Kingma was eerder voorzitter van de faculteitsraad geneeskunde. Hij leidde ook nog een tijdje om beurten met Henk van Berkel de raad van de FHML na de fusie met gezondheidswetenschappen. In die ruim vier jaar toonde hij zich een voorzitter met een zakelijke stijl die niet bang is voor confrontaties met bestuurders, althans wanneer die naar zijn mening steken laten vallen. De voormalige faculteit geneeskunde kende vrij stevige bestuurlijke omgangsvormen.
Kingma, die door de vertrouwenscommissie van de U-raad voor de functie is gevraagd, gaat zich inspannen om de universitaire democratie weer nieuw leven in te blazen. Kingma: “De universitaire gemeenschap is niet erg bij de raden betrokken, de opkomst bij verkiezingen is laag. Terwijl de medezeggenschap wel belangrijk is.” De nieuwe voorzitter zal de U-raad aansporen meer werk te maken van het contact met de kiezers: “We moeten duidelijk maken dat we iets voor ze kunnen betekenen. Dan moet je actief gaan luisteren naar hun problemen.”
In de komende periode komen grote onderwerpen aan de orde. De vertrekkende Berkvens noemde in zijn afscheidsinterview (Observant 21) al de nieuwe vijfjarenstrategie van de UM, de opvolging van collegevoorzitter Ritzen en de plannen van de rector om het pgo te revitaliseren. Kingma heeft het over de problemen met MUSL en vooral over de relatie AZM-UM, die in de komende tijd geëvalueerd wordt. Kingma: “Ik ben zelf bij de vorming van het universitair medisch centrum betrokken geweest, dus je brengt kennis in. Randwijck is niet goed vertegenwoordigd in de U-raad.”
De vraag of de nieuwe voorzitter een harmonieuze of een meer oppositionele stijl hanteert, een kwestie die in de loop van de voorzittersverkiezing speelde, is bij Kingma’s sollicitatie “niet aan de orde geweest”, zegt hij. “Maar je zit in een spanningsveld. Een goede relatie met het college van bestuur is belangrijk, maar de raad moet ook inhoudelijk stevige kritiek kunnen geven. Het is een onafhankelijk orgaan, je hebt niet verschrikkelijk veel macht maar wel een signalerende en adviserende rol. Ik ben voor een constructieve sfeer. Zo niet, dan moet je je verantwoordelijkheid nemen.”
Over het gebruik van het Engels als vergadertaal, iets waarvan de aftredende voorzitter Berkvens vaststelde dat het oppervlakkigheid in de hand werkt, heeft Kingma nog geen vastomlijnde ideeën: “Je wilt een internationale universiteit zijn, dus dan is Engels als voertaal logisch. Maar als dat niet je moedertaal is, lijdt de inhoud eronder. De vraag is dus wat je belangrijker vindt, de inhoud of de toegankelijkheid.”
De benoeming van Kingma is het sluitstuk van een procedure die op zijn minst de term onhandig verdient. Berkvens, die een derde termijn ambieerde, voelde zich geschoffeerd door de lange duur ervan (reeds in december, of daarna in januari had de knoop moeten zijn doorgehakt) en door uitlatingen van de voorzitter van de vertrouwenscommissie, Dirk Tempelaar, in dit blad. Die meldde dat er in een vertrouwelijke raadsvergadering in januari een debat over kandidaten had plaatsgevonden waarbij de uitkomst onbeslist was. Om die reden zou een tweede ronde nodig zijn. Tempelaar had die vergadering echter niet bijgewoond. Bronnen in de universiteitsraad melden nu dat een dergelijk debat helemaal niet heeft plaatsgevonden. Tijdens die vergadering bleek dat de vertrouwenscommissie nog geen tijd had gehad om met alle kandidaten te spreken.