Het college kondigde eind mei aan de bestaande bestuurlijke banden met Israëlische instellingen te ‘bevriezen’, maar samenwerkingen tussen individuele wetenschappers blijven ongemoeid. Verder gaat men voorlopig geen nieuwe partnerschappen aan. Dat staat volgens de ondertekenaars – de grootste groep is afkomstig van de faculteit Arts and Social Sciences – “in geen verhouding tot de omvang van deze humanitaire crisis”.
Papieren tijger?
Ze vinden de aangekondigde Human Rights Due Diligence tool, waarmee de UM wil gaan bepalen of partners in conflictgebieden schone handen hebben, “een stap in de goede richting” maar hebben er vragen bij: worden bestaande samenwerkingen langs die meetlat gelegd of enkel nieuwe? Wordt de uitkomst van zo’n beoordeling bindend? En wordt er vooraf gekeken of een samenwerking de toets der kritiek kan doorstaan of enkel achteraf, als er al mensenrechten geschonden zijn? Ze vrezen dat het instrument een papieren tijger wordt, een zoethoudertje om kritische stemmen tot zwijgen te brengen, “zoals vaak het geval is”. Ook wensen ze dat naast stafleden ook ervaringsdeskundigen hun zegje mogen doen, zoals de studenten “die zo hard hebben gevochten om deze zaak onder jullie aandacht te brengen” – lees: die deelnamen aan de verschillende pro-Palestijnse demonstraties die dit academisch jaar ook in Maastricht plaatsvonden.
Dialoog
Ook hopen de opstellers van de open brief op een “actieve dialoog” binnen de UM. Die zou moeten gaan over “onze rol en verantwoordelijkheden als hoger onderwijsinstelling” en ruimte moeten bieden aan de stemmen “van mensen die persoonlijk door het huidige conflict geraakt worden”.
Lees hier de open brief.