De brief, die Observant daags na de U-raadsvergadering in handen kreeg, dient beschouwd te worden als “een motie van wantrouwen” tegen de raad, zo valt erin te lezen. Kluveld wenst zich “niet langer in te laten met de praktijken van de raad omdat die ingaan tegen mijn ethische en professionele beginselen”. Langer voorzitter blijven zou strijdig zijn “met mijn geweten”. Over de aard van de ‘praktijken’ rept de brief niet.
Tijdens de plenaire vergadering afgelopen woensdagmiddag hield vicevoorzitter Lindenaar het bij een korte zakelijke mededeling. Er werd geen reden gegeven voor het opstappen van Kluveld (die zelf niet aanwezig was) en ook niet gesproken over een vertrouwensbreuk. Lindenaar zei dat “tot spijt van de hele universiteitsraad” Kluveld had besloten per 1 januari af te treden als voorzitter. “We willen haar danken voor alles wat ze voor de raad heeft gedaan gedurende de laatste drie jaar en wensen haar het beste in de toekomst.” Enkele door Observant ('s avonds, na de vergadering) via e-mail benaderde raadsleden wilden geen commentaar geven op de kwestie.
De brief van Kluveld maakt in elk geval duidelijk dat het niet boterde tussen haar en de raad. Dat er iets aan de hand was, werd al een maand geleden duidelijk. Er ging van het ene op het andere moment een streep door de plenaire vergadering vanwege “reflectie op interne aangelegenheden”. Nadere uitleg werd ook toen niet gegeven, door geen enkele betrokkene.
Desgevraagd zegt Kluveld nu niet inhoudelijk te willen reageren. “Het is jammer dat deze brief naar buiten komt; hij was bedoeld als interne mededeling.” Wel voegt ze toe het “belangrijk” te vinden om rekenschap af te leggen, gezien de publieke functie van de U-raad en haar rol als voorzitter. Toch kiest ze ervoor dat op een later moment, in het nieuwe jaar, te doen. “Ik wil nu de ruimte geven aan de raad, die bezig is met een interne reflectie.”
Kluveld is universitair hoofddocent geschiedenis bij de faculteit Arts and Social Sciences. Sinds 1 september 2019 is zij voorzitter van de U-raad, “de eerste niet-witte vrouw uit een etnische en religieuze minderheid”, zo begint zij haar brief. In hoeverre die hoedanigheden een rol hebben gespeeld in het conflict is onduidelijk. Kluveld volgde Jonathan van Tilburg op die een paar maanden daarvoor gedwongen opstapte vanwege een “verschil van mening over interne aangelegenheden”. Dat zij na drie in plaats van vier jaar vertrekt, is frappant, gezien haar eerdere uitspraken tijdens een interview met Observant naar aanleiding van haar herbenoeming. Daarin zei ze dat een voorzitter “in principe” voor twee keer twee jaar solliciteert. “En dat is ook goed. Natuurlijk moet een voorzitter niet eeuwig blijven zitten, maar een langere periode van bijvoorbeeld vier jaar zorgt voor continuïteit. Samen met de griffier bouw je zo een geheugen op.”