“Over tien jaar sla ik de kranten nog eens open en denk ik aan Maastricht”
Andrea Bonanomi tussen zijn verzamelde Observanten
Iets van vijftig centimeter, toch niet meer, denkt Andrea Bonanomi, als hij omschrijft hoe dik zijn verzameling Observanten van de afgelopen jaren is. De derdejaars student psychologie heeft, zoals hij het zelf omschrijft, “een hele reis afgelegd met de krant.” Hij las alle edities sinds zijn komst naar Maastricht en bewaarde ze, zonder uitzondering. “De kranten waren altijd iets vertrouwds en zijn een herinnering aan mijn studietijd hier.”
Nu komt er een einde aan een tijdperk, voor beide partijen. “Ik ben bijna klaar met mijn bachelor, wil graag een master doen, maar ik weet nog niet zo goed wat dan. En waar. Ik ben vooral bezig met de vraag wat ik eigenlijk wil met mijn leven.”
Hoe overzichtelijk was het toen hij hier net arriveerde en alles nog moest ontdekken. “Toen ik Observant voor het eerst zag, dacht ik: hé, wat interessant. Ze hebben hier een krant die zelfs wekelijks verschijnt.” Het lezen ervan werd onderdeel van zijn routine, een manier om het reilen en zeilen binnen de universiteit te leren kennen, evenals de stad en het studentenleven. Al blijken verhalen over dat laatste onderwerp niet per se zijn voorkeur te hebben. “Liever lees ik over zaken die ik nog niet ken, of me verrassen, ook om iets nieuws te leren.” Hij herinnert zich een reportage over het opgraven van fossielen, “een aanrader. Ik ben geïnteresseerd in geschiedenis, hoe dingen veranderen in de loop der tijd, zowel in de stad als binnen de universiteit. Dat zie je ook in de krant terug.”
Zulke verhalen tonen volgens hem de waarde van papier. “Alleen het beste wordt afgedrukt, de ruimte is beperkt, als redactie moet je keuzes maken”, zegt Bonanomi die bij andere media de kwaliteit weleens achteruit heeft zien gaan als gevolg van de overstap naar online. “De digitale wereld is onbeperkt, alles past erin, kwantiteit gaat voor.”
Zo’n vaart zal het met Observant echter niet lopen, is zijn verwachting, hij heeft zich al aangemeld voor de wekelijke nieuwsbrief waarin het nieuws straks gewoon nog is te volgen – net als andere verhalen. Het bewaren daarvan zal in ieder geval een stuk makkelijker worden, en lichter. “Als ik weer terugga naar Italië neem ik de stapel gespaarde Observanten mee, naar het huis van mijn ouders. Over tien jaar zal ik ze vast nog eens oppakken en terugdenken aan Maastricht.”
“Ik kom mijn goede vriend nooit meer tegen”
Yuan Zhu leest zijn "goede vriend"
Als een goede vriend die elke week op je wacht. Mooier kan Yuan Zhu het niet zeggen. Voor de student Computer Science is Observant altijd meer geweest dan een krant. “Een vast onderdeel in mijn leven als student, een wekelijkse ontmoeting die steeds weer nieuwsgierig maakte en een bepaalde verwachting wekte. En als we elkaar eens hadden gemist, bijvoorbeeld als ik de stad uit was, voelde dat als een verlies. Of heel dikke pech”, vertelt Zhu die bijna twee jaar geleden naar Maastricht kwam.
Dankzij de artikelen leerde de uit China afkomstige student van alles over de stad en de universiteit. Ook oefende hij de taal door de Engelstalige verhalen te vergelijken met de Nederlandse versies die op de andere kant waren afgedrukt.
De overstap naar enkel online berichtgeving noemt hij, ronduit eerlijk, “een verschraling van de menselijke ervaring. De fysieke krant nodigt je uit om het rustiger aan te doen en is juist een reden om de digitale wereld, die onze aandacht al zo opslokt, even opzij te schuiven.” Bovendien, zo zegt Zhu, zijn er grenzen aan papier. What you see is what you get, meer dan de volgeschreven pagina’s in de krant is er niet – en dat is maar goed ook. “Online kan je gewoon maar eindeloos doorklikken en jezelf verliezen in een wirwar aan informatie.”
Toch blijft-ie Observant wel volgen, zij het met wat pijn in het hart. “De krant hoorde bij de universiteit en het studentenleven en zorgde voor ritme en structuur. Noem het een ritueel, dat zich steeds weer herhaalde als er een nieuw exemplaar in de bakken lag. Dat stopt, ik ben er nog steeds maar mijn goede vriend is, fysiek althans, verdwenen.”
“Misschien moeten we nu maar printjes maken en opplakken”
De deur naar de bestuurskamer van roeivereniging Saurus - beplakt met krantenknipsels
De bak waarin Observant altijd lag, is er al enige tijd niet meer, “die is weggehaald bij de start van het academisch jaar wegens gebrek aan belangstelling”, zegt voorzitter Mijke Kapsenberg van roeivereniging Saurus, terwijl ze wijst op de lege plek in het clubgebouw. Toch is de krant niet helemaal verdwenen, op de deur van de bestuurskamer prijken knipsels uit vervlogen jaren. Sommige zijn nog redelijk intact, andere zijn vergeeld of vertonen scheuren, een enkele is geplastificeerd.
“Ze zijn een mooie herinnering aan dat wat we hebben gedaan. Denk aan prestaties die we hebben behaald of discussies, soms zelfs op landelijk niveau, waarin we een rol hebben gespeeld.” Zo prijkt bovenaan de deur een verhaal over het verdwijnen van de - onder studenten populaire - lichtste roeiklasse op mondiale toernooien en hoe Saurus daarmee omgaat. De knipsels, zo zegt Kapsenberg, zijn ook een reminder dat media belangrijk zijn, dat je ze soms nodig hebt om verhalen voor het voetlicht te brengen.
Dat papier niet altijd even goed werd gelezen, noemt ze “een generatieding. De meeste studenten zijn opgegroeid in de digitale wereld, ze lezen snel iets, scrollen dan weer verder. Een krant moet je oppakken, meenemen en er de tijd voor nemen.” Zelf deed ze dat graag, als ze in de gelegenheid was. “Zeker als er weer een nieuw exemplaar lag, nam ik dat toch even mee. Maar in drukke tijden lees ik liever online. Dat zal ik ook blijven doen, ik houd van de afwisseling tussen nieuws en achtergrond en weetjes waarvan je soms nog nooit had gehoord. Voor mij betekent het einde van de fysieke krant niet het einde van Observant.”
Maar hoe moet het dan straks met de verzameling op de deur van de bestuurskamer. Zal die wall of fame nog wel worden uitgebreid? “Tja, dat ga ik wel missen, dat knippen en ophangen. Misschien moeten we dan toch maar artikelen gaan printen en die op de deur plakken.”
Een nieuwe ochtendroutine
Stefanie Hollanders-van Oostrum neemt een stapeltje kranten mee voor haar collega's op de Minderbroedersberg
Stefanie Hollanders-van Oostrum, programma-assistent samenwerking UM-MUMC+/azM, houdt van papier. Niet dat ze nooit online is, ze heeft zelfs een blog. “Maar iets kunnen vasthouden, dat blijft speciaal. Ik heb een paar keer zelf met een stuk in een krant of magazine gestaan, daar behang ik nog net niet de muren mee.”
Op haar zolder liggen plakboeken vol met krantenknipsels van haar favoriete band Take That. “Vroeger had je op het station in Maastricht de International News Stand, daar kocht ik dan op zondag alle Britse kranten waar ze in stonden. Nu bestel ik via een site een paar keer per jaar alle buitenlandse kranten en tijdschriften waar ik iets uit wil knippen. Soms betaal ik meer voor de invoerrechten dan voor het blad zelf.”
Ook Observant las ze van begin af aan op papier. Eerst als economiestudent. “Ik nam ‘m mee naar huis, mijn ouders lazen ’m ook. En zijn het blijven doen – mijn vader is inmiddels overleden, maar als mijn moeder haar Observant niet bij boekhandel Dominicanen ziet liggen, appt ze me meteen om te vragen waarom er geen is.”
Toen ze in 2010 als secretaresse bij het college van bestuur aan de slag ging, hielp de krant haar de organisatie beter te leren kennen. “Een collega nam op donderdagochtend altijd een stapeltje voor de hele afdeling mee. Ik las als eerste Bergbroeder [pseudoniem van redacteur Wammes Bos, die satirische stukjes over het cvb en vooral toenmalig voorzitter Jo Ritzen schreef]. Later was ik zelf degene die de Observanten meenam voor collega’s, al moet ik zeggen dat ik de laatste jaren meestal de enige was die de krant nog op papier las.” Heeft ze nog knipsels bewaard? “Ja, het afscheid van Jo en van de latere collegevoorzitter Martin Paul. En natuurlijk mijn eigen column. In 2023 had Observant een columnwedstrijd over vakantieleed – die heb ik gewonnen.”
Na de zomer zal haar donderdagochtendroutine er anders uit komen te zien. “Ik ging altijd koffie halen bij Coffeelovers in het Studenten Service Centrum – die zijn ook weg, daar zit nu Bandito – en dan de krant doorbladeren. Het wordt wennen.”
Deborah Blekkenhorst en Cleo Freriks
Voor het afscheid van de papieren krant, klom Stefanie Hollanders-van Oostrum nogmaals in de pen. Haar column kun je hieronder lezen.