Pas in een latere fase van het integratietraject is het plan voor het centrum erbij gekomen, weet Bram van den Berkmortel, student en universiteitsraadslid (LEX-Motus). Hij zat, samen met nog een aantal studentleden, in een commissie van raad waarin de integratie al in een vroeger stadium werd besproken. “We vonden dat er in die stukken weinig aandacht was voor studenten op de gebieden van welzijn en educatie. Dat hebben we het college van bestuur als feedback meegegeven. Op basis daarvan is dit plan gekomen.”
In oktober en november 2025 is een werkgroep aan de slag gegaan met de opdracht om een gezamenlijke aanpak voor het studentenwelzijn te ontwikkelen. Daarbij gaat het niet alleen om mentaal welzijn, maar ook om “fysiek, sociaal en cognitief welzijn dat gekenmerkt wordt door veerkracht.” Men wil de student een “solide basis” geven voor een “leven in gezondheid”, valt te lezen. En die ambitie moet “een vast onderdeel gaan vormen van het academisch en medisch fundament van beide instellingen.” Wat houdt dat in?
Kan beter, maar hoe?
Preventie is het sleutelwoord in de gezamenlijke ambitie, zo is het “essentieel” om mentale klachten bij studenten te voorkomen. Daarvoor wordt ingezet “op de ontwikkeling van mentale gezondheidsvaardigheden bij studenten.” De huidige hulp is volgens de plannen “gefragmenteerd”, studenten moeten betere begeleiding krijgen in de zoektocht naar goede ondersteuning. Vooral internationale studenten hebben veel behoefte aan informatie. Voor hen is het een uitdaging om bijvoorbeeld een goede huisarts te vinden en een goede zorgverzekering af te sluiten. Tot slot, zo stelt het plan, heeft nagenoeg niemand binnen de studentenbegeleiding van de UM een medische achtergrond of aanverwante expertise, waardoor een goede ondersteuning in tijden van crisis vaak een uitdaging is. Dat kan dus beter, vinden ziekenhuis en universiteit, maar hoe?
Allereerst komt er een Taskforce Studentenwelzijn die bestaat uit stafleden van UM, MUMC+ én studenten. Zij zullen onder andere adviseren over de uit te werken strategie en aanpak. Lopende succesvolle diensten, projecten en initiatieven binnen zowel de UM als het ziekenhuis blijven gewoon bestaan.
Ziekenhuis en universiteit willen van elkaar leren door zogenoemde “best practices” uit te wisselen en gezamenlijke initiatieven van de grond te tillen, zoals welzijnsweken, vitaliteitsprogramma’s, onlineprogramma’s over geestelijke gezondheid en een gezamenlijke communicatiecampagne.
Luisterend oor
De stip op de horizon is een heus centrum voor studentenwelzijn, “een gezamenlijk loket waar studenten en professionals samenwerken.” Een plek die, net als bijvoorbeeld @ease of studentenpastoraat The Innbetween in de binnenstad, studenten een luisterend oor biedt. Die steun zal voornamelijk van leeftijdsgenoten komen, die daarvoor getraind worden. De aanwezigheid van een UM-psycholoog (de universiteit heeft er negen) waarborgt psychologische ondersteuning. Ook komt er een ‘Randwyckse tak’ van de diensten die het Studenten Service Centrum in de binnenstad al aanbiedt, zoals Disability Support. Er wordt nog gekeken of er een studentenhuisarts in het centrum kan komen, waar ook wetenschappelijk onderzoek en innovatie een plekje moeten krijgen.
Rest de vraag: waarom hetzelfde aanbieden als in de binnenstad? Zeker omdat wordt benadrukt dat het nieuwe centrum voor álle studenten bedoeld is, niet alleen voor die in Randwyck. “Voor ons was het hele idee van het centrum, evenals de locatie, ook nieuw”, zegt Van den Berkmortel. “Wij hebben nooit gesproken over een specifieke invulling in onze eerste feedback.”
Laagdrempelig
Volgens het plan zitten in Randwyck nu weliswaar het ziekenhuis, de faculteit Psychologie en Neurowetenschap (FPN) en UM Sports, maar ontbreken daar het soort laagdrempelige initiatieven, welzijnsactiviteiten en -diensten die het nieuwe centrum zou aanbieden.
Dat het plan er nu in deze vorm ligt, is mooi, zegt Van den Berkmortel. “Het is belangrijk dat je als bestuur dat een vergaande samenwerking aangaat en de hele organisatie vernieuwt, de studenten nooit uit het oog verliest. Het is dus passend om niet alleen te kijken naar wat dit betekent voor werknemers, patiënten en zelfs Limburg, maar ook in ogenschouw te nemen wat dit allemaal inhoudt voor studenten.”
Terug naar de vragen