“Als de medezeggenschap er niet achter staat, dan gaat de bestuurlijke integratie niet door”, zei U-raadsvoorzitter Teun Dekker vorige week woensdag na afloop van de vergadering. Dat beaamt de kersverse collegevoorzitter Pamela Habibović nu. “In principe niet nee. Het is hoogst ongebruikelijk om door te gaan met een voorstel als de universiteitsraad niet instemt.” Toch zijn de oordelen en adviezen van de andere gremia, zoals de ondernemingsraad van het ziekenhuis en de faculteitsraad van Health, Medicine and Life sciences, nog steeds “ontzettend belangrijk”, benadrukt Habibović. Die volgen hoogstwaarschijnlijk komende weken. Het college van bestuur wacht die reacties dan ook af en zal daarna, samen met de Raad van Toezicht en de decanen, “het standpunt en verdere route” bepalen.
Zorgen
Even terug naar woensdagmiddag 25 februari. Er zijn te veel zorgen, klinkt het in de U-raadsvergadering. De leden zijn er niet van overtuigd dat de ingeslagen weg de enige, laat staan de juiste is om tot een innigere samenwerking te komen tussen ziekenhuis en UM. Habibović tracht de raadsleden, die in hun statements voorafgaande aan de stemming, duidelijk afkoersen op een nee, nog op andere gedachten te brengen. “We hebben toch samen, als partners, naar dit voorstel toegewerkt? Ik heb het gevoel dat deze inhoud geen verrassing voor jullie zou moeten zijn.”
De universiteitsraad Foto: Joey Roberts
“Maar voor de gemeenschap is het dat wel”, laat Werner Teeling, raadslid namens het ondersteunend personeel, zich ontvallen. En daar leven nogal wat twijfels, zo werd de afgelopen weken duidelijk: zowel WoinActie als de Maastricht Young Academy toonden zich bezorgd in het sprekerskwartier van de U-raad, de instituutsdirecteuren van de faculteit Health Medicine and Life sciences (FHML) kwamen per brief met bezwaren, in de faculteitsraad van diezelfde FHML klonken vooral vragen, net als in de andere faculteitsraden, en er verschenen kritische opiniestukken in Observant.
Niet blind
Habibović zegt in de U-raadsvergadering niet blind te zijn voor die zorgen, maar “de vraag aan jullie is: kunnen we verder naar de volgende fase? Geven jullie ons dat vertrouwen? Dit is niet het einde, we moeten zaken nog verder ontwikkelen, plus dat daarbij ook een stevige evaluatie plaatsvindt.”
Waarop Maarten van Wesel, raadslid namens het ondersteunend personeel, reageert: “De vraag aan ons is of we voor of tegen deze bestuurlijke integratie zijn, of we instemmen met de documenten, waarvan sommige bindende juridische gevolgen hebben. Het gaat toch niet om de vraag of we voor een volgende fase zijn?”
Hoewel er een duidelijke nee voor de huidige plannen klinkt, is de U-raad wel een groot voorstander van strategische samenwerking tussen ziekenhuis en UM. Daarom komt de raad met een advies aan het college van bestuur om een periode van reflectie in te stellen waarin naar alternatieven wordt gekeken – wat is de beste weg vooruit? Belangrijk hierin is dat de hele gemeenschap, studenten en medewerkers, wordt meegenomen. De U-raad wil graag actief meedenken.
Rechtvaardiging
Maar welke argumenten waren nu doorslaggevend voor de U-raad om niet in te stemmen? Die werden op woensdag 25 februari niet gedeeld. En ook deze week wil voorzitter Dekker er nog niet op ingaan. “Wij schrijven nu een motivatie van ons standpunt, noem het een rechtvaardiging hoe wij tot dit oordeel zijn gekomen. Wij willen dit zeer binnenkort delen met het college, zodat zij dat kunnen bestuderen voordat er vragen komen. Daarna gaat het naar buiten. We willen zo transparant mogelijk zijn. Wij zullen sowieso aandringen op een evaluatie van dit hele proces. Hoe is de besluitvorming verlopen?”
Teleurstelling
Bij collegevoorzitter Habibović overheerst er op dit moment naast teleurstelling ook veel onbegrip. Bijvoorbeeld over de kritiek die ze hoorde in de statements van verschillende U-raadsleden. Neem de hoge stapel aan documenten die in rap tempo moest worden doorgenomen. Een van de raadsleden zei: “Het gaat hier om een heel belangrijk onderwerp, maar de staf kreeg nauwelijks tijd om het te lezen en erover na te denken.”
Daarover zegt Habibović nu: “Andere gremia hebben om meer tijd gevraagd, dat hadden zij ook kunnen doen. Dit was geen deadline.” Ook weerlegt ze de opmerking dat de gemeenschap er te weinig bij betrokken zou zijn geweest, dat het proces niet transparant zou zijn: “Ik heb aan het programmateam gevraagd om een lijstje te maken van alle mensen die we hebben gesproken, die sinds juni 2023, toen we startten, in werkgroepen hebben gezeten, medewerkers die we hebben uitgenodigd voor brainstormsessies. Rianne en ik zijn langs de faculteitsraden geweest, faculteitsbesturen, dienstraden. We hebben in mei vorig jaar een eerste voorstel, vertrouwelijk, aan de U-raadsleden laten zien en daar hebben ze op mogen reageren, en dat week niet heel veel af van het voorstel dat er nu ligt. Wat mij betreft hebben we echt ons best gedaan om dit voldoende met hen te bespreken.”
Daarbij is ze het niet eens met de opmerking van een U-raadslid dat het qua timing niet handig zou zijn, omdat de besturen ‘instabiel’ zijn – dit na de gang van Rianne Letschert naar Den Haag en het eerdere vertrek van de financiële baas van het ziekenhuis. “Toen we de plannen indienden bij de U-raad, afgelopen december, waren we als besturen voltallig. Bovendien gaat het niet om de mensen die er nu zitten, maar om de vraag of men het voorgestelde bestuurlijk model duurzaam vindt.”
Niet naïef
Toch zal deze keiharde ‘nee’ ook tot zelfreflectie moeten leiden bij de bestuurders. Dat er na bijna drie jaar nog steeds twijfels zijn over ‘het waarom’ van deze hele exercitie, angst dat de macht van de medici te groot wordt, angst om een gezondheidsuniversiteit te worden, hoe verklaart Habibović die gevoelens? Is dit een plan waar de universitaire gemeenschap op zit te wachten? Is het niet goed genoeg uitgelegd, is er onvoldoende vertrouwen gekweekt, zijn de bestuurders te naïef geweest? “Nee”, zegt ze op dat laatste, “niet naïef. We hebben ons best gedaan om met een plan te komen waar voldoende vertrouwen in zou zijn. De U-raad heeft daar anders over geoordeeld. Gelukkig zijn we het erover eens dat een nauwere samenwerking belangrijk is voor zowel de universiteit als het ziekenhuis. Daarom moeten we met de input van alle medezeggenschapsorganen samen bekijken hoe het wel kan. Dit is veel te belangrijk voor een ‘dan maar niet’ houding.”
Wendy Degens en Riki Janssen