Afscheid van een hoofdredacteur: “O bah, ik vind zo’n interview maar niks”

Afscheid van een hoofdredacteur: “O bah, ik vind zo’n interview maar niks”

Riki Janssen stopt als hoofdredacteur van Observant

21-05-2025 · Interview

Observant-redacteur Riki Janssen had de wind tegen halverwege de jaren negentig, toen ze hoofdredacteur wilde worden van het universiteitsblad. Het was qua organisatie een zooitje op de burelen, blikt ze terug. Het moest anders. Maar het toenmalige stichtingsbestuur wilde haar niet bevorderen. En toch lukte het. Nu stopt ze ermee, na 29 jaar. Een interview over respect, niet bang zijn, vertrouwen en de heftigste periode uit haar carrière. “Ik kon het niet meer loslaten.”

“Geen zielig verhaal hè, niet te veel over dat stotteren en zo. O bah, ik vind zo’n interview maar niks.” Ze ondervindt aan den lijve hoe het is om aan ‘de andere kant’ te zitten, om haar ziel en zaligheid op tafel te leggen. En ze weet ook: Hoe opener de geïnterviewde, hoe boeiender het artikel.
Riki Janssen (1959), de tweede hoofdredacteur die Observant ooit heeft gehad, geeft de touwtjes uit handen. “Het is goed geweest. Ik hoef niet meer altijd vooraan te staan.” Sinds 1996 is ze leidinggevende; ze heeft veel van de groei van de universiteit meegemaakt, de introductie van het Engels als tweede voertaal, de digitalisering, ook van het universiteitsblad zelf.

Is 29 jaar niet heel erg lang? “Ik had al voor corona besloten te stoppen. Maar ja, dan gebeurt er van alles, op de redactie, in het leven van collega’s. Je wacht. Ik wist aan wie ik het stokje wilde doorgeven. Maar die moest nog even nadenken”, knipoogt ze richting haar opvolger. “Iemand van buiten vond ik geen optie. Ik heb het bij zusterbladen vaak fout zien gaan. Het is heel lastig als je de universiteit niet kent.”
Hoe vaak heeft ze wel niet gehoord: ‘Wanneer stap je over naar een grote landelijke krant?’ “In de ogen van velen is een universiteitsblad ‘minder’. Ik begrijp het wel, maar toch is het jammer. Het werk is hetzelfde. Wij hebben net zo’n hoge standaard, nemen de journalistieke regels in acht, zijn kritisch, net als een Volkskrant of NRC. Bovendien wil ik niet weg uit Limburg, niet van het team, niet van deze universiteit, want dat mag ook weleens gezegd: het is hier leuk, er lopen boeiende mensen rond die boeiende dingen doen. Zou ik dat allemaal inruilen omdat er ‘meer’ zou zijn, vanwege de status? Zeker niet.”

De Observant-redactie, in het midden Riki Janssen, jaren negentig

Opsmuk

Over die ‘status’, het kwam een hele tijd geleden ter sprake op de redactie: de e-mailhandtekening. Wat schrijven mensen in een e-mail bij hun naam? Hun functie, natuurlijk, maar ook hun titels? Janssen gaf toe dat ze héél lang niet haar doctorandustitel heeft genoemd. Gewoon ‘Riki Janssen, hoofdredacteur’, geen ‘drs. Riki Janssen, hoofdredacteur’. Te veel opsmuk, borstklopperij. Ja, je mag trots zijn op wie je bent en wat je hebt behaald, maar er zo mee te koop lopen, nee, niks voor haar. Ze voelt zich niet meer dan een ander. En ook niet meer dan haar collega’s, want “soms weten die het beter”, zegt ze. “Dat is geen schande.” Haar lijfspreuk – ‘ik ben de eerste onder mijn gelijken’ – sluit daarbij aan.

"Ik weet niet of ik een grotere organisatie zou kunnen leiden. Is die verbinding er dan nog?"

“Als je samen een krant maakt, heb je elkaar nodig. Ik wil contact, weten hoe het met mijn mensen gaat, of er iets speelt, dan kan ik daar rekening mee houden. Daarom weet ik ook niet of ik een grotere organisatie zou kunnen leiden. Is die verbinding er dan nog?” Janssens leiderschapsstijl? Empathisch, respectvol, ze geeft haar medewerkers de vrijheid, vertrouwen, “want ik weet hoe fijn het is om je eigen toko te runnen, om aan een eigen project te werken. Achteraf gezien zou ik het niet anders hebben gedaan, hoewel ik wel te veel bezig kon zijn met de waan van de dag, met een krant die af moet.” Die wekelijkse deadline en al het geregel eromheen zorgen nog steeds voor de nodige stress. Als mensen niet op tijd hun stukken aanleveren, dingen niet lopen zoals gepland, zeker op woensdag, als de drukker wacht, dan moet je Janssen vooral met rust laten.

Stoer zijn

Na een studie filosofie aan de toen nog Katholieke Universiteit Nijmegen had Janssen twee opties voor ogen – het waren de jaren tachtig, banen lagen niet voor het oprapen, dus het was maar zien wat je kon krijgen. “Ik dacht aan de wetenschap, onderzoek doen. Of aan iets met schrijven, want dat vond ik wel leuk, niet meer, niet minder.” Ze had al een bijdrage mogen leveren aan een studentenblad – het bewerken van een essay tot een ‘wetenschappelijk artikel’ – en volgde een cursus waarin ze leerde hoe je makkelijker over wetenschap schrijft. Daarna meldde ze zich aan bij het ‘zusje van Observant’ in Nijmegen, inmiddels Vox. Tegelijkertijd probeerde ze ook een promotieplek ‘vrouwenstudies filosofie’ te bemachtigen in Amsterdam, “ik werd niet uitgekozen”. Even later: “Ik las laatst dat degene die die baan kreeg, nu hoogleraar is.”
Janssen en de wetenschap, het lag helemaal niet in de lijn der verwachting. Niet dat ze de hersens niet had, zeker niet, maar als tiener was ze “met andere dingen” bezig. “Ik deed niks aan huiswerk. Ik was een druk kind, trok mijn mond open als ik iets vond, hield vooral van sporten. Ik wilde stoer zijn, sterk, jongensachtig. Na de basisschool ging ik naar de mavo. Als iemand niet rijp voor school was, dan was ik het wel.” Was ze ook bazig? “Dat niet, maar ik liep wel graag voorop.” Ze herinnert zich de organisatie van een circus, in de zesde van de lagere school. “Ik nam mede het initiatief en regelde het samen met een groep andere meiden.” Zo was het ook bij de handbal, een sport die ze op vrij hoog niveau beoefende in haar geboortedorp Nederweert en waar ze erg goed in was. Janssen was jarenlang aanvoerder.

Sportverdwazing

“Nu ik ouder ben, zie ik dat dat stoere, dat overschreeuwen, compensatie was. Ik had faalangst en stotterde gruwelijk. Dat heb ik mijn hele leven met me meegedragen. Een opleiding tot juf, waar ik heel kort over heb nagedacht, zag ik niet zitten, want dan moet je heel veel praten.” Als beginnend journalist bij het blad van de Katholieke Universiteit Nijmegen zag ze om die reden enorm op tegen telefoontjes. Speechen als hoofdredacteur van Observant: “Ik schreef in het begin mijn speeches helemaal uit. Nog steeds is het geen hobby, haha, maar ik heb het altijd gedaan. ‘Je mag bang zijn, maar laat je er niet door tegenhouden’, zeg ik ook altijd tegen collega’s en studenten die bij ons komen freelancen.”

"Ik wist meteen: ‘Ik wil leven als De Beauvoir.’ Ik wilde ook een Sartre"

Nog even terug naar haar schoolcarrière: mavo, havo, de sociale academie en via een colloquium doctum, een toelatingstoets, naar de universiteit. Notabene de opleiding filosofie, niet bepaald een praktische studie. “Mijn oudere broer, die biologie studeerde en halverwege overstapte naar psychologie, gaf mij een boek van Simone de Beauvoir cadeau. Hij vond dat ik last had van sportverdwazing en wilde me verheffen”, lacht ze. “Ik las het en wist meteen: ‘Ik wil leven als De Beauvoir.’ Ik wilde ook een Sartre – die heb ik gevonden, mét brilletje [oud-Observant-redacteur Wammes Bos, haar echtgenoot].”
Op de universiteit stak de faalangst weer de kop op. “Ik was bang dat ik de intellectuele omgeving niet aankon. Toch deed ik het, ook al was het soms een gevecht. Ik leerde er nadenken, analyseren, kritische vragen stellen. Het heeft me enorm geholpen in mijn latere carrière als journalist.”

Puinzooi

Archieffoto Observant

“Wat een gelul”, roept ze dan, als haar start als hoofdredacteur aan bod komt. Het toenmalige stichtingsbestuur (Observant is een stichting; het bestuur buigt zich over personeelszaken, dus ook over aanstellingen en ontslagen) wilde haar niet als leidinggevende, hoewel Janssen al een aantal cruciale taken op zich had genomen. “Zaken waren slecht geregeld”. Vijf jaar eerder al, in 1991, toen ze werd aangenomen als redacteur, verbaasde ze zich over de “ongeregelde puinzooi”, geen wekelijkse planning, geen afspraken over deadlines. Ze had natuurlijk kunnen vertrekken, maar dat deed ze niet. Ze schoot in de organisatiemodus. “Waarom het stichtingsbestuur mij niet wilde bevorderen tot hoofdredacteur? Ik weet de reden niet. ‘Omdat ik vrouw ben’, heb ik altijd gedacht.” Uiteindelijk waren het haar collega-redacteuren die het hogerop zochten. Ze stuurden het college van bestuur, met daarin onder andere rector Hans Philipsen, een brief met het verzoek om te bemiddelen, zodat Janssen wél de baan kreeg. “Marja Verhulst, destijds secretaris van het college, deed het als een van haar laatste klussen. Marja vond me wel wat jong, ik was 36, maar ik mocht het proberen.” Janssen werd interim en kreeg een coach. “Irene Levy. Wat heb ik veel van haar geleerd.” De gouden tip: “Je bent God niet, je kunt niet altijd alles perfect doen.”

Feminists of Maastricht

Er kwam een moment dat ze ging wankelen; bovenstaand ‘mantra’ hielp haar niet meer. Janssen noemt het de heftigste periode in haar carrière. Het was eind 2021. Feminists of Maastricht (FOM), een studentenorganisatie, was het niet eens met een bericht over gratis tampons en maandverband in de universiteitsgebouwen. Het was gestart als proef en Observant schreef dat de middelen zijn bedoeld “voor vrouwen” die geen geld hebben om ze te kopen. FOM wilde dat veranderd zien in ‘voor mensen’, omdat “niet alleen vrouwen menstrueren”, lieten de studenten de redactie per mail weten. “We moesten het meteen aanpassen. Zo niet, dan zouden ze ‘hun gemeenschap mobiliseren’. "Ik vond niet dat we daarvoor moesten zwichten, maar de sfeer was dreigend. Op het online artikel kwamen de vreselijkste comments binnen, we waren ‘racistisch, extreemrechts en transfoob’ en nog wat kwalificaties.”
In de stad hingen posters met daarop aantijgingen dat het universiteitsblad discriminerend taalgebruik zou gebruiken. Half januari 2022 werd de website van Observant platgelegd. Een gerichte cyberaanval door FOM-sympathisanten, zo bleek uit een e-mail die bijna twee weken later aan de redactie werd verstuurd.

Te kwader trouw

“Het was bizar”, zegt Janssen, “dit had ik nog nooit meegemaakt”. Wat ook niet hielp: ze had haar ouders niet heel lang daarvoor verloren. Het verlies was nog vers. Haar moeder was langere tijd bedlegerig geweest en overleed tijdens corona in 2020. Van haar vader had ze een jaar eerder, vrij plotseling, afscheid moeten nemen.
“Ik had altijd een grote muil, maar daar was nu weinig van over. De angst nam het over. Het werd ook persoonlijk, ik werd door mensen die mij niet kenden, in onlinereacties, beledigd. Maar dat was niet wat aan me vrat. Het was de aantijging dat de redactie, dat ik, te kwader trouw zou zijn. Natuurlijk heb ik meermaals gedacht: ‘Wat had ik anders kunnen doen?’ Dat is de reflex waarin je schiet. Had ik het kunnen voorkomen? Dat weet ik niet, ik denk van niet. Maar ik had moeten bellen met deze studenten en het niet via de e-mail moeten afhandelen. Praten werkt vaak zoveel beter.”

"Ik was bang dat ik daarna nooit meer terug zou komen"

Dat er ‘anti-Observant’-posters in de stad hingen, dat FOM waarschuwde de gemeenschap te mobiliseren, het zorgde ervoor dat Janssen zich soms ook fysiek onveilig voelde. Het was winter en het schemerde als ze aankwam met de fiets bij de stalling achter de Bouillonstraat. “Ik dacht regelmatig: ‘Wat als er dadelijk iemand achter je staat?’”
Het brak haar op, maar ze zette door. Op een laag pitje, dat wel. HR-adviseur Pierre Schröder adviseerde haar rust te nemen, zes, zeven weken, even niet werken. “Ik zei ‘nee’, ik was bang dat ik daarna nooit meer terug zou komen.”
Het team van Observant was “goud waard, niet alleen in die situatie, maar in alle jaren als hoofdredacteur [er zijn maar weinig personeelswisselingen geweest]. Mijn team voelt als familie.”
Ook heeft ze in die moeilijke periode de steun van het college van bestuur gevoeld. Wat wel eens anders was. “Toen Jo Ritzen, oud-minister van Onderwijs, aan het roer stond van de UM, voelde ik altijd een dreiging, ‘straks trekt hij de stekker eruit’. Hij had niets met een onafhankelijk blad. Hoe vaak Cor Spreeuwenberg, voorzitter van ons stichtingsbestuur destijds, niet op gesprek is moeten gaan. Dan was Jo weer ergens ontevreden over.” Bij de huidige voorzitter, Rianne Letschert, en haar collega-bestuurders, is er respect over en weer, “ook al zijn ze niet altijd blij met negatieve publiciteit”.

Worstelen

Janssen is niet alleen leidinggevende, maar staat ook zelf met ‘de poten in de modder’. “Het is een bewuste keuze om te blijven schrijven. Ik weet hoe het is om te worstelen met een verhaal, om moeilijke vragen te stellen, een geïnterviewde terug te bellen omdat je nog iets wil weten, om mensen aan te spreken in een willekeurig universiteitsgebouw.”

"Een onafhankelijk blad is anno 2025 nog steeds heel erg belangrijk"

Sinds 2017 schrijft ze wekelijks een redactioneel over het leven op de redactie. “Ik twijfelde in het begin, dacht: ‘Wat heb ik te melden’, maar het lukt altijd, er is altijd wel wat.” Ze is duidelijk over de rol van een onafhankelijk universiteitsblad anno 2025, “die is nog steeds heel erg belangrijk”. Maar moet de vorm niet anders, om vooral studenten die veel met sociale media bezig zijn, nog meer aan je te binden? “Het is lastig, we hebben een breed lezerspubliek, er zijn mensen die graag de papieren Observant uit de bak nemen en er zijn veel online lezers. Die proberen we allebei te bedienen.”

Janssen blijft tot haar 67e doorwerken als redacteur. “Ik heb er zin in, stukken schrijven, geen andere verantwoordelijkheden. Ik ga je niet in de weg lopen”, zegt ze tegen haar opvolger. “Dat heb ik aan mijzelf en aan jou beloofd. Ik zie het helemaal zitten, ik laat het met een gerust hart achter.”

Auteur: Wendy Degens

Foto: Joey Roberts

Tags: hoofdredactie, hoofdredacteur, afscheid, riki janssen, fom,instagramNL

Reacties

Jeanine van den Bosch

Ik heb als student journalist in 2015 een jaar bij observant opgelopen, en herinner me het gulle vertrouwen dat je had in jonge schrijvers. Dank daarvoor Riki. Nog veel schrijfplezier in het mooie Maastricht!

Michael Capalbo

Bedankt Riki! Dankzij jou en het hele team hebben we een onafhankelijk, kritisch, kwaliteitsblad aan de UM. Dat is niet vanzelfsprekend, op andere universiteiten is het vervangen door een PR glossy. Dat niet iedereen altijd tevreden is met wat de Observant schrijft is vast reden tot bezinning, maar ook een teken dat het blad nuttig is impact heeft. See you around!

Arie

Dankjewel voor alle kritische noten en doorkijkjes...gros chapeau!

Sjoerd

Dank je wel dat je Observant zo'n eigen, onafhankelijk en professioneel gezicht hebt gegeven. Onder jouw leiding heeft het blad zich ontwikkeld tot een toonaangevend medium in het academisch universum. Van je vele kwaliteiten wil ik je betrokkenheid even in het bijzonder noemen. Je hebt oog gehad voor de grote mondiale kwesties buiten de campus, zoals de oorlog in Oekraïne, en de impact ervan op het leven van mensen aan onze universiteit. Dank dat je ruimte bood voor deze verhalen en ze indrukwekkend hebt weten te vatten. De eremedaille heb je dubbel en dwars verdiend. En gelukkig blijf je, zoals ik las, als redacteur nog enkele jaren voor ons behouden.

Jos Schols (emeritus hoogleraar ouderengeneeskunde)

Riki, grote complimenten en veel dank!
Chapeau!!

Tsjalling Swierstra

Beste Riki,
wat een mijlpaal! Ik begrijp dat je nog even in de luwte blijft doorwerken, maar ik wil je hierbij toch al bedanken voor al die jaren tomeloze inzet voor wat onder jouw leiding echt een van de betere universiteitsbladen van Nederland is geworden. De UM is je veel verschuldigd en we gaan je missen. Hartelijke groet, Tsjalling

Wiebe Bijker

Ik zal je ook nog persoonlijk schrijven, maar hier even publiekelijk: dank voor het maken van zo'n goed, onafhankelijk kwaliteitsblad voor de UM! (Overigens: zoals ik vroeger altijd eerst naar Bergbroeder greep, pak ik nu altijd eerst jouw kijkje in de redactieburelen.)

Henk Reinsma

Een indrukwekkende weg heeft Riki Janssen afgelegd: van mavo-leerling in Nederweert, zo lees ik, via de sociale academie en een studie filosofie tot een van de meest invloedrijke stemmen binnen de universitaire journalistiek. Het ondersteunen van zo'n persoonlijke ontwikkeling en vorming, daar zou wat mij betreft het (hoger) onderwijs zich meer op moeten richten dan nu het geval is! Janssen komt op mij over als een empathisch, kwetsbaar én strijdbaar persoon – een zeldzame en mooie combinatie van eigenschappen. Ik lees Observant altijd met plezier en interesse, mede dankzij de richting die zij eraan gaf.
Universiteiten bevinden zich in woelige tijden: geopolitieke spanningen laten zich voelen binnen de academische muren, en de onafhankelijkheid wordt bedreigd door populisme en neoliberalisme. Ook is er een terechte bezinning gaande op de koers. Hoe kunnen samenwerkingen met kennisinstellingen en bedrijven ethisch worden gewogen tegen de achtergrond van mensenrechten en duurzaamheid? Wat te doen met het teruglopende studentenaantal door demografische krimp? Hoe om te gaan met de positie van het Nederlands als onderwijstaal? Hoe behouden we de voordelen van internationalisering en waarborgen we tegelijk publieke waarden zoals toegankelijkheid van onderwijs en kennis? En hoe blijft de universiteit van betekenis voor maatschappelijke sectoren die niet tot haar internationale netwerken behoren? Voor dit soort vragen – en het bijbehorende debat – is een onafhankelijk medium als Observant van onschatbare waarde!!

Maarten

Dank je wel voor al je jaren als hoofdredacteur en fijn dat we nog een tijd van je mogen blijven genieten

Voeg reactie toe

Klik hier voor onze privacyregels

Vanaf januari 2022 plaatst Observant alleen nog reacties van mensen wier naam bekend is bij de redactie.