Laat het woord ‘Maastricht’ vallen bij een willekeurige geoloog of paleontoloog en grote kans dat de ogen gaan fonkelen. Zo ook die van Leon Claessens, sinds 2019 hoogleraar paleontologie en evolutie aan de UM. Ja, in de Verenigde Staten, waar hij onderzoek deed aan onder meer de prestigieuze Harvard-universiteit, had hij het prima naar zijn zin. Maar een kans om terug te keren naar de provincie waar hij opgroeide, kon hij niet laten schieten. “Maastricht is echt wereldberoemd in mijn onderzoeksveld.”
Immers: in ieder studieboek staat de periode van zo’n 72 tot 66 miljoen jaar geleden – het laatste tijdvak van het Krijt – aangeduid als het Maastrichtien. En dat is geen onopvallend stukje geschiedenis van onze planeet, vertelt Claessens. “Het eindigde met de meteorietinslag die de dinosauriërs de das om deed. Een iconische gebeurtenis die iedereen – van wetenschapper tot jong kind – kent.”
Maastricht dankt die eer aan de typische kalksteen, oftewel mergel, in de ondergrond van de Sint-Pietersberg, die in deze periode werd afgezet. Op de plek van het huidige Zuid-Limburg bevond zich op dat moment een ondiepe, subtropische zee, “vergelijkbaar met de Bahama’s”, inclusief een weelderig zeeleven. En dus herbergt de grondlaag een rijkdom aan fossielen.
Revolutionair idee
In het bijzonder: fossielen van de mosasaurus, een reusachtig roofdier dat tijdens het Maastrichtien over de wereldzeeën heerste. De eerste overblijfselen van deze soort werden in de 18de eeuw aangetroffen in het ondergrondse gangenstelsel van de heuvel. Vooral de vondst van een vrijwel intacte schedel in 1778 (zie kader) trok veel aandacht. Wetenschappers braken zich het hoofd over de identiteit van ‘Le Grand Animal de Maestricht’. Was het een walvis? Een uit de kluiten gewassen krokodil?
Uiteindelijk concludeerde natuuronderzoeker Georges Cuvier in 1808 dat het om een nog onbekende, inmiddels uitgestorven soort ging. Een revolutionair idee: het concept uitsterving was destijds niet of nauwelijks bekend, “dat is voor een belangrijk deel aan de hand van de mosasaurus ‘uitgevonden’”, zegt Claessens. Als knipoog naar de vindplaats vlakbij de Maas kreeg het zeemonster later de naam ‘maashagedis’, oftewel mosasaurus. Het zette Maastricht op de wetenschappelijke wereldkaart – een plek die werd verstevigd nadat de Belgische geoloog André Dumont in 1849 het tijdvak waarin de mosasaurus heerste tot het Maastrichtien doopte.
Niet stoffig
Twee eeuwen later is de aandacht nauwelijks verzwakt. Integendeel. Op een conferentie ter ere van het 175-jarige jubileum van het Maastrichtien, eerder deze maand in Maastricht, kwamen tientallen wetenschappers van over de hele wereld af. “En aansluitend was er ook nog het driejaarlijkse mosasaurussymposium, voor het eerst sinds 2004 weer in Maastricht, met nog eens zo’n vijftig deelnemers”, zegt Claessens. “Het gaat verder dan alleen maar stoffige feitjes: er wordt nog steeds veel onderzoek naar deze periode gedaan.”
Onder meer in de ENCI-groeve. Tijdens de winning van mergel – voor de productie voor cement – kwamen afgelopen eeuw meerdere zeldzame overblijfselen van mosasaurussen en andere exotische dieren aan het licht. Die commerciële exploitatie was in zekere zin dus een zegen, zegt Claessens. “Anders waren deze fossielen waarschijnlijk nooit gevonden. Maar tegelijkertijd was het ook frustrerend: onderzoekers moesten altijd onder hoge tijdsdruk werken. De graafmachines van de ENCI hijgden altijd in de nek – tijd kost immers geld. En ja, er zullen vast ook mosasaurussen vermalen zijn tot cement.”
Zeeschildpadden
Maar sinds de ENCI in 2018 de mergelwinning staakte, is er een “nieuw tijdperk” aangebroken, zegt Claessens. “Eindelijk kunnen we nu in alle rust onderzoek doen, waar Natuurmonumenten – de nieuwe beheerder van de groeve – gelukkig ook graag aan meewerkt.” En dat biedt nieuwe mogelijkheden. “In plaats van gehaast op zoek gaan naar het mooiste fossiel, kunnen we nu echt de tijd nemen om de hele context te begrijpen. Hoe zag het ecosysteem eruit in de tijd van de mosasaurus? En hoe veranderde dit in de loop van millennia? Welke dier- en plantensoorten kwamen en verdwenen door bijvoorbeeld migratie of uitsterving?”
Een nieuwe, meerjarige studie moet deze vragen gaan beantwoorden. Deze zomer vond het eerste veldwerk door onderzoekers en studenten van het Maastricht Science Programme (MSP), samen met vrijwilligers, in de ENCI-groeve plaats. “Het eerste echte paleontologische onderzoek door de UM op deze plek”, zegt Claessens. “Heel spannend, want je vindt hier zoveel verschillende fossielen: inktvissen, haaien, zeeschildpadden, oesters, zee-egels, maar ook plankton en microfossielen.”
Nieuwe verrassingen
Trappen in de ENCI-groeve: de plek van het UM-onderzoek
Het decor van de studie is een wand met metershoge trappen, “bijna als een Maya-tempel”, die de ENCI speciaal voor wetenschappelijk onderzoek heeft afgegraven. “Als je een paar centimeter naar beneden graaft, ga je zo duizenden jaren terug in de tijd. Je kunt veranderingen in het ecosysteem dus laagje voor laagje onderzoeken.” Dat gebeurt zowel op de “ouderwetse” manier – handmatig met hamers en borstels – als met een 3D-scanner. “Die brengt tot op de millimeter nauwkeurig de bovenste grondlaag in kaart. Dat doen we voor elk laagje dat we afgraven. Het moet uiteindelijk een digitaal ‘boek’ opleveren, waarmee je door de tijd kunt bladeren. Een ongekende rijkdom aan data.”
De komende tijd gaan studenten aan de slag met de fossiele vondsten en 3D-data, volgende zomer – zodra het weer er zich voor leent – wordt er opnieuw gegraven. “Over een paar jaar hopen we een goed beeld te hebben van de veranderende ecosystemen in het Maastrichtien.”
Al betekent die focus op de bredere context niet dat verrassende vondsten uitgesloten zijn. Claessens wijst op een vogelfossiel waar amateurpaleontologen een paar jaar geleden op stuitten in de groeve. “Die bleek een heel geavanceerde kaak met tanden te hebben, waarvan gedacht werd dat deze pas veel later was ontstaan. Dat zette een hele eeuw aan consensus over vogelevolutie op z’n kop. En het mooie is: de volgende compleet onbekende diersoort of mosasaurusschedel kan zomaar een paar centimeter onder je voeten liggen. Je bent hier nooit klaar met onderzoeken.”