Het vriest nog steeds in het nieuwe jaar. Daarom nog een keer het schaatsen op weg naar de Spelen van Vancouver. Ronald Mulder mag helaas niet mee. Hij is een snel opgekomen talent op de 500 meter. Volgens de rekenmeesters van de zogenaamde prestatiematrix is hij de op één na beste Nederlandse rijder op zijn nummer. Aangezien het niet waarschijnlijk is dat een Nederlander de 500 meter wint, moest Mulder ondanks zijn opmerkelijke uitslagen achteraan aansluiten. Bijna was het goed gekomen met zijn uitzending. Omdat outsider Arjan van der Kieft zich echter met vlag en wimpel plaatste voor de 5000 meter, gaat de voor de hand liggende plaats voor Ronald naar één van de zogenaamde vaste waarden voor de achtervolgingsploeg van Nederland. Bijvoorbeeld veteraan Carl Verheijen. Daarom mag de toptijden rijdende Mulder die nog veel ervaring kan opdoen, niet naar Vancouver.
Misschien hebt u het bovenstaande kunnen volgen. Misschien denkt u zo doen we dat in de Nederlandse polder. Op elke sloot meldt zich wel een nieuw talent aan. En we kunnen nu eenmaal niet met ons allen op reis. Reisleider Henk Gemser, u kent die ruwe bolster blanke pit wel, vond het ook wel verdrietig voor Ronald. Maar Nederland gaat voor zoveel mogelijk medailles. Deelnemen vond hij, desgevraagd, minder belangrijk dan winnen.
Gemsers woorden zijn meer dan vleesgeworden platitudes. Het beleid dat hij verdedigt, is een definitieve doorbraak van sport als instrument van nationale politiek. Natuurlijk hebben de Spelen altijd de functie bezeten het Oranjegevoel te bevorderen. De tot in de Tweede Kamer gevoerde discussie over onze plaats bij de top tien landen is in mijn herinnering pas in deze eeuw begonnen. Ooit was de steun aan een Olympische afvaardiging bedoeld als een middel om de jeugd een goede kans te geven zich met atleten uit de rest van de wereld te meten en hen te ontmoeten. Nu rijden de deelnemers hun wedstrijden om de doelstellingen van een land te bereiken. De gevolgen zijn duidelijk. Talent mag niet mee. Misschien over vier jaar als ze netjes hebben leren functioneren in een commerciële ploeg.
En dan nog iets: waarom moet de ploegenachtervolging alleen gereden worden door nationale teams?