09 februari 2012
filmpjes
hans philipsen
Wat denkt het weer wel?
9-2-2012 - 
Het spoor als zondebok
Maarten van Rossem als vakman
2-2-2012 - 
De ideale sidekick
Mephisto
26-1-2012 - 
Prachtige voorstelling van Toneelgroep Maastricht
De contrafagottist
19-1-2012 - 
Horen en zien

Het dorp: erger dan de stad? (2)

25-2-2010 - 

Zoals ik al beweerde: hoofdinspecteur Barnaby mijdt het Engelse dorpsleven zodra hij er geen moorden moet oplossen. Nare zaakjes waarbij niets is wat het lijkt. Lang bewaarde geheimen, waarover men zwijgt tegenover vreemden en roddelt onder elkaar. In Vrij Nederland schrijft sinds kort Marente de Moor een column over haar dorpse leven ergens in ons eigen heuvelland. 13 Februari kopte zij haar bijdrage: “Roddels houden stand als oude zerken op het kerkhof .” Daarin hebben twee nichtjes een kwestie. Nog tweeënvijftig jaar later zegt de een tegen de ander bij een onverwachte ontmoeting op een verjaardag: “Nee, jij krijgt geen hand.” Stedelingen zijn volgens Marente vergevingsgezinder, ze hebben te veel haast voor wrok. Dat zou best kunnen.

‘Hard’ wetenschappelijk onderzoek heeft meer dan eens aangetoond dat stedelingen sneller lopen dan mensen op het platteland. Dat zou komen omdat ze altijd onderweg zijn naar iets. Wanneer een mens minder ‘ietsen’ aan zijn hoofd heeft, kunnen die zwaarder gaan wegen. Kwesties gaan niet over. Sinds de drama’s van Shakespeare weten we dat wrok een gerecht is dat koud geserveerd moet worden. Wanneer echter de vergelding komt, dan ontlaadt zich de spanning. Het geweld wordt buitensporig; gekte ligt op de loer. Het dorpsleven heeft twee gezichten. De pastorale kant waar Joyce Barnaby, de vrouw van de hoofdinspecteur, zo dol op is: leuke winkeltjes, wandelpaden, tuinen in de zomer, en niet te vergeten de veiligheid van ons kent ons. Onder die toeristische werkelijkheid schuilt in zijn excessen de wereld van afgunst, familieclans en verveling. Daar doet speurneus Barnaby zijn werk. Daar wordt de columniste ingetrokken. Ze eindigt haar stuk met een vette roddel. Maar die hebben we niet van haar.

Is mijn schets van een ideaaltypisch dorpsleven nog wel houdbaar in een wereld waarin boer niet meer het overwegende beroep is in het dorp, de kerk niet meer in het midden staat en de oude school tot een kruidenboetiek met theesalon is verbouwd. Ik vermoed het niet. Aan de hand van de verhalenbundel Dorpsleven van Amos Oz kom ik er op terug.

Sluit venster
Verzend
specials  |   paarltjes  |   rss  |   UM agenda  |   contact  |   adverteren