Internationals aan universiteiten voelen kille wind

Internationals aan universiteiten voelen kille wind

In de Nederlandse politiek wordt steeds negatiever gesproken over internationals

22-11-2023 · Nieuws

NEDERLAND. Veel internationals aan Nederlandse universiteiten voelen zich nu minder welkom dan toen ze hier aankwamen, blijkt uit een peiling van zes universiteitsbladen. Dat heeft vooral te maken met het politieke debat over migratie.

In totaal vulden 1.330 studenten en werknemers in Groningen, Utrecht, Nijmegen, Delft, Wageningen en Twente de enquête in. Ruim 70 procent zegt dat ze zich welkom voelden toen ze in Nederland aankwamen, maar dat geldt nu nog maar voor 55 procent. Het aandeel geënquêteerden dat zich ongewenst voelt, steeg van 16,5 procent bij aankomst naar 25 procent nu.

Bijna de helft noemt als reden dat er in de Nederlandse politiek steeds negatiever wordt gesproken over internationals. Ongeveer 30 procent overweegt uit Nederland te vertrekken vanwege het huidige internationaliseringsdebat.

Schokkend

Een Duitse onderzoeker bij de Utrechtse faculteit geesteswetenschappen noemt het in DUB “schokkend om te constateren dat het discours de afgelopen vijf jaar is veranderd van een positief ideologische kijk op internationalisering naar een ideologische afwijzing van internationalisering, alsof het de bron is van alle maatschappelijke problemen, van de huizencrisis tot de werkdruk op universiteiten”.

Optimistisch

Niet iedereen is even pessimistisch. In de Groningse UKrant, die het initiatief nam voor de peiling, zegt een Canadese docent dat ze nog lang niet aan vertrek denkt: “Ik ben optimistisch dat deze discussie over internationals iets tijdelijks is, dat men gewend raakt aan de toename van Engelssprekende mensen en dat de huizencrisis wordt opgelost. En daarnaast is de universitaire gemeenschap heel open. Dus er is voor ons genoeg reden om te blijven.”

Observant vroeg vorige week medewerkers en studenten of ze zich zorgen maken over de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen. 

Vandaag gaat Nederland naar de stembus. Vooral partijen aan de rechterkant van het politieke spectrum willen de internationalisering van het hoger onderwijs en onderzoek flink terugdringen.

HOP, Hein Cuppen

Auteur: Redactie

Foto: Shutterstock

Categoriëen: Nieuws, nieuws_boven
Tags: welkom,buitenlanders,internationalisering,verengelsing,verkiezingen,den haag

Reacties

Ron van Meer

De Canadese onderzoeker stelt, zo lees ik in het artikel, dat Nederlanders "nog moeten wennen aan het Engels". Is dat echt zo? Moeten Nederlands nog aan het Engels wennen? Ik hoor al zo'n tien jaar niets anders dan Engels om mij heen; in het onderwijs, de media, de trein, het cafe en in de supermarkten (bij zowel klanten als medewerkers). Onlangs ving ik in de bus een gesprek op tussen twee internationale studenten die zich (ik verzin het niet!) afvroegen waarom er in Nederland nog Nederlands wordt gesproken. Er is geen land in Europa waar de landstaal (in alle domeinen) zoveel plaats heeft gemaakt voor het Engels, dan Nederland.

Ik denk dat het belangrijk is een onderscheid te maken tussen een "afwijzing van internationalisering" (zoals deze te vinden is bij partijen als PVV en FvD) en het zoeken naar een "juiste balans in de internationalisering" (zoals deze tot uitdrukking komt bij meer gematigde partijen aan zowel rechter- als linkerzijde). Overigens, ook Groenlinks-PvdA is voor meer universitaire opleidingen met het Nederlands als onderwijstaal (naast Engelstalige opleidingen) en pleit voor een strenger toezicht op dit gebied (zie het verkiezingsprogramma van deze partij).

Het gaat hier dus om een breed gedeelde maatschappelijke en politieke wens. Een wens die een paar maanden geleden nog tot uitdrukking kwam in het wetsvoorstel van Dijkgraaf: "Internationalisering in Balans".

De huidige aandacht voor internationalisering (van het hoger onderwijs) richt zich naar mijn idee niet tegen internationalisering als zodanig. Hoe kan je nu tegen internationalisering zijn; onze samenleving is toch altijd internationaal geweest? Het overgrote deel van de burgers in Nederland begrijpt heel goed --zo is mijn indruk-- dat internationalisering nodig en wenselijk is voor samenleving, cultuur en economie.

Nee, goed beschouwd is de huidige discussie veel specifieker dan alleen "voor" of "tegen" internationalisering zijn. Het gaat om de vraag hoe er een beter evenwicht kan worden gevonden tussen de meerwaarde van internationalisering en de negatieve maatschappelijke en culturele neveneffecten ervan. Die neveneffecten gaan verder (en zijn veel breder) dan universiteitsbestuurders en media vaak suggeren. Het gaat niet alleen om de druk op (studenten)huisvesting, de verdringing van Nederlandse studenten bij de aanmelding of de kwaliteit van het hoger onderwijs (door overvolle collegezalen). Het gaat ook om:

--het feit dat er zoveel belastinggeld wordt uitgegeven aan het opleiden van internationale bachelor-studenten waarvan slechts een klein deel (15% ongeveer) in Nederland blijft werken, terwijl, omgekeerd, een veel kleiner percentage Nederlandse studenten in het buitenland gaat studeren. Andersgezegd; is dit wel een effectieve besteding van publieke middelen die gereserveerd zijn voor het hoger onderwijsbestel?

-- het beperkt doorstromen van kennis en inzichten van het universitair onderwijs naar andere onderwijssectoren (basis-, voortgezetonderwijs, mbo en hbo) wanneer het universitair onderwijs overwegend door internationale studenten wordt gevolgd die alleen Engelstalig zijn;

--het dalend niveau van Nederlandse uitdrukkingsvaardigheden onder studenten (zoals vastgesteld door de Taalunie en verschillende universiteiten); een tendens die niet wordt gekeerd wanneer Nederlandse studenten alleen nog Engelstalig onderwijs volgen en die bovendien de komende jaren waarschijnlijk alleen nog erger zal worden (inmiddels slaagt 20% van de VWO'ers niet voor het examen Nederlands en is 25% van de 15-jarigen is functioneel analfabeet, zie PISA-scores);

--de drempel die studenten met lagere sociaal-economische achtergronden ervaren bij aanmelding voor universitaire opleidingen die alleen het Engels als onderwijstaal hanteren (zie rapport Onderwijs Inspectie);

--het verlies van het Nederlands als taal voor cultuur, wetenschap, debat en analyse. Het feit dat het Nederlands als serieuze onderwijstaal (en als taal die wordt geoefend en gewaardeerd) aan veel universiteiten vrijwel is verdwenen, draagt bij aan dit verlies.

Op welke manier beziet de UM deze meer omstreden effecten van internationalisering? Hoe draagt de UM in meer algemene zin (los van de eigen insitutie en regio) binnen samenwerkingsverbanden als de "Universiteiten van Nederland" (UNL) bij aan een meer houdbare en evenwichtige internationalisering van het hoger onderwijs waarin behalve aandacht voor de meerwaarde, ook aandacht is voor de negatieve maatschapoelijke en culturele neveneffecten?







Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.