Daarmee probeert het bestuur tegemoet te komen aan een deel van de kritiek op de herindeling van UNS 50. Door de renovatie van het pand en de verbouwing van het proefdiercentrum (dat inpandig blijft en niet wordt ondergebracht in een nieuw gebouw), blijven er minder vierkante meters per fulltime medewerker over, acht in plaats van tien.
In de vorige vergadering van de faculteitsraad in december, lagen er drie kritische brieven over de herindeling. Een gezamenlijk punt was het tekort aan werkplekken voor stagiairs – met name masterstudenten die lange stages lopen bij de zogeheten ‘laboratoriumvakgroepen’.
In de oplossing die deze week in de raad werd besproken moeten de betrokken vakgroepen zelf zo’n 150 van de in totaal 250 werkplekken realiseren. Dat is haalbaar “als iedereen verstandig met de ruimte omgaat”, denkt Didier Vertommen, hoofd faciliteiten en gebouwenbeheer van FHML.
Geclusterd
Wat de andere honderd betreft: op de derde verdieping van de UB zouden zestig werkplekken komen. Gaat dat ten koste van reguliere studieplekken voor studenten? Nee, stelt hij, de stagiairs zitten nu al verspreid over de bibliotheek, hun werkplekken worden geclusterd en zouden een directe verbinding met UNS 50 moeten krijgen. Daarover zijn verkennende gesprekken met het bestuur van de UB gevoerd, aldus Vertommen. Op de vierde verdieping van UNS 50 zouden er nog eens veertig kunnen komen.
In de raad werd dinsdag voorzichtig positief gereageerd op het voorstel. Raadsvoorzitter Boy Houben – tevens stagecoördinator en ondertekenaar van een van de brieven – noemde het “mooi dat er extra ruimte gecreëerd kan worden”.
Sceptischer is hij over de vraag of de betrokken vakgroepen na de herindeling inderdaad zelf 154 plekken kunnen creëren, zoals Vertommen stelt. Dat is onduidelijk, stelt Houben desgevraagd. De berekening is gebaseerd op aantallen uit een eerder collegejaar. “Ik snap dat je ergens vanuit moet gaan, maar het zegt niets.”