Om met het goede nieuws te beginnen: de minister benadrukt in zijn brief dat de universiteiten in het grensgebied, zoals de Universiteit Maastricht, in een andere positie zitten dan universiteiten in het midden van het land. Hij wil geen algemene maatregelen maar maatwerk. Dit tot opluchting van Letschert: “Had dat er niet ingestaan, dan was ik nu lichtelijk in paniek geweest.”
Dat geldt ook voor het feit dat Dijkgraaf de positieve kanten van internationalisering, voor onder meer de samenleving en de kenniseconomie, benadrukt. Begin maart uitte Letschert tegenover Observant haar zorgen. “Ik mis de blik op het hele systeem in deze discussie, ik mis het besef dat een universiteit geen eiland is, maar is ingebed in de samenleving,” zei ze toen. Dat besef lijkt bij de minister te zijn doorgedrongen.
Daarnaast noemt Letschert het “goed nieuws” dat universiteiten een numerus fixus kunnen invoeren voor het Engelstalige traject van een opleiding. “Het is goed dat er wettelijke instrumenten komen voor die universiteiten die dat nodig hebben.” Letschert zei in maart al dat de UM daar niet bij hoort, die kan de instroom van internationale studenten volgens haar wél aan.
Centrale regie
Dat betekent niet dat alle zorgen nu weg zijn. “De komende maand gaan wij met de ambtenaren van het ministerie van onderwijs in gesprek over de precieze uitwerking van deze plannen. De minister wil bijvoorbeeld ‘een vorm van centrale regievorming’, maar wat bedoelt hij daar precies mee? Gaat hij de autonomie bij de instellingen weghalen om te bepalen in welke sectoren wij internationale studenten werven? In hoeverre mogen wij als bestuur en decanen de strategie nog bepalen? Als dat straks allemaal centraal gaat, dan vinden wij daar wel iets van, daar zijn we het niet mee eens.”
Letschert zit in één van de werkgroepen die de schakel is tussen het ministerie en de veertien Nederlandse universiteiten. “Uiteindelijk moeten alle universiteiten een handtekening onder het bestuursakkoord zetten.” Het laatste woord is er nog niet over gesproken.
Ook het debat dat Dijkgraaf op 15 juni met de Tweede Kamer heeft, is volgens Letschert “cruciaal. Hoeveel ruimte geven zij de minister om zijn plannen op deze manier uit te voeren? Ik ben en blijf met veel Kamerleden in gesprek om hen te informeren over de enorme consequenties voor de UM als de toestroom van internationale studenten moet afnemen. Dan hebben niet alleen wij een probleem, dat raakt de economische structuur en ontwikkeling van de hele regio.”
Taalbeleid
Wat betreft het taalbeleid zit het hem eveneens in de details. “Dat medewerkers ook Nederlands moeten spreken, dat hebben wij in 2018 al ingevoerd. Ons beleid sluit naadloos aan op wat de minister op dat vlak wil.” Dat Dijkgraaf ook ‘bestuurlijke afspraken’ wil maken over de ‘bestuurstaal’ aan universiteiten en hogescholen (in principe Nederlands en indien nodig tweetalig), had van Letschert “niet gehoeven. Dat moet je bij de instellingen laten. Maar als UM zijn we al tweetalig, dus het is verder geen probleem voor ons.”
Maar hoe het met de internationale studenten moet – Dijkgraaf wil dat universiteiten de Nederlandse taalvaardigheid bij alle studenten gaan bevorderen – daar zijn nog veel vragen over. “Op welk niveau moeten zij straks Nederlands spreken? Social Dutch – zoals we dat nu in de vorm van een cursus vrijblijvend aanbieden, ongeveer de helft van de internationals maakt daar gebruik van – of C1 niveau? Dat maakt nogal uit. En komt er een addendum bij het diploma waarop staat dat je de cursus Nederlands hebt gehaald? Dan is het wel verplicht, maar geen onderdeel van het curriculum. Moet het een verplicht vak worden, dan moet je ook ergens in alle opleidingen een vak schrappen. We moeten goed kijken naar wat er haalbaar is.”