Afgelopen voorjaar stelde de universiteit niet meer op de huidige weg door te willen met studentenverenigingen, nadat Tragos en Circumflex over de schreef waren gegaan. Daar zouden meerdere incidenten hebben plaatsgevonden die in strijd zijn met de zogeheten Gedragscode Introductietijd, een document met regels voor ontgroeningsactiviteiten. Het ging niet voor de eerste keer mis en daarom is de universiteit de werkwijze met gedragscodes inmiddels beu. Aan het Studenten Service Centrum (SSC) de taak om een nieuwe omgangsvorm voor alle studentenorganisaties te bedenken, samen met “de UM-gemeenschap en deskundigen”. Pas als er nieuw beleid ligt, bekijkt de universiteit of ze de banden met Tragos en Circumflex op basis hiervan wil herstellen.
Ondanks de belofte dat er snel een oplossing zou komen, bleek halverwege juni uit navraag van Observant dat in twee maanden tijd pas met één externe deskundige gesproken was. Een sessie waarin studenten hun ideeën mochten delen, trok slechts vijftien geïnteresseerden.
Inmiddels is er meer werk verzet, laat Jolien Janssen, projectleider Studentenstad bij het SSC, desgevraagd weten. In totaal zijn er nu acht interviews afgenomen met (besturen van) studentenverenigingen, externe experts en een universiteitsraadslid. En later deze maand volgt een online vragenlijst, opgesteld door twee onderzoekers van de faculteit psychologie en neurowetenschap (FPN), voor alle studenten. De vragen gaan onder meer over hun ervaringen met studentenorganisaties en hun visie op de relatie tussen de UM en deze verenigingen. Dit alles samen moet leiden tot een beleidsadvies dat naar verwachting voor het eind van het jaar naar het college van bestuur gaat.
Specifieke vragen over Tragos en Circumflex zullen niet voorbijkomen in de enquête, zegt Janssen. De gedragscode – die ter discussie staat – wordt immers door nog meer verenigingen ondertekend, waaronder Saurus, KoKo en de onafhankelijke disputen.
Maar toch, stel dat een van de verenigingen haar leden oproept om massaal de enquête in te vullen en een goed woordje te doen? Krijg je dan geen scheve uitkomsten? Zeker aangezien het invullen anoniem gaat en studenten niet aan hoeven te geven van welke vereniging ze lid zijn, enkel van welk type (studie, sport of een ‘traditionele’ studentenvereniging). “Daar is zeker over nagedacht door de FPN-onderzoekers”, verzekert Janssen.
Overigens mogen studenten ook hun zegje doen over zaken als eenzaamheid en gemeenschapsgevoel, normen en waarden. “Bij zo’n grote uitvraag proberen we het altijd breed te trekken. Deze informatie kan ook erg waardevol zijn voor bijvoorbeeld de teams die werken aan sociale en seksuele veiligheid aan de UM.”