Eind augustus klonk Maurice Evers, hoofd van Maastricht Housing, in Observant nog geruststellend: er was weliswaar sprake van een piekmoment op de studentenkamermarkt, zoals vaker in augustus en september, maar eind deze maand zou het overgrote deel van de kamerzoekenden vermoedelijk wel een plekje hebben gevonden.
Dat bleek een forse misrekening. “De drukte houdt aan”, zegt Evers nu. “De instroom is altijd onvoorspelbaar, jaarlijks zijn er drie of vier keer zoveel aanmeldingen als daadwerkelijke inschrijvingen, studenten melden zich vaak aan bij meerdere instellingen.”
Alles zit vol, van appartementen, studio’s en het Student Hotel tot de XIOR-complexen, particuliere studentenhuizen en panden van woningcorporaties. Ook in Randwyck is geen ‘prefab-containerwoning’ meer te krijgen, zegt Evers.
Ja, er is nog wel iets, maar het is vaak duur. Op woningplatform Pararius zijn er van de aangeboden 93 huurwoningen (dinsdag 14 september) slechts vier goedkoper dan 500 euro. Op Maastricht Housing, de officiële bemiddelaar voor de UM, springen er ook maar vier uit onder die prijs. En dan ook nog eens in een voormalig klooster in Simpelveld, een dorpje bij Heerlen.
Evers: “Onze boodschap aan studenten die nu nog een kamer zoeken is dat ze er rekening mee moeten houden dat ze zeker een maand nodig hebben om iets te vinden en vooral buiten de stad moeten zoeken.”
IJsberg
Exacte cijfers van zoekenden zijn er niet, maar in plaats van de ‘gebruikelijke’ twee- of driehonderd zijn het er volgens gemeenteraadslid Alexander Lurvink minstens vier- of vijfhonderd. Hij baseert zich op het aantal studenten en medewerkers dat hem heeft gemaild naar aanleiding van zijn recente oproep op Facebook om hem te informeren over hun helse woningzoektocht. “En dit is slechts het topje van de ijsberg”, vermoedt hij.
Waarom blijft het zo druk op de studentenwoningmarkt? Het is een combinatie van factoren, zegt Evers. Niet alleen eerstejaars zoeken nu een woonruimte, maar ook tweedejaars. Die laatsten zijn vanwege corona en het online onderwijs de afgelopen maanden bij pap en mam gebleven, maar willen nu alsnog uitvliegen. “Wij hadden verwacht dat sommige eerstejaars een gap-jaar zouden nemen, maar dat blijkt tegen te vallen.” Twee: het is de gemeente dit jaar niet gelukt om de afgesproken 485 kamers te ‘leveren’ om zo de groei van de universiteit op te vangen. Het zijn er hooguit tweehonderd. “Hierop hebben we geanticipeerd door zeshonderd lege kamers in het Guesthouse te verhuren – er zijn immers bijna geen uitwisselingsstudenten. Maar die zitten nu ook vol.” Drie: afgestudeerden houden hun studentenkamer aan vanwege de miserabele starterswoningmarkt. De doorstroming is daardoor geblokkeerd. Vier: er zijn veel hbo’ers op kamers gegaan. “Daar hadden we geen rekening mee gehouden in onze voorspellingen.”
Reputatie
De crisis doet zowel de reputatie van de stad als die van de Universiteit Maastricht geen goed. Studenten delen op sociale media hun ongeloof – ze houden de universiteit verantwoordelijk. Een student die het advies kreeg om “buiten Maastricht” te zoeken, heeft het idee dat het de UM “niets kan schelen. Ze hebben niet de intentie om er iets aan te doen.” Een ander valt haar bij: “Het is onverantwoordelijk gedrag. Moeten de universiteit en de gemeente niet alles eraan doen om voor huisvesting te zorgen?”
Ook tweedejaars rechtenstudent Derek Paing, studentlid van de faculteitsraad, haalde het probleem aan tijdens de raadsvergadering, vorige week woensdag. Wat als studenten geen kamer kunnen vinden? Als ze uit pure wanhoop terug naar huis gaan? Mogen ze dan toch de onderwijsgroep op afstand bijwonen? (Nee, want alleen studenten met covid-19-gerelateerde ‘problemen’ zoals een slecht immuunsysteem of reisrestricties, vormen een geaccepteerde uitzondering.) “Wat is de rol van de universiteit, ze weten toch hoeveel studenten er komen?” zegt hij desgevraagd aan Observant.
Op de bank
Paing hoort verhalen van studiegenoten die bij vrienden op de bank slapen, van iemand die in Vaals woont, bij Aken, “maar ja, als hij de laatste bus mist, moet hij op straat overnachten”, zegt hij desgevraagd. “Wonen in Vaals is niet handig als je studentenleven zich afspeelt in Maastricht.” Ook kent hij studenten die vorig jaar nog in het studenthotel of bij XIOR verbleven en nu iets anders moeten vinden, omdat hun jaarcontract is afgelopen. “Een andere vriend slaapt in een hotel in Randwyck en is er veel geld kwijt. Bovendien kan hij niet koken op zijn kamer. Hij haalt zijn eten maar in de stad, broodjes bij de supermarkt.” Weer een ander is teruggegaan naar Wenen, waar hij vandaan komt. Met als consequentie dat hij zijn onderwijsgroepen mist.
Verantwoordelijkheid
Evers noemt studentenhuisvesting “een gedeelde verantwoordelijkheid: van de student, de universiteit en de gemeente. Maar de universiteit is niet bedoeld om huisvesting te organiseren, we beheren geen panden, behalve het Guesthouse voor uitwisselingstudenten. Wel kunnen we er bij de gemeente op aandringen dat er genoeg kamers in de stad zijn. Wat je nu ziet is dat de afgesproken aantallen van een paar jaar geleden – ieder jaar 485 kamers erbij – achterhaald zijn. Het moeten er veel meer worden om de groei van de universiteit bij te houden, zeker duizend per jaar.” Overigens schuift Evers het niet af op de gemeente, want “die is weer afhankelijk van aannemers, projectontwikkelaars, et cetera.”
Gemeenteraadslid Alexander Lurvink spreekt daarentegen wel van “wanbeleid” van de gemeente. “We moeten trots zijn op deze groeiende universiteit, een instelling van wereldniveau.” Maar nieuwe studenten en medewerkers worden weggejaagd, meent hij. “De gemeente is veel te conservatief in haar beleid. Men is bang dat de universiteit te veel groeit, ten koste van de lokale bevolking. Daarom hanteert men een restricted huisvestingsbeleid met quota, spreiding van studenten, gecontroleerde groei, et cetera.” Hij schetst de kamercrisis niet als een tijdelijk, maar als een “structureel probleem”. Lurvink is dan ook vóór een studentenwoningcorporatie met deelname van de universiteit en voor het bouwen van grootschalige campussen.
Kortingsacties
Studenten geven de UM en de gemeente de schuld. Maar hebben ze zelf ook een aandeel? Zijn ze te laat gaan zoeken? Paing denkt van niet. “Ik ben eind juni gaan zoeken, maar heb pas eind augustus een kamer gevonden. Meer dan tien keer ben ik afgewezen.” Ook Evers weet uit de gegevens van Kences, de brancheorganisatie van sociale studentenhuisvesters, dat de zoektijd gemiddeld drie maanden is. “Dat is relatief lang. Kom je pas in augustus, dan kan het dus ingewikkeld worden. Maar sommigen kunnen niet anders, bijvoorbeeld omdat ze moeten wachten op goedkeuring van hun visa.”
Op korte termijn probeert de gemeente te redden wat er te redden valt. Zo zijn er kortingsacties bij Maastrichtse hotels zodat studenten een gereduceerd tarief betalen voor long stay. Evers: “Dan is het soms nog 600 euro per maand, maar beter iets dan niets voor de time being.” Verder onderhandelt Maastricht met de gemeente Valkenburg om ook daar hotels in te schakelen. Ook heeft de gemeente tijdelijke woonlocaties op het oog. “Die gesprekken lopen nog.”