“Of ik ‘ze’ in Maastricht vertrouw?” Een vrouw in het publiek aarzelt hoorbaar als moderator Lennart Booij haar ernaar vraagt. “Ja…” De tweehonderd aanwezigen lachen. Hoe rustig de avond ook verloopt, het oud zeer en de (al dan niet vermeende) tegenstellingen tussen Heerlen en Maastricht leven hier wel degelijk. “Dit wordt toch relatietherapie”, grapt een van de sprekers dan ook.
Hautaine reactie
Maastricht, merkt een ander op, zou meer oog mogen hebben voor het Heerlense gevoel van verlies na de sluiting van de steenkoolmijnen in de jaren zestig. Jarenlang floreerde die stad met dank aan de mijnbouw. Toen die ophield, verschoof de aandacht naar Maastricht. Dat ontwikkelde zich mede dankzij de komst van de universiteit snel, terwijl Heerlen kampte met werkeloosheid en armoede. Het zette de verhoudingen op scherp. Tekenend is voor velen de hautaine reactie van sommige Maastrichtenaren toen het hoofdkantoor van chemiereus DSM in 2021 van Heerlen naar de Limburgse hoofdstad verkaste. ‘Natúúrlijk zitten ze liever hier, wij zijn modern en internationaal!’, was de teneur. Aan de andere kant van het Heuvelland zijn ze het nog niet vergeten, blijkt uit een online poll onder de mensen in de zaal.
Toch klinken er ook andere geluiden. Dat het idee van een onzichtbare muur tussen de twee gemeentes (een afbeelding hierover roept hoorbaar herkenning op in de zaal), vooral een mythe is, bijvoorbeeld: “De kracht van Zuid-Limburg is juist dat we niet allemaal hetzelfde willen zijn.” En een jonge vrouw vraagt zich af: “Waar hebben we het over? Volgens mij debatteren we over een kunstmatige tegenstelling. Mijn generatie wil samenwerken.”
Cadeau aan de regio
Dat moet de aanwezige bestuurders als muziek in de oren geklonken hebben. Je kunt, vindt de demissionaire Heerlense wethouder Jordy Clemens (SP), best Heerlens pijn erkennen “en toch de logica van samenwerking zien”. Die is, zeker op economisch vlak, hard nodig voegt zijn eveneens demissionaire Maastrichtse collega Frans Bastiaens (Senioren Stadspartij Maastricht) toe: individuele Limburgse gemeentes zijn te klein om mee te gaan in de vaart der volkeren. En de ook aangeschoven collegevoorzitter van de Universiteit Maastricht, Pamela Habibović, stelt dat de toenmalige Rijksuniversiteit Limburg “een cadeau aan de regio was”, dus niet enkel aan de stad Maastricht.
En een cadeau is de universiteit nog steeds, verwijst ze naar de uitbreiding die de UM in Heerlen voor zich ziet. Vorig jaar werd bekend dat de universiteit gaat investeren in bachelor- en masteropleidingen in Heerlen. Over tien jaar rekent men op zo’n 1250 studenten en ruim honderd medewerkers, die, zo hoopt men, ook in Heerlen gaan wonen. “Daar moet je een narratief bij hebben”, zegt Habibović nu, “om het voor studenten logisch te maken naar Heerlen te komen.” Naar hoe dat narratief eruitziet en hoe je een situatie zoals in Venlo voorkomt (waar het University College nauwelijks nieuwe studenten trekt), wordt haar niet gevraagd.
In november volgt er een tweede debat, dan in Centre Céramique in Maastricht.