De afgelopen twee jaar bezetten pro-Palestijnse demonstranten meermaals een universiteitsgebouw. Waar in mei 2024 alleen gedreigd werd met politie-ingrijpen, kwam het ruim een jaar later wel zo ver. Op 10 juni 2025 voerden agenten, na een halve dag bezetting, vijftien actievoerders af uit het gebouw van het University College Maastricht (UCM) aan de Zwingelput.
Volgens Pamela Habibović, destijds rector en inmiddels voorzitter, nam het college dat besluit “met pijn in het hart”, maar kon het niet anders. Daar was niet iedereen het mee eens. Zo ondertekenden 54 stafleden van de rechtenfaculteit een kritische verklaring waarin de politie-inzet een “buitenproportionele actie” werd genoemd en men de universiteit op de rechten van demonstranten wees. Het leidde tot gesprekken tussen een deel van de ondertekenaars en het college, waarin werd besloten dat een groep van zeven Maastrichtse juridische deskundigen een rapport zou opstellen over hoe de universiteit moet omgaan met zulke situaties.
Chilling effect
Dat verscheen vorige week op medewerkersintranet UMployee. Hierin wordt onder meer geconcludeerd dat “ingrijpen alleen mag worden overwogen wanneer dit strikt noodzakelijk is om de kernfuncties van de universiteit te beschermen”. Het inschakelen van de politie moet bovendien altijd “een laatste redmiddel” zijn, mede omdat dit “een chilling effect” kan hebben op demonstranten. De universiteit zal zich eerst “moeten inspannen om in dialoog met actievoerders te zoeken naar alternatieve manieren” om te protesteren. Pas als de demonstranten daar niet voor openstaan, alle “lichtere middelen” zijn “uitgeput” en de verstoring van het onderwijs en onderzoek “ernstig en aanhoudend” blijft – en er geen andere manieren zijn om dit op te lossen, zoals het verplaatsen van lessen of examens – of “een direct en acuut risico oplevert op ernstig lichamelijk letsel, overlijden of materiële schade”, dan is ingrijpen gerechtvaardigd.
Het rapport gaat niet in op wat er precies “buitenproportioneel” was aan de politie-inzet bij het beëindigen van de bezetting het UCM vorig jaar. In hun verklaring wezen de 54 stafleden van de rechtenfaculteit er destijds op dat de universiteit geen serieuze poging had gewaagd om de dialoog met de actievoerders aan te gaan. “Maar het college heeft later benadrukt dat dit wel is geprobeerd”, zegt universitair docent Eva van Vugt, die het rapport mede opstelde, desgevraagd. Toch ziet ze nog genoeg andere zaken die beter hadden gekund. “In Utrecht duurde een vergelijkbare bezetting twee weken, daar heeft de universiteit het onderwijs gewoon verplaatst. Terwijl er tijdens de UCM-bezetting niet eens onderwijs werd verstoord, want die vond plaats tijdens een tentamenweek.”
Veiligheid
Het college gooide het er echter snel op dat “de veiligheid van de mensen in en rondom het gebouw” niet gegarandeerd kon worden: mede doordat camera’s waren afgeplakt, wist men niet wat er binnen gebeurde. “Maar er is bijvoorbeeld nooit aan de demonstranten gevraagd om de tape van de camera’s te verwijderen”, zegt Van Vugt. “Ja, dat afplakken is vast met een reden gebeurd, maar als universiteit moet je zoiets altijd proberen. Er is ook door aanwezige stafleden voorgesteld: ‘Laat ons naar binnen gaan om te controleren of alles veilig is, wij zijn neutraal’. Maar ook daar ging het college niet op in.”
Saillant is dat het rapport al begin februari werd voorgelegd aan het college – ruim vóór 2 april, toen er wederom een bezetting, ditmaal van het pand aan de Oxfordlaan 55, na zo’n acht uur door de politie werd beëindigd. Ook hier liep een bemiddelingspoging volgens het college op niets uit en wezen de bestuurders op het veiligheidsaspect: de aanwezigheid van fMRI-scanners met sterke magnetische velden en koelgassen zoals helium en stikstof zouden “voor niet-deskundigen een risicovolle en potentieel levensgevaarlijke situatie” vormen. In het rapport valt te lezen dat ingrijpen eerder gerechtvaardigd als er door de bezetters “geen acht wordt geslagen op veiligheidsvoorschriften” en ze toezicht daarop niet toelaten. “Dat lijkt me hier inderdaad relevant, het is een ander gebouw dan het UCM”, zegt Van Vugt. “Maar dat is lastig te beoordelen, ik heb geen compleet dossier met feiten.”