‘Mijn baan vereist dat ik heel hard moet werken’: ja, vindt 77 procent van de UM’ers

‘Mijn baan vereist dat ik heel hard moet werken’: ja, vindt 77 procent van de UM’ers

Arbeidsinspectie kraakt kritische noten over werkdruk aan UM

20-06-2024 · Nieuws

MAASTRICHT. De Universiteit Maastricht krijgt een tik op de vingers van de Arbeidsinspectie. Uit een enquête rondom werkdruk en ongewenst gedrag blijkt dat in Maastricht overwerk en stress alom aanwezig zijn. Zo werken UM-wetenschappers en docenten gemiddeld zes uur per week meer dan in hun contract staat en 41 procent ploetert vaak of altijd in de avonduren door omdat het werk niet af is.

Driekwart van de bijna negenhonderd wetenschappers en docenten van de Universiteit Maastricht die de enquête van de Arbeidsinspectie hebben ingevuld, meent dat “mijn baan vereist dat ik heel hard moet werken”. De helft vindt dat ze niet voldoende tijd krijgt om het werk af te ronden. En op de vraag of de medewerker de afgelopen twee jaar “meer dan incidenteel te maken heeft gehad met stress als gevolg van werkdruk”, antwoordt 72 procent instemmend. Uitputting is een belangrijk signaal bij een burn-out en ook daarvan blijkt een kwart dit als ‘hoog’ te ervaren. Wat de hoeveelheid taken betreft die medewerkers buiten en ‘boven’ hun functie uitvoeren: ‘junior’ universitair docenten (UD 2) voeren de ranglijst aan met een gemiddelde van negen extra taken. Dat laatste wordt genoemd als een van de oorzaken van te hoge werkdruk, net als onrealistische normuren, bureaucratie en prestatiedruk.

Plan van aanpak

De Inspectie nam niet alleen Maastricht, maar alle universiteiten in Nederland onder de loep en wie de resultaten bekijkt, ziet grofweg, in dezelfde mate, overal hetzelfde: stress, overwerk en wangedrag. Iedere universiteit ontving recent een ‘deelrapport’ met de enquêteresultaten. Conclusie voor de UM: er is werk aan de winkel. Het lijkt er volgens de Inspectie niet op dat “maatregelen genomen worden op basis van een probleemanalyse”. Een degelijke cyclus van verdiepend onderzoek naar de oorzaken, een plan van aanpak én een evaluatie, wordt gemist. Ja, er is genoeg opgetuigd, van een Leadership Academy en het programma Erkennen en Waarderen tot een werkgroep die zich buigt over de duurzame inzetbaarheid van medewerkers, maar er zijn vraagtekens bij de uitvoering. Veel actiepunten zijn nog niet (volledig) gerealiseerd.

Korter academisch jaar

De UM had jarenlang een Taskforce Sustainable Employability (daarvoor Taskforce Workload). In 2021 legden zij vijftien actiepunten op tafel, waaronder een kortere academische kalender, het aanpakken van studentevaluaties, normuren, bureaucratie en betere leiderschapskwaliteiten. Wat de knip in de kalender betreft is de UM als geheel nog niet overstag gegaan. Volgens een rapport van een onafhankelijk adviesbureau zou alleen inkorten géén duurzame oplossing bieden voor de werkdruk. Wel zijn er her en der pilots. Zo is de faculteit Science and Engineering de eerste faculteit die komende september studenten en medewerkers meer vrije dagen rond kerst en een langere zomervakantie geeft door het curriculum anders in te richten.

Stuwmeer aan verlof

Verder krijgt de UM een tik op de vingers over de arbeidstijdenregistratie. Er lijkt “geen registratie of inzicht te zijn in het aantal gewerkte uren van werknemers” terwijl dat wel een verplichting is voor elke werkgever. Ook constateert de Inspectie een stuwmeer aan verlof. Wel is men tevreden over de “goede organisatie van vertrouwenspersonen”. Ook positief: de UM  pakt meldingen en klachten rondom ongewenst gedrag serieus op. “Op het gebied van ongewenst gedrag lijkt er de laatste jaren een verandering te zijn ingezet waarbij de universiteit zich inzet om de gedragsregels actief uit te dragen en werknemers verantwoordelijk te stellen wanneer die regels overtreden worden,” staat er in het rapport. Ook de verplichte modules over sociale veiligheid voor leidinggevenden zijn een pluspunt.

Macht

Wat heeft de staf in Maastricht de afgelopen twee jaar meegemaakt als het aankomt op ongewenst gedrag? 42 Procent zegt zelf slachtoffer te zijn van pesterijtjes, 61 procent zag het bij een collega gebeuren. Wat discriminatie betreft kruist 31 procent aan dat het henzelf overkomt, vooral op geslacht, nationaliteit en leeftijd. In mindere mate komen agressie en seksuele intimidatie voor.
Waar komt dat onbehoorlijke gedrag vandaan? Voedingsbodem is volgens meer dan de helft van de negenhonderd respondenten het verschil in macht en afhankelijke posities. Ook het ontbreken van leiderschapskwaliteiten bij managers is een thema om in de gaten te houden.
 

Wat wil de Arbeidsinspectie weten?

Alle Nederlandse werkgevers moeten beleid vaststellen om psychosociale arbeidsbelasting (werkdruk en ongewenst gedrag) tegen te gaan. Wie dat niet doet, kan uiteindelijk hoge boetes krijgen van de Arbeidsinspectie.
Wat ervaren medewerkers? Heeft de instelling de zaken op orde? Wat wordt er concreet gedaan om de werkdruk te verlagen, wordt het thema misschien te incidenteel aangepakt? Zijn er vertrouwenspersonen en een ombudsfunctionaris?
De Arbeidsinspectie ging vorig jaar op onderzoek uit aan de Nederlandse universiteiten, zo ook de Universiteit Maastricht. Er werd een vragenlijst rondgestuurd aan onderwijzend en wetenschappelijk personeel en een bezoek gebracht met als doel zoveel mogelijk informatie te verzamelen over werkdruk en over gedrag dat niet door de beugel kan, zoals discriminatie en agressie. Personeel van alle faculteiten, van docenten en interne en externe promovendi tot hoogleraren, vulden de vragenlijst in (negenhonderd respondenten in totaal); de minste respons kwam van de faculteit Arts and Social Sciences (FASoS) en de faculteit Psychologie en Neurowetenschappen (FPN). De meeste vragenlijsten kwamen retour van de grootste UM-faculteit, Health, Medicine and Life Sciences.  
In 2025 wordt de psychosociale arbeidsbelasting aan de Nederlandse universiteiten opnieuw onderzocht. Is het alsnog niet in orde, dan wordt er wel gehandhaafd.

Lees hier het algemene rapport (met bevindingen van alle universiteiten) van de Arbeidsinspectie van 14 mei 2024

Het deelrapport voor de UM is op UMployee te vinden

Auteur: Wendy Degens

Illustratie: Simone Golob

Categoriëen: Nieuws, nieuws_boven
Tags: werkdruk, overbelasting, uitputting,arbeidsinspectie,korter academisch jaar, normuren, bureaucratie,ongewenst gedrag, discriminatie,leiderschap, leadership academy

Reacties

Ger van Wunnik

De kop boven het artikel “‘Mijn baan vereist dat ik heel hard moet werken’: ja, vindt 77 procent van de UM’ers” is misleidend. In de enquete/onderzoek is schijnbaar -weer- geen aandacht geweest voor de werkdruk die het niet-wetenschappelijk personeel (OBP) ervaart.
Het genoemde percentage is, geprojecteerd op het totale UM-personeel, dus veel lager als 77%.
Ger van Wunnik, oud medewerker (OBP).

C. Bonnemayer

Jammer dat het in dit rapport van de arbeidsinspectie alweer alleen gaat over het wetenschappelijk personeel. De werkdruk bij het ondersteunend personeel is zeker zo hoog. Aanpak van hoge werkdruk en ongewenst vraagt een integrale oplossing, niet voor WP en OBP apart.

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.