Nee, daarmee is ze het niet eens, zegt Demi Janssen, studentraadslid van de universiteitsraad namens KAN. “Natuurlijk, zo’n ervaring staat mooi op je cv. Dat kan een motivatie zijn om je kandidaat te stellen, maar zou nooit de hoofdreden mogen zijn.”
Wat was dat in haar geval? “Ik wil graag iets betekenen voor anderen. Op de middelbare school zat ik al in de medezeggenschapsraad. Ik vond het geweldig om mee te praten, maar merkte dat je vanuit zo’n raad ook echt invloed kunt hebben. Op de universiteit kwam ik in contact met leden van KAN. Zij houden zich bezig met thema’s die ik belangrijk vind, zoals duurzaamheid en studentenwelzijn. Ik dacht: hier kan ik als raadslid iets aan bijdragen.”
Om dezelfde reden is Janssen op meer plekken actief, waaronder in de mediaraad van regionale omroep L1. Kan ze zich voorstellen dat dat voor buitenstaanders lijkt op het vullen van een aardig cv? “Ja, maar ik doe al die dingen juist omdat ik daar energie van krijg en er van meerwaarde kan zijn. Je wordt niet gelukkig van iets dat je alleen voor je cv doet. Bovendien heeft het voordelen om in meerdere raden te zitten: ik heb veel problemen of vragen al eens op een andere plek gehoord. En dus ook al over mogelijke oplossingen nagedacht.”
Heeft ieder studentraadslid zo’n ‘intrinsieke motivatie’? “Over de intenties van anderen kan en wil ik niet speculeren. Maar als U-raadslid heb ik alleen positieve ervaringen. Als iemand het alleen voor z’n cv doet, zou ‘ie er onderuitgezakt en zwijgend bij zitten. Dat zie ik niet gebeuren. Studenten stellen vragen, willen in commissies, dienen voorstellen in of komen met ideeën. En ook buiten de raden om hebben we veel overleg met elkaar.”
Onhaalbare plannen
Aan gemotiveerde studenten is ook aan de Faculty of Arts and Social Sciences (FASoS) geen gebrek, meent Bureau Onderwijs-medewerker Simon Vogel, die al acht jaar als OBP-lid plaatsneemt in de faculteitsraad. Natuurlijk, in die tijd heeft hij ook studenten meegemaakt die nauwelijks iets inbrachten of zelfs niet kwamen opdagen. “Ik begrijp dus waar de stelling vandaan komt. Van zulke studenten vermoed je misschien dat ze het alleen voor hun cv doen, maar er kan natuurlijk ook een andere, persoonlijke reden zijn.”
Toch gaat het hier maar om een paar gevallen, zegt hij. “De inbreng van de meeste studentleden is fantastisch. Ik sta er vaak van te kijken dat ze zich al op zo’n jonge leeftijd zo sterk kunnen uiten. Daarnaast zijn ze vaak op de hoogte van wat er speelt, bijvoorbeeld door navraag te doen bij studentvertegenwoordigers, en komen ze goed op voor hun opleiding. Een enkeling is zelfs té actief; niet alles is geschikt om te bespreken in de raad”, zegt hij lachend.
Voor hemzelf is het cv “totaal geen reden” om zich kandidaat te stellen. Ook niet om hogerop te raken binnen de universiteit? “Nee, ik kan me niet voorstellen dat het een verschil maakt of je wel of niet raadslid was. Hooguit als je vanuit de faculteitsraad de stap naar de U-raad wilt zetten, maar dat is niet mijn ambitie.” Wat voor Vogel wel telt, is de persoonlijke ontwikkeling. “Mijn Engels is de afgelopen jaren flink verbeterd dankzij het raadswerk. En het is een goede manier om erachter te komen wat er allemaal speelt binnen de faculteit en de universiteit.”
Maar zijn voornaamste reden is om de stem van het OBP te laten horen. “Studenten of WP-leden hebben vaak goede ideeën, maar het moet ook uitvoerbaar zijn. In de raad kan ik al vroeg ingrijpen, zodat er niet te veel tijd wordt verspild aan onhaalbare plannen.” Daarom stelde hij zich al vier keer verkiesbaar, waarbij hij altijd als enige op de lijst stond. “Ik neem de taak graag op me, want het is belangrijk dat het OBP vertegenwoordigd is.” Al ziet hij er voor de komende verkiezingen vanaf: iemand anders heeft zich kandidaat gesteld. “Maar als er niemand was, had ik het zo weer gedaan.”
Niet zo spraakzaam
Cédric Vanden Berghe, voorzitter van DOPE en studentraadslid bij de rechtenfaculteit namens diezelfde partij, denkt dat het lastig is om in de raad te komen als je het alleen voor je cv doet. “Om genoeg stemmen te krijgen, zul je anderen moeten overtuigen van je ideeën. Je moet dus echt nadenken over concrete voorstellen en deze enthousiast kunnen presenteren. Dat gaat niet zonder een échte wil om dingen te veranderen.”
Die ontstond bij hem tijdens de evaluatiebijeenkomsten van de vernieuwde bachelor Nederlands Recht. “Ik behoor tot de eerste lichting, die met de nodige kinderziektes te maken krijgt. Maar tijdens de evaluaties voelde ik mij niet gehoord. Ik dacht: in de raad word ik serieuzer genomen.”
Toch herkent ook hij het beeld van minder actieve studentraadsleden. “Sterker: ik was de eerste paar vergaderingen ook niet zo spraakzaam. Wat misschien als desinteresse overkomt, maar ermee te maken heeft dat je je draai nog moet vinden. Het voelt raar om als student in discussie te gaan met bijvoorbeeld de decaan. Dat moet je leren.” In die zin is het raadswerk dan weer een verrijking van het cv, meent hij. “Het is een waardevolle ervaring. Je krijgt op jonge leeftijd inzicht in de werking van een grote organisatie en leert hoe je je professioneel gedraagt.”