In de zaterdageditie van de Volkskrant valt mijn oog op een essay over het studentencorps waarin de schrijver het nieuwe boek aanhaalt van Barend Last, over de kunst van het ontgroenen. Barend werkte ooit aan deze universiteit en schreef enkele columns voor Observant. Ik maak een foto van de pagina en stuur die naar mijn werkmail als reminder, misschien kunnen we er in onze eigen krant nog iets mee. Ik lees door, over hersenletsel bij koppende voetballers en religie op z’n retour. Wellicht loopt er aan de UM een neuropsycholoog rond die iets over koppen wil vertellen? En hoe zit het met het geloof en Maastrichtse studenten? Weer verstuur ik een note to myself.
Journalisten staan altijd ‘aan’, of ze nu een andere krant bekijken of door de stad fietsen. Dat houdt ons kritisch en moedigt ons aan. En soms moet je een enorme drempel over. Ik herinner me de dood van een Maastrichtse rechtenstudente, meer dan tien jaar geleden. Ze was door haar moeder om het leven gebracht in haar ouderlijk huis. Omdat ze de nieuwe secretaris van de juridische faculteitsvereniging zou worden, vroeg ik twee bestuursleden, vriendinnen, of ze met ons wilden praten – hen benaderen viel me zwaar, maar we wilden graag beschrijven wie deze studente was.
Dan de moord op een secretaresse van cultuurwetenschappen (nu FASoS), nog voor de eeuwwwisseling, in haar kantoor, in de Kapoenstraat, omgebracht door de man met wie ze in scheiding lag. De redacteur die er destijds over schreef, werd sensatiejournalistiek verweten, een universiteitsblad onwaardig. Maar het stuk was rustig van toon, en het zou toch raar zijn als we er niet waren? Het hoort bij je vak om erachteraan te gaan, hoewel je als mens soms iets anders voelt.
Nourhan Attallah is een van de vijf studenten uit Gaza die van deze universiteit een studiebeurs heeft gekregen. Samen met haar zusje en broertje is zij eind augustus geëvacueerd uit de Gazastrook. Nederlandse media berichtten er vorige week veelvuldig over, maar vooral en allereerst over het feit dat Nourhans zusje een beroemd vlogger is. Een enkele journalist probeerde haar te spreken, lezen we, maar dat is niet gelukt. Ook op onze redactie gaat het erover – hoe kunnen we het beste contact opnemen met die studenten? Een interview had goed gepast bij Peter Doorakkers’ verhaal over studentvluchtelingen deze week. Toch knaagt het. Net uit een oorlogsgebied, familie achtergelaten, nieuw land, nieuwe studie, indrukken, emoties. Tijd en rust hebben ze nodig, horen we van ingewijden. Ze hebben geen behoefte aan journalisten.