Voorgaande jaren prijkte het University College Venlo (UCV) steeds opnieuw in het lijstje van topopleidingen in de Keuzegids. Studenten zijn vol lof over de inhoud, docenten, toetsing en sfeer. Dit jaar doet Venlo het nog steeds goed, maar horen ze niet meer bij de toppers. Financieel is het een andere kwestie, want de kosten van de opleiding zijn hoger dan de opbrengsten. Er lopen op dit moment in totaal tachtig studenten rond. Dus dringt zich de vraag op waarom de faculteit Science and Engineering (FSE) een verlieslijdende studie in de lucht houdt.
Kleinschalig
Geen haar op het hoofd van zowel decaan Thomas Cleij als directeur Bakir Bulić die eraan denkt om binnenkort de deuren van het UCV te sluiten. Nee, ook niet na tegenvallende instroomcijfers. Achttien studenten is een “ondergrens”, zegt Cleij, maar het UCV moet niet worden gezien als “stand alone”, het is volgens hem “een belangrijk radertje in het grote geheel”.
In 2015 ging het UCV van start, met dezelfde signatuur als de grote zus, het University College Maastricht (UCM): Engelstalig, kleinschalig en veel keuzevrijheid om een eigen programma samen te stellen. Het verschil zit ‘m vooral in de thematiek van het Venlose liberal arts-curriculum: voeding en gezondheid. Terwijl het UCM en het Maastricht Science Program (een derde tak binnen de Colleges-stam) doorgaans meer dan tweehonderd eerstejaars trekken, moet Venlo het met véél minder doen.
Afgelopen september was een dieptepunt met een instroom van achttien studenten, de jaren daarvoor bleef het aantal steken onder de dertig, soms veertig. In 2021 telde het UCV de grootste studentenpopulatie ooit: 147 studenten in totaal.
Cleij: “Er is de eerste jaren flink geworven en eerlijk gezegd was het op een gegeven moment voldoende. We haalden geen honderden studenten, maar wel een enthousiaste groep, een mooie community, vooral van internationals, die vaak doorstroomden naar de twee UM-masters in Venlo (die zitten er al sinds 2009, zie kader).” Het politieke klimaat heeft er de afgelopen paar jaar voor gezorgd dat universiteiten terughoudend waren met de werving van buitenlandse studenten. En dat betekende dus ook, schetst Cleij, dat men voor een opleiding als het UCV minder geïnteresseerden kon bereiken.
Duurzame landbouw
Dat we daar aan de slag gingen, zegt Bulić, was belangrijk voor de UM. “Het is een regio die veel te bieden heeft op het gebied van duurzame landbouw en voedselinnovatie.” Er zijn miljoenen geïnvesteerd in gebouwen, labs en onderzoeksgroepen (zie kader) door zowel de universiteit, de gemeente Venlo als de provincie.
Hoewel het altijd al de wens was van Cleij en Bulić om naast het UCV meer opleidingen in Venlo te beginnen, bleek het geen gemakkelijke klus. De bachelor Sustainable Bioscience en master Crop Biotechnology and Engineering, die in september 2026 van start gaan, hadden ze liever twee jaar eerder gehad. Maar de zogeheten Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs (die de minister van Onderwijs adviseert) was er in het voortraject van overtuigd dat de opleidingen niet zouden voorzien in een arbeidsmarktbehoefte én dat de master te veel overlapte met een studie aan Wageningen University. De Wageningse bestuurders brachten hun bezwaren in bij de commissie, maar uiteindelijk zonder succes.
Met de bus
De komst van Sustainable Bioscience en Crop Biotechnology and Engineering, noemt Cleij “een grote ontwikkeling”. Hij is ervan overtuigd dat Venlo over een paar jaar meer dan duizend studenten trekt. Een groot deel zal op de Brightlands campus gaan wonen, waar binnenkort een start wordt gemaakt met studentenhuisvesting. Wel zijn er nog steeds logistieke uitdagingen. Het busvervoer tussen campus en binnenstad is beperkt; de bus rijdt slechts één keer per uur. Dat zien de FSE-bestuurders graag veranderen. De nieuwe studenten Sustainable Bioscience die straks rondlopen op de campus, zullen zo nu en dan ook in het UCV in het centrum van Venlo worden verwacht voor onderwijs. De UCV-studenten kunnen op hun beurt naar Brightlands reizen om daar gebruik te maken van de labs.
Bouwen
Over de meerwaarde van de Brightlands campussen buiten Maastricht (Sittard-Geleen, Heerlen, Venlo) twijfelen beiden geen moment. “Als we de verschillende gebieden in de provincie links hadden laten liggen, had het er voor de UM heel anders uitgezien, zeker gezien het politieke klimaat van de afgelopen tijd,” vermoedt Cleij. “Het zit in de geest van de FSE om te bouwen, te experimenteren.”
Toch brengt dat pionieren ook risico’s met zich mee. Ze zijn afhankelijk van externe geldschieters, zoals de provincie en gemeentes. Daarbij duurt het lang voordat er ‘massa’ is (kijk naar het studentenaantal in Venlo) en dan is er nog het gebrek aan structurele universitaire ondersteuning. In Maastricht is er één schoonmaakploeg voor alle universiteitsgebouwen, één wifi-systeem, studentenpsychologen, beveiliging, receptiediensten, bibliotheeksupport, noem maar op. Op de campussen moet het allemaal ‘zelf’ worden geregeld.
Voorzitter van het college van bestuur, Rianne Letschert, en vicevoorzitter Jan-Tjitte Meindersma maakten vorig jaar al in Observant duidelijk dat er níet gesneden wordt in de campussen. Letschert zei, in het interview over eventuele bezuinigingsmaatregelen aan de UM vanwege plannen van het toenmalige kabinet: “Onze lobby (in Den Haag) gaat over de UM als de ‘Europese universiteit van Nederland’, maar ook over de inbedding van deze universiteit in de regio.”