo Scherff van de ChristenUnie: plaats twintig (“voor alle duidelijkheid: ik kom nooit in de Tweede Kamer”). Het gelach zwol nog verder aan toen het kandidaat-Kamerlid van de PvdA zich voorstelde: Attje Kuiken (“ad fundum volgt na het debat”). Grote afwezige was overigens de PVV. En collegevoorzitter Jo Ritzen. Hij zou het debat leiden maar werd op de terugweg van Den Haag opgehouden. Collegelid André Postema viel in.
Via drie stellingen komen de economische crisis, Afghanistan en de toekomst van het onderwijs aan bod. In het bijzonder het afschaffen van de basisbeurs. Dat komt de kwaliteit van het onderwijs niet ten goede, aldus de stelling. “Mee eens, het is oliedom”, zegt Ronald Raak, vijfde op de lijst van de SP. “Ik kom uit een arm gezin en had geen geschiedenis en filosofie gestudeerd als ik had moeten lenen. De basisbeurs is een mooi systeem, iedereen kan in Nederland studeren!”
VVD-lid Frans Weekers, voorstander van een sociaal leenstelsel, bladert intussen driftig in een rapport. “Ik zie hier in de doorrekening van het Centraal Planbureau dat de PvdA het beste uit de bus komt, ere wie ere toekomt. Maar de SP bungelt onderaan, samen met de PVV. En dat snap ik wel, want jullie investeren vooral in uitkeringen.”
Ger Koopmans, plaats 11 op de CDA-lijst, benadrukt dat de christendemocraten de studiefinanciering intact laten. “Maar wie na vijf jaar nog niet klaar is, betaalt in het zesde jaar meer collegegeld. Wij pakken de luiwammesen aan, in tegenstelling tot de VVD die met het sociaal leenstelsel alle studenten aanpakt. Verder komen wij niet aan de ov-kaart.”
Scherff van de ChristenUnie: “De heer Koopmans liegt. In het CDA-programma staat dat de ov-kaart een trajectkaart wordt. Ik hoef studenten niet uit te leggen dat dit een cruciaal verschil is.”
Even later zit Koopmans naar zijn mobieltje te turen en roept. “Een smsje!” Hij leest voor: “Het CDA kiest écht voor de ov-jaarkaart. Groeten, Marja van Bijsterveldt.”
Stientje van Veldhoven, plaats acht op de D66-lijst, vindt het “tranentrekkend” hoe alle partijen zich ineens afficheren als onderwijspartij. “D66 investeert 2,4 miljard in het onderwijs, twee keer zoveel als GroenLinks bijvoorbeeld. Op termijn willen we een leenstelsel maar alleen als de gehele opbrengst daarvan terugvloeit naar het onderwijs.”
Kuiken, groot voorstander van een leenstelsel, heeft niet de “illusie om de zaal daarvan te overtuigen. Jullie zouden een dief zijn van je eigen portemonnee.”
Tot slot worden de politieke voorkeuren van de aanwezigen gepeild met behulp van stemkastjes. Het is de VVD die ver boven de andere patijen uit torent met 42 procent van alle stemmen. Het minst populair is de PvdA met 3 procent.