Universiteiten maken nevenfuncties hoogleraren beter inzichtelijk

Diesviering, januari 2024, vlak voor de ingang van de Sint Janskerk

Universiteiten maken nevenfuncties hoogleraren beter inzichtelijk

369 ‘bijklussende’ Maastrichtse hoogleraren hebben elk zo’n 3 bijbanen

31-01-2024 · Achtergrond

De veertien universiteiten hebben nieuwe overzichten van de nevenwerkzaamheden van hun hoogleraren online gezet. De registers zijn via de website van universiteitenvereniging UNL te raadplegen. Daaruit blijkt dat de 369 Maastrichtse hoogleraren die bijklussen, gemiddeld zo’n 3 bijbanen per persoon hebben.

Sommige hoogleraren worden gesponsord door het bedrijfsleven of door overheidsorganisaties. Hoewel het belangrijk is om te weten of bijvoorbeeld een hoogleraar longziekten gesponsord wordt door een sigarettenfabrikant, lieten de registers van de universiteiten veel te wensen over. Eind vorig jaar ontstond er nog ophef over de Maastrichtse hoogleraar epidemiologie Maurice Zeegers. Volgens NRC Handelsblad lopen diens wetenschappelijke en commerciële werk door elkaar heen. De Universiteit Maastricht doet er momenteel  onderzoek naar.

Dubbele petten

Al in 2007 pleitte toenmalig onderwijsminister Ronald Plasterk (PvdA) voor een landelijk register, maar dat kwam er niet. De universiteiten waren bang dat dit de privacy van de hoogleraren zou schaden. Wel zouden hun nevenfuncties voortaan openbaar worden gemaakt op de websites van de universiteiten zelf. Maar die registers waren verre van compleet.

In 2022 was de maat vol voor minister Dijkgraaf. Uit publicaties van de Volkskrant, Folia en Nieuwsuur was gebleken dat heel wat hoogleraren belastingrecht en fiscale economie dubbele petten op hadden, zonder dat dit in de registers van de universiteiten stond. Dijkgraaf drong aan op de komst van één landelijk register: “We moeten gewoon een website hebben waar je kunt zien welke andere banen een hoogleraar of onderzoeker heeft.”

Maar de universiteiten kiezen nu toch voor een andere oplossing. Ze lieten een haalbaarheidsstudie uitvoeren naar een centraal registratiesysteem voor nevenwerkzaamheden van hoogleraren. Daaruit zou blijken dat lokale, geüniformeerde registers per universiteit “de best haalbare optie is”.

Het register van de Universiteit Maastricht

Een nationaal register zou nog steeds privacybezwaren met zich meebrengen omdat een wettelijke grondslag daarvoor ontbreekt. Daarom hebben de universiteiten gekozen voor uniformering en verbetering van de lokale registers die via UNL te raadplegen zijn.

In het register van de UM zijn 459 hoogleraren opgenomen. 369 van hen meldden een of meerdere nevenfuncties. In totaal waren dat er 1066, gemiddeld ongeveer 2,9 per persoon. In die berekening zijn overigens ook de hoogleraren van de faculteit Health, Medicine and Life Sciences meegenomen, onder wie sommigen in het MUMC+ rondlopen als bijvoorbeeld arts. De faculteit en het ziekenhuis zijn formeel verschillende organisaties, al wordt momenteel gesproken over verdere integratie.

Stap vooruit

Hoewel er dus geen centraal register komt noemt minister Dijkgraaf de nieuwe overzichten een goed stap vooruit. “Samenwerking van hoogleraren met maatschappelijke organisaties en bedrijven kan nuttig zijn, ook voor de kwaliteit van het onderwijs. Maar dan moet dat wel voor iedereen helder zijn.”

In de registers staan de namen van hoogleraren, hun faculteit en hun nevenfunctie. Je ziet bijvoorbeeld of iemand adviseur is van een bedrijf of organisatie. Soms is het overzicht nog wat onduidelijk. Dan heeft iemand bijvoorbeeld een ‘overige’ functie, wat dat ook inhoudt.

HOP, Hein Cuppen / Peter Doorakkers

Auteur: Redactie

Foto: Joey Roberts

Tags: Universiteit Maastricht,UNL,Nevenwerkzaamheden,Hoogleraren

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.