Nieuw tijdperk voor Maastrichtse fossielenjacht: “Misschien sta je wel bovenop een mosasaurus”

Voor het eerst UM-onderzoek in de ENCI-groeve

25-09-2024 · Wetenschap

De fossiele vondsten in de Sint-Pietersberg, met name die van de mosasaurus, zijn wereldwijd befaamd. Toch hield de Universiteit Maastricht zich lang afzijdig van paleontologisch veldwerk. Maar daar komt verandering in, net nu er een ‘nieuw tijdperk’ aanbreekt. “De graafmachines hijgen ons niet meer in de nek.”

Laat het woord ‘Maastricht’ vallen bij een willekeurige geoloog of paleontoloog en grote kans dat de ogen gaan fonkelen. Zo ook die van Leon Claessens, sinds 2019 hoogleraar paleontologie en evolutie aan de UM. Ja, in de Verenigde Staten, waar hij onderzoek deed aan onder meer de prestigieuze Harvard-universiteit, had hij het prima naar zijn zin. Maar een kans om terug te keren naar de provincie waar hij opgroeide, kon hij niet laten schieten. “Maastricht is echt wereldberoemd in mijn onderzoeksveld.”

Immers: in ieder studieboek staat de periode van zo’n 72 tot 66 miljoen jaar geleden – het laatste tijdvak van het Krijt – aangeduid als het Maastrichtien. En dat is geen onopvallend stukje geschiedenis van onze planeet, vertelt Claessens. “Het eindigde met de meteorietinslag die de dinosauriërs de das om deed. Een iconische gebeurtenis die iedereen – van wetenschapper tot jong kind – kent.”

Maastricht dankt die eer aan de typische kalksteen, oftewel mergel, in de ondergrond van de Sint-Pietersberg, die in deze periode werd afgezet. Op de plek van het huidige Zuid-Limburg bevond zich op dat moment een ondiepe, subtropische zee, “vergelijkbaar met de Bahama’s”, inclusief een weelderig zeeleven. En dus herbergt de grondlaag een rijkdom aan fossielen.

Revolutionair idee

In het bijzonder: fossielen van de mosasaurus, een reusachtig roofdier dat tijdens het Maastrichtien over de wereldzeeën heerste. De eerste overblijfselen van deze soort werden in de 18de eeuw aangetroffen in het ondergrondse gangenstelsel van de heuvel. Vooral de vondst van een vrijwel intacte schedel in 1778 (zie kader) trok veel aandacht. Wetenschappers braken zich het hoofd over de identiteit van ‘Le Grand Animal de Maestricht’. Was het een walvis? Een uit de kluiten gewassen krokodil?

Uiteindelijk concludeerde natuuronderzoeker Georges Cuvier in 1808 dat het om een nog onbekende, inmiddels uitgestorven soort ging. Een revolutionair idee: het concept uitsterving was destijds niet of nauwelijks bekend, “dat is voor een belangrijk deel aan de hand van de mosasaurus ‘uitgevonden’”, zegt Claessens. Als knipoog naar de vindplaats vlakbij de Maas kreeg het zeemonster later de naam ‘maashagedis’, oftewel mosasaurus. Het zette Maastricht op de wetenschappelijke wereldkaart – een plek die werd verstevigd nadat de Belgische geoloog André Dumont in 1849 het tijdvak waarin de mosasaurus heerste tot het Maastrichtien doopte.

Niet stoffig

Twee eeuwen later is de aandacht nauwelijks verzwakt. Integendeel. Op een conferentie ter ere van het 175-jarige jubileum van het Maastrichtien, eerder deze maand in Maastricht, kwamen tientallen wetenschappers van over de hele wereld af. “En aansluitend was er ook nog het driejaarlijkse mosasaurussymposium, voor het eerst sinds 2004 weer in Maastricht, met nog eens zo’n vijftig deelnemers”, zegt Claessens. “Het gaat verder dan alleen maar stoffige feitjes: er wordt nog steeds veel onderzoek naar deze periode gedaan.”

Onder meer in de ENCI-groeve. Tijdens de winning van mergel – voor de productie voor cement – kwamen afgelopen eeuw meerdere zeldzame overblijfselen van mosasaurussen en andere exotische dieren aan het licht. Die commerciële exploitatie was in zekere zin dus een zegen, zegt Claessens. “Anders waren deze fossielen waarschijnlijk nooit gevonden. Maar tegelijkertijd was het ook frustrerend: onderzoekers moesten altijd onder hoge tijdsdruk werken. De graafmachines van de ENCI hijgden altijd in de nek – tijd kost immers geld. En ja, er zullen vast ook mosasaurussen vermalen zijn tot cement.”

Zeeschildpadden

Maar sinds de ENCI in 2018 de mergelwinning staakte, is er een “nieuw tijdperk” aangebroken, zegt Claessens. “Eindelijk kunnen we nu in alle rust onderzoek doen, waar Natuurmonumenten – de nieuwe beheerder van de groeve – gelukkig ook graag aan meewerkt.” En dat biedt nieuwe mogelijkheden. “In plaats van gehaast op zoek gaan naar het mooiste fossiel, kunnen we nu echt de tijd nemen om de hele context te begrijpen. Hoe zag het ecosysteem eruit in de tijd van de mosasaurus? En hoe veranderde dit in de loop van millennia? Welke dier- en plantensoorten kwamen en verdwenen door bijvoorbeeld migratie of uitsterving?”

Een nieuwe, meerjarige studie moet deze vragen gaan beantwoorden. Deze zomer vond het eerste veldwerk door onderzoekers en studenten van het Maastricht Science Programme (MSP), samen met vrijwilligers, in de ENCI-groeve plaats. “Het eerste echte paleontologische onderzoek door de UM op deze plek”, zegt Claessens. “Heel spannend, want je vindt hier zoveel verschillende fossielen: inktvissen, haaien, zeeschildpadden, oesters, zee-egels, maar ook plankton en microfossielen.”

Nieuwe verrassingen

Trappen in de ENCI-groeve: de plek van het UM-onderzoek

Het decor van de studie is een wand met metershoge trappen, “bijna als een Maya-tempel”, die de ENCI speciaal voor wetenschappelijk onderzoek heeft afgegraven. “Als je een paar centimeter naar beneden graaft, ga je zo duizenden jaren terug in de tijd. Je kunt veranderingen in het ecosysteem dus laagje voor laagje onderzoeken.” Dat gebeurt zowel op de “ouderwetse” manier – handmatig met hamers en borstels – als met een 3D-scanner. “Die brengt tot op de millimeter nauwkeurig de bovenste grondlaag in kaart. Dat doen we voor elk laagje dat we afgraven. Het moet uiteindelijk een digitaal ‘boek’ opleveren, waarmee je door de tijd kunt bladeren. Een ongekende rijkdom aan data.”

De komende tijd gaan studenten aan de slag met de fossiele vondsten en 3D-data, volgende zomer – zodra het weer er zich voor leent – wordt er opnieuw gegraven. “Over een paar jaar hopen we een goed beeld te hebben van de veranderende ecosystemen in het Maastrichtien.”

Al betekent die focus op de bredere context niet dat verrassende vondsten uitgesloten zijn. Claessens wijst op een vogelfossiel waar amateurpaleontologen een paar jaar geleden op stuitten in de groeve. “Die bleek een heel geavanceerde kaak met tanden te hebben, waarvan gedacht werd dat deze pas veel later was ontstaan. Dat zette een hele eeuw aan consensus over vogelevolutie op z’n kop. En het mooie is: de volgende compleet onbekende diersoort of mosasaurusschedel kan zomaar een paar centimeter onder je voeten liggen. Je bent hier nooit klaar met onderzoeken.”
 

Terug naar Maastricht?

De in 1778 opgegraven mosasaurusschedel zette Maastricht in de wetenschappelijke spotlights, maar was al gauw niet meer in de stad te vinden. In 1795 namen Franse troepen het fossiel als trophée de guerre, oorlogsbuit, mee naar Parijs. Daar geldt het sindsdien als een van de topstukken van het Muséum national d’Histoire naturelle. Maar niet meer voor lang, als het aan de Maastrichtse gemeenteraad ligt. Die stemde vorig jaar in met een motie die de gemeente verzoekt, eventueel samen met het kabinet, de gesprekken met Frankrijk over teruggave te openen.

Een haalbare missie? “Een definitieve teruggave wordt een zeer lastig verhaal”, zegt Donna Yates, die als universitair hoofddocent bij de vakgroep strafrecht en criminologie fossielenhandel bestudeert. “Er bestaan geen juridisch instrumenten om dit af te dwingen. In de tijd van de roof waren oorlogsbuiten niet illegaal. Bovendien: de Franse wet maakt het erg lastig om afstand te doen van ‘staatseigendommen’.”

Overblijfselen van een mosasaurus in het Natuurhistorisch Museum Maastricht. Foto: NHM Maastricht

De enige mogelijkheid is praten, zegt Yates. “Al staat Frankrijk niet bekend om het retourneren van zulke historische roofobjecten. Er moet een goede reden zijn. Een koloniaal schuldgevoel is hier niet van toepassing. En ook de wetenschappelijke en culturele context van het fossiel ligt grotendeels in Frankrijk – het meeste onderzoek is hier verricht.” Maar niet geschoten is altijd mis, stelt Yates. “Misschien zit er een samenwerking tussen wetenschappelijke instituten in, met wederzijdse voordelen. Waarbij de mosasaurus naar hier komt voor tijdelijke tentoonstellingen (zoals in 2009 al eens gebeurde, red.), maar er bijvoorbeeld ook uitwisselingsmogelijkheden voor studenten, onderzoekers en andere museumobjecten komen.”

Tot het zover is toch mosasaurusfossielen in Maastricht bewonderen? In het Natuurhistorisch Museum Maastricht zijn de resten van enkele recenter opgegraven exemplaren te zien, en sinds vorige maand ook een elf meter lang, gereconstrueerd skelet van het zeemonster.

 

Foto's: Observant

Tags: mosasaurus,maastrichtien,enci-groeve,sint-pietersberg,geologie,paleontologie,msp,fse,fossielen,onderzoek

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.