Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad voordat het besluit genomen werd. In de zomer van 2021 hoort het FHML-bestuur voor eerst van de mogelijkheid om de huidige CPV te verbouwen. “Ons was vanaf het allereerste begin verteld dat dat niet kon”, zei toenmalige vice-decaan Nanne de Vries later in de faculteitsraad.
Een aantrekkelijk alternatief: de nieuwbouwkosten voor een zogeheten biomedisch centrum (BMC), waarvoor al ruim tien jaar plannen bestonden (zie kader), zijn inmiddels verdubbeld ten opzichte van de oorspronkelijk begrote 22 miljoen euro. Het bestuur besluit te onderzoeken of een verbouwd CPV aan alle voorwaarden kan voldoen. “We gaan hier niet met minder aan de slag”, zei toenmalig bestuurslid Jos Prickaerts tegen Observant. “Het uitgangspunt is dat het programma van eisen voor het BMC precies wordt overgenomen. Dat zijn we nu aan het onderzoeken: is het functioneel en technisch haalbaar en wat zijn de kosten?”
Kans
Het feit dat de UNS 50 sowieso al wordt gerenoveerd én dat door corona het hybride werken is opgekomen, is uiteindelijk een kans gebleken, zegt FHML-decaan Annemie Schols nu. “Toen ik nog directeur bij onderzoeksinstituut NUTRIM was, ging het bestuur ervan uit dat we meer kantoorruimtes en minder laboratoria nodig hadden. Tijdens corona hebben we gezien dat het juist de onderzoeksinfrastructuur is die mensen naar de campus trekt. Wij hebben de hele lijn: van labwerk tot klinisch onderzoek in het MUMC+. De proefdierfaciliteiten passen daar heel goed tussen. Je moet de UNS 50 zien als het nieuwe biomedisch centrum; alles is hier al bij elkaar.”
Het zijn ook de andere labs – bijvoorbeeld SCRUM, de nieuwe Stamcel Research Unit Maastricht, en de geavanceerde imaging infrastructuur van M4I – die het makkelijker maken om aan het plan van eisen voor de CPV te voldoen. Die renovaties maken het haalbaar om nieuwe technieken, onder andere op het gebied van ventilatie, toe te passen. De CPV vormt straks een soort kolom over een gedeelte van de eerste vier verdiepingen van het gebouw. “Dichtbij de andere labs. Daardoor kan transport (naar buiten, red.) van materiaal zoveel mogelijk worden voorkomen.”
Meerdere functies
Prickaerts verwachtte indertijd dat het haalbaarheidsonderzoek in de eerste maanden van 2022 klaar zou zijn en dat er dan een besluit genomen kon worden. Dat heeft langer geduurd. “Zo gaan die dingen soms”, zegt Schols. “We wilden heel goed uitzoeken hoe we ruimte konden vrijspelen en waar alles zou komen. Aan alle behoeftes – denk bijvoorbeeld aan specialistische apparatuur – van onderzoekers wordt in dit plan voorzien.” Daar komt bij dat de renovatie van de UNS 50 al een logistieke puzzel was en dat deze verbouwing er ook ingepast moest worden. “Dat is gelukt en iedereen kan blijven doorwerken, we hebben dus geen tijdelijke gebouwen nodig.”
Bijkomend voordeel van het besluit, aldus Schols, is dat de proefdiervoorziening hiermee in een gebouw blijft dat sowieso al meerdere functies heeft. “Waar mogelijk gebruiken onderzoekers al alternatieven, maar momenteel zijn dierproeven nog nodig. Mocht dat over vijftien jaar af gaan nemen, dan kunnen we deze ruimtes voor iets anders gebruiken, door ze bijvoorbeeld bij een ander lab op dezelfde verdieping te trekken.”
De komende tijd zal het bestuur de details verder uitwerken met de medewerkers en onderzoekers van de CPV, Schols verwacht daar in de loop van 2023 klaar mee te zijn. De vernieuwde ruimtes zouden in 2025 gefaseerd in gebruik genomen kunnen worden.