“Kijk uit dat je niet gaat klagen”, luidde de tip van mijn voorganger Riki Janssen. Een column schrijven over het leven op de redactie moet geen jeremiade worden over wat we nu weer onrechtvaardig of vervelend vinden. Maar het is nogal verleidelijk bij een onderwerp als persvrijheid, dat me deze keer in de schoot werd geworpen. Met collega’s van alle universiteits- en hogeschoolmedia komen we volgende week in Rotterdam samen voor een congres over democratie en journalistiek. Deze week is door de organisatie omgedoopt tot Week van de Persvrijheid; vandaar de vraag om te schrijven over, noem eens wat, dwarsliggende persvoorlichters, een ontoegankelijke medezeggenschap of onbetrouwbare bestuurders.
Maar wat als het hier gelukkig allemaal wel meevalt, er geen conflicten zijn zoals met de universitaire pers in Eindhoven of Delft? Drammende studenten hebben we wél gehad, zoals een paar jaar geleden, toen studentenorganisatie Feminists of Maastricht – na een totaal ontspoorde discussie – wilde dat we een stuk over gratis menstruatieproducten aan zouden passen. Zo niet, dan zouden ze ‘hun gemeenschap mobiliseren’.
In het huidige gepolariseerde debat over het Gaza-conflict speelt vooral de benauwdheid van demonstrerende studenten voor de pers een rol. Ze delen liever geen namen en bedekken hun gezicht met sjaals, want ‘online, dus traceerbaar’.
Ook de huiver om je uit te spreken over zelfs onschuldige onderwerpen is groot, zoals collega Deborah Blekkenhorst merkte toen ze de meningen peilde onder studenten over ‘interne communicatie’ – wat vindt men van nieuwsbrieven en mails vanuit de faculteit en universiteit? Geen naam a.u.b., hoorde ze meermaals, want ‘ik wil er niet de rest van mijn leven mee geassocieerd worden’. En dat terwijl namen in artikelen zo belangrijk zijn vanwege de betrouwbaarheid.
Neem de student die we laatst hadden geïnterviewd voor een persoonlijk verhaal, maar na het lezen van het artikel (dat we als geste voor publicatie toezenden) in de stressmodus schoot en mailde: Sorry, te persoonlijk, ik zie toch af van publicatie. Punt. En zij was het afgelopen halfjaar niet de enige. Dat het zo niet werkt in de journalistieke wereld is iets waar (vooral) jonge mensen vaak niet bij stil staan. Moeten we in de toekomst met een ‘consentformulier’ onder de arm naar een interview?
Onze redactie heeft niet te maken met censuur van bovenaf, maar wel met gevoelens van angst en kwetsbaarheid in de maatschappij, zorgen over privacy en digitale onsterfelijkheid. Die zorgen zijn begrijpelijk, maar zonder mensen die in de krant durven zeggen wat ze vinden, staat de nieuwsgaring onder druk.
Een klaagzang? Nee hoor, ik noem het een kritische reflectie.