Het hybride werken vraagt om een arbo proof thuiswerkplek. Jan Smits, decaan van de rechtenfaculteit en voorzitter van de werkgroep The Future of Working@UM liet onlangs al optekenen dat de investering in meubilair en apparatuur – een flinke kostenpost – noodzakelijk is vanwege de “zorgplicht” van de universiteit. Hoewel de universiteit hoopt dat de eerste bureaus en stoelen begin april kunnen worden besteld, is het de vraag of ze snel geleverd worden aangezien er wereldwijd leveringsproblemen zijn. Uitgangspunt is dat de spullen eigendom worden van de werknemer.
De werkgroep pleitte verder voor een digitale werkplek: een laptop, mobiele telefoon plus telefoonabonnement. Volgens projectmanager Cyriel Heuts gaan de faculteiten/beheerseenheden daarover. Het Corporate Information Office [verantwoordelijk voor de strategische en beleidsmatige uitvoering van ICT, red.] van de UM houdt zich in de tussentijd bezig met het ontwikkelen van een mogelijke "digitale standaarduitrusting".
Ook wordt er gewerkt aan een ‘modelovereenkomst hybride werken’, een soort contract tussen medewerker en leidinggevende waarin afspraken komen vast te liggen over het aantal thuiswerkdagen, beschikbaarheid, bereikbaarheid en (reis of thuiswerk)vergoeding. “Thuiswerken is geen recht en ook geen plicht”, onderstreepte taskfore-voorzitter Smits eerder. Het is aan iedere werknemer zelf om te bepalen wat goed voelt. Wel is er een richtlijn: drie dagen op de UM en twee dagen thuis bij een fulltime aanstelling. Maar het is altijd maatwerk; denk aan huismeesters, onderzoekers in het lab of receptionisten die niet vanuit huis kunnen werken. Ook voor grenswerkers, die in Nederland werken en in het buitenland wonen, is de situatie ingewikkelder vanwege het sociale zekerheidsstelsel (een commissie van regeringsvertegenwoordigers van EU-landen heeft de tijdelijke regeling die sinds het begin van de coronapandemie bestaat, verlengd tot 1 juli 2022).