Het is kwart over twaalf als ik mijn eerste sigaret van 2010 opsteek, om over dat eventuele goede voornemen maar geen misverstand te laten bestaan. Ik sta tussen de uitbundig aangeschoten mensen op de Sint Servaasbrug te kijken naar het vuurwerk terwijl eenieder drieklappers uitwisselt en elkaar al dan niet gemeend het beste wenst. Mijn laatste oud en nieuw als student hangt van clichématigheden aan elkaar, en dat vind ik wel prima. Hoewel een moment van reflectie met rode en groene flitsen op de achtergrond misschien een mooi beeld oplevert, heeft het weinig met de werkelijkheid te maken, je bent meer bezig met wie je nog moet zoenen en waar je zo verder gaat drinken. Een vriendinnetje begroet me dusdanig hartelijk dat ik even om me heen kijk of haar vriendje zich niet in de buurt in zijn champoepel verslikt. Lekker. Ik vind jou ook lief. Dat zag niemand.
2010 dus. Afstuderen, baan zoeken, dat werk. Vriendjes die zich al in het werkende leven hebben gestort en graag hun leasebak, hypotheek en fileproblematiek in de Randstad bediscussiëren probeer ik nog steeds graag de mond te snoeren met verhalen die steevast eindigen met: “…en ik werd pas om twee uur ’s middags wakker.” Dat heeft weinig te maken met hoe saai ik discussies over auto’s vind, en des te meer met het feit dat ik doodsbenauwd ben voor het leven na de bul. Dan stoppen de Onbegrensde Mogelijkheden en beginnen de Keuzes.
Zolang je nog nergens voor hoeft te kiezen, kun je nog alles gaan doen. Dat is een prettige gedachte. Schrijven voor the Economist, een mooie consultancybaan, de landelijke politiek, desnoods een strandtent in Guatemala. The sky is the limit. Zodra je echter keuzes begint te maken ga je ook noodgedwongen alternatieven dichtmetselen. Die 100%-hypotheek in Den Haag heeft als onontkoombaar gevolg dat je debuutroman minimaal een jaar of tien in de ijskast gaat.
Anderzijds ben ik hier na bijna zeven jaar ook wel redelijk klaar, en is de elfdejaars die op de kroeg nog steeds de bar omhoog staat te houden schrikbeeld genoeg om me de andere kant op te duwen. Dan hebben we het nog niet eens over de IB-groep die ook wel redelijk klaar met mij is. Kiezen is nog altijd beter dan geen keuze durven maken, en je bent er altijd zelf bij.
Dit overpeins ik, althans in grote lijnen, als ik om een uur of zeven stomdronken naar huis loop. Alleen overigens. The last hurrah. Ik word pas om vier uur ’s middags wakker.